Laatste update 14:46
1.744
29

Docent en publicist

Pascal Cuijpers is docent beeldende vorming en faalangstreductietrainer op een middelbare school. Daarnaast is hij publicist en auteur. Hij schrijft op vaste basis columns en opiniestukken over onderwijs en de maatschappij voor o.a. de Nationale Onderwijsgids, HetKind en Joop. Tevens verschijnen zijn artikelen regelmatig in diverse landelijke dagbladen en onderwijsmagazines. Van zijn hand verschenen eerder de educatieve scheurbundel '200 Dagen School & Scheuren!' en de onderwijsbundels 'Leraren hebben meer vakantie dan mensen die werken' - inmiddels vierde druk - en 'Leraren zijn net echte mensen' (per 1 september 2017). Allen bij uitgeverij Quirijn.

De eindtoetsen van het basisonderwijs zijn een ‘fopoplossing’

Hoe hard men de discussie ook wil voeren, de eindtoets zorgt juíst voor een kloof in de kansen tussen leerlingen van diverse soorten afkomst

cc foto: alipyon

De voorbereidingen op het jaarlijks terugkerende ‘eindexamen’ in het primair onderwijs zijn al geruime tijd gaande. Vóór 1 februari moesten de basisscholen zich reeds hebben ingeschreven voor een van de eindtoetsen die per 2015, naast de bekende Cito-toets, goedgekeurd zijn: Route8 of de IEP-eindtoets. Vanaf dit jaar zijn er nog drie nieuwe eindtoetsen bijgekomen waaruit gekozen kon worden: de Dia-, AMN- en CESAN-eindtoets.

Uit actuele cijfers van de Algemene Onderwijsbond (AOB) blijkt dat de antieke Cito-toets steeds meer lijkt in te leveren aan populariteit. Zo zullen in april zo’n 107.000 leerlingen uit groep acht deze toets gaan maken, die nog altijd verspreid is over drie dagen en zowel op papier als digitaal kan worden afgenomen. Dit is nog maar een percentage van 60 procent, daar waar in 2015 nog zo’n 86 procent van alle groep acht-leerlingen deze Cito-toets maakte. De IEP-toets en de Route8-toets zijn aan een inhaalrace begonnen in de afgelopen twee jaar, waardoor ze dit jaar bij elkaar garant staan voor zo’n 63.000 leerlingen die hun eindtoets gaan maken. Het resterende en verreweg kleinste gedeelte zal voor het eerst gebruik gaan maken van een van de drie nieuwste eindtoetsen.

Met de verschuiving van de eindtoetsen van februari naar april, werd twee jaar geleden een hoopvol begin gemaakt om de toets langzaamaan in urgentie te laten afnemen. De hype rondom het belang van de eindtoets werd gedegradeerd tot een minder spannend lijkende test, waarbij het eerder vastgelegde schooladvies van de leerkrachten doorslaggevend zou worden. Enkel bij een hogere score tijdens de eindtoets mocht het advies in overleg worden verhoogd. Iets wat de afgelopen twee jaar helaas leidde tot veel ophef, waardoor demissionair minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker zélfs overwegen om de eindtoets weer terug te verschuiven naar februari.

Hoe het ook gaat lopen, het blijft een feit dat het verplicht maken van een eindtoets in februari of april, digitaal of op papier en verdeeld over een dag of over meerdere dagen, een gepasseerd station is en voor een kind geen vruchtbare basis zal zijn met het oog op de onderwijstoekomst. Er zal namelijk meer en meer ingezet gaan worden op het voorkomen van kansenongelijkheid. Hoe hard men de discussie ook wil voeren, de eindtoets zorgt juíst voor een kloof in de kansen tussen leerlingen van diverse soorten afkomst.

Bijvoorbeeld door de commercieel ingestelde bijlesinstituten en bureaus, die de kinderen van welgestelde- en hoogopgeleide ouders klaarstomen om zo hoog mogelijk – teaching to the test – te scoren. Iets wat kan zorgen voor extra druk en een piek in spanning, onrust en onzekerheid rondom het eindtoetsmoment. En wat te denken van een kind waarvan bijvoorbeeld een opa of oma is overleden, vlak voor of ten tijde van het maken van de eindtoets? De urgentie van een momentopname als toets en de bijbehorende score zal hierdoor een flinke deuk op kunnen lopen.

Daarnaast brengt de aanwezigheid van categorale scholen vaak onnodig druk met zich mee door het eenzijdige aanbod in niveau. Scholen met een zo breed mogelijk aanbod aan diverse niveaus in de onderbouw, zorgen daarentegen juist voor minder spanning en meer uitwijkmogelijkheden. Iets wat tevens de motivatie ten goede komt en indirect minder nadruk legt op de uitslag van een eindtoets. Tevens wordt potentieel leveren van maatwerk nu zoveel mogelijk in de kiem gesmoord door ‘toetsuniformiteit’.

De diverse eindtoetsen lijken verschillend te zijn qua aanbod en uitvoering, ze hebben in essentie echter te maken met dezelfde eisen die het ministerie heeft vastgesteld: het toetsen van de reken- en taalvaardigheden en eventueel een stukje wereldoriëntatie. Doordat er afgelopen jaar niveauverschillen in de vragen van de diverse eindtoetsen zou hebben gezeten, heeft de staatssecretaris dit jaar zelfs een expertgroep ingeschakeld om de toetsaanbieders te helpen deze uitkomsten op één lijn te krijgen.

Kortom, de verplichting van het maken van een eindtoets in het primair onderwijs is simpelweg een achterhaalde ‘foplossing’, die juist op bepaalde gebieden zorgt voor verdeeldheid en onnodige disbalans bij jonge kinderen. Ouders en leraren hebben hierin de taak om naar meer te kijken dan de uitkomst van een eindtoets, die een kind labelt aan een bepaald schoolniveau. Juist dat zal op den duur gaan zorgen voor kansengelijkheid, meer motivatie, minder spanning én betere resultaten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Laatste publicatie van PascalCuijpers

  • Leraren zijn net echte mensen

    ‘De kunst van onderwijs is mogen plaatsmaken voor verbeelding en durven openstaan voor verwondering…’

    September 2017


Geef een reactie

Laatste reacties (29)