7.804
237

journalist

Sascha Meyer (1965) is al acht jaar een alleenstaande ouder. Het freelance bestaan ruilde ze in voor een redactiebaan. Na twee jaar stond ze op straat en belandde ze in de ziektewet door een enkelbreuk. Tachtig sollicitaties, de kinderalimentatie die wegviel en een inkomensverlies van vijftig procent zorgden ervoor dat ze bij de Voedselbank belandde. Om zinvol bezig te zijn, ging ze schrijven over haar ervaringen als armlastige.

En toen moest ik naar de voedselbank

'Morgen komt mijn familie eten en ik durf niet te zeggen dat ik daar geen geld voor heb'

Gescheiden, baan kwijt, ex-man die geen alimentatie meer kan betalen en drie opgroeiende pubers. Zo kwam Sascha Meyer bij de Voedselbank terecht. In ‘De nieuwe arme, blijven lachen in tijden van nood’ vertelt ze openhartig over haar bestaan als arme sloeber die ooit zo’n succesvolle freelance-carrière had als styliste en journaliste.

Of je een huis gaat kopen of gaat scheiden, de handelingen bij de notaris zijn hetzelfde: je zet je handtekening en bent klaar.

(…)

Mijn contract wordt niet omgezet in een vaste aanstelling. Het contract wordt nota bene beëindigd. Dat voorgevoel had ik al. Mijn baas zegt dat ik niet creatief genoeg ben. Dat heb ik nog nooit gehoord. Ik denk dat er iets anders aan de hand is.

(…)

Op de eerste twee sollicitaties heb ik gelijk respons. Maar het bedrijf in Nijmegen vindt de afstand Utrecht-Nijmegen te groot en mij te duur. De andere potentiële werkgever concludeert dat ik te ‘zwaar’ ben voor de beoogde baan. En dan breek ik mijn enkel op drie plekken tegelijk. Ik heb geen poot meer om op te staan.

(…)

De WW levert een inkomensverlies op van veertig procent. Als mijn ex dan de kinderbijdrage ook niet meer kan betalen, zit ik op de helft van wat ik had. Het lukt hem niet om een baan op zijn niveau te vinden. Hij is na zijn laatste baan in de ziektewet beland en heeft inmiddels zijn WW opgesoupeerd. Ik had ooit al gehoord van het bestaan van de Voedselbank. Mijn situatie was nog niet schrijnend genoeg om in aanmerking te komen. Uiteindelijk kom ik toch bij de Voedselbank terecht.

(…)

Ik ben een deelnemer van de Voedselbank. Het lijkt wel een spelletje. Ik haat spelletjes. De spelregels van de Voedselbank krijg je op een A4’tje mee naar huis. Ik moet zelf voor een boodschappentas zorgen (een stuk of vier blijkt uit ervaring). Ik ben verplicht inzicht te geven in mijn financiën (logisch). Ik moet me netjes gedragen (heb ik thuis geleerd). Ik moet nuchter en aanspreekbaar zijn. Ik mag niet klagen over de inhoud van het pakket (dat doen mijn kinderen wel, ze lusten geen E-nummers).

(…)

Ik ga gelijk naar mijn voedselkrat, bak nummer zeven, toe. Geluksgetal! Ik krijg een reprimande. Ik word geacht eerst een nummertje te halen en dan mijn beurt afwachten in plaats van mijn krat direct uit te laden in de meegenomen boodschappentassen. Daarna kan ik volgens de mevrouw bij de uitgifte door naar de vleesafdeling. Ze zegt het onaardig, alsof ik iets heel doms doe. Dat is nieuw voor me, de vorige keer was dat nog niet zo. Ik ga braaf mijn nummertje halen en zitten wachten. Eerlijk gezegd is het onduidelijk waarop ik wacht. Ik kijk hulpeloos om me heen. En nu? Een niet-Nederlandssprekende jongen legt me uit hoe het ‘werkt.’ Het spelletje. Vervolgens zet hij mijn voedselkrat op tafel en kan ik inladen. Ik haal eruit wat we niet eten. Dat is dus niet de bedoeling! ‘O?’ De deelnemers moeten alles meenemen: waar kan de Voedselbank het anders laten? Ik zeg dat ik begrepen heb dat je juist moest achterlaten wat je toch niet eet, omdat je daar andere mensen weer blij mee maakt. Dat blijkt niet meer zo te zijn. Het staat anders wel in de spelregels. Hij speelt vals.

De jongen geeft me twee tips:
1. Gooi het weg!
2. Geef het weg!
Later lees ik thuis de spelregels nogmaals door. Het staat er echt in.

(…)

Terwijl mijn ex even weg is en zijn ‘boodschappen’ inlaadt, vertel ik de man die ik voor het eerst bij de Voedselbank tref, dat nu mijn kindertoelage wegvalt, ik genoopt ben van de Voedselbank gebruik te maken. Deze vrijwillige jurist oppert een rechtszaak tegen mijn ex. Dat lijkt me een slecht idee. De advocaat en een rechtsgang zouden me al minstens tweehonderd euro gaan kosten. Omdat er te veel eigen vermogen in mijn huis zit, krijg ik geen brevet van onvermogen en moet dat bedrag dus zelf betalen. Tel uit je winst. Het is niet dat mijn ex niet wil betalen, hij kan niet betalen. De situatie is ons beiden bekend en de rechter zal zeggen wat we beiden al weten. Kassa: honderden euro’s. Ik weiger me hier verder mee bezig te houden. Doe mij gewoon een baan.

(…)

Morgen komt mijn familie eten en ik durf niet te zeggen dat ik daar geen geld voor heb. Ook al weten ze alles van mijn situatie, ik schaam me. De logeer-cavia Fleurtje snakt naar vers hooi à € 1,19. Hoe erg is het dat je moet nadenken over € 1,19?

(…)

Dankbaar moet je zijn. Dat staat in de spelregels: je accepteert wat er in je pakket zit. Ik word oprecht verrast door de zes liter melk. Had ik nou maar niet zelf gehaald: dat krijgen we nooit op. Maar ik hou mijn kaken stijf op elkaar. Het liefst zou ik van leer trekken. Dit is nu precies wat de eigenwaarde van mensen onderuithaalt. Het is aanmatigend, maar je moet dankbaar doen. Ik doe dankbaar. De mensen die dit zelf meegemaakt hebben, snappen dat.

Bovenstaande is afkomstig uit het boek ‘De nieuwe arme, blijven lachen in tijden van nood’ van Sascha Meyer.

Geef een reactie

Laatste reacties (237)