Laatste update 12:06
3.741
87

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

English please! We’re Dutch

'Engels is een taal voor winnaars en essentieel voor succes in de 21ste eeuw, terwijl Turks en Arabisch talen zijn voor verliezers waar je geen tijd aan moet verspillen'

In de NRC van woensdag 15 juni laakte Japke-d. Bouma het overmatig gebruik van Engels door “Nederlandse kantoortijgers”: “Stop eens met die Engelse bullshit op kantoor.” Bouma wees daarin mensen terecht die de hele dag doorzagen over “hun ‘content’, ‘input’, ‘targets’, ‘flow’, ‘start-ups’, ‘webinars’, en welke ‘goals’ ze allemaal moeten ‘alignen’ voor ze die kunnen ‘submitten’ voor ‘approval’.”

Dergelijk onnodig gebruik van Engelse leenwoorden is volgens Bouma vooral een manier om te verhullen dat het bestaan op kantoor grotendeels saai en nietszeggend is en wordt gevuld met de ene “kansloze vergadering” na de andere. Dat kan best zo zijn, maar op zich is dat geen onbegrijpelijke drijfveer. Iedereen heeft wel eens de neiging om de banale realiteit van alledag voor te stellen als een bewogen en meeslepend drama. De interessante vraag is waarom het juist Engelse termen zijn die ons deze illusie van een flitsend bestaan geven; waarom we juist denken dat communicatie in het Engels ons meer prestige zal geven.

Deze anglomanie is een fenomeen dat veel verder gaat dan alleen het lelijke bedrijfskunde Engels van de Nederlandse kantoorpopulatie. In Nederland is Engels alomtegenwoordig. De jeugdtaal staat bol van de anglicismen. Veel bedrijven proberen hun producten internationale allure te geven met Engelse reclames en Engelse slagzinnen. Center Parcs — het voormalige Sporthuis Centrum — belooft haar klanten “A state of happiness.” Philips gaat voor “Let’s make things better.” Mentos is een “Freshmaker,” en Gillette “The best a man can get.” Universiteiten dragen tegenwoordig vaak Engelse namen — Tilburg University, Erasmus School of Law — en geven geheel of gedeeltelijk les in het Engels. Vergaderingen bij grote bedrijven en universiteiten zijn vaak in het Engels. Publiceren is voor wetenschappers in toenemende mate iets wat je doet in het Engels.

Uit de sociolinguïstiek weten we dat dit samenhangt met het prestige van de taalgemeenschappen. We lenen van taalgemeenschappen die in hoog aanzien staan — nu de Verenigde Staten en Engeland, in vroeger tijden Duitsland en Frankrijk — en we negeren de taal van groepen waar we op neerkijken — Turkse en Arabische woorden hebben tot nu toe in Nederland eigenlijk alleen invloed op de straattaal van gemarginaliseerde jongeren in de grote steden. Het Engels zit vol met Franse leenwoorden die stammen uit de tijd dat Willem de Veroveraar Engeland binnenviel en het bestuur werd overgenomen door een Franstalige elite. Het Engels bevat daarentegen nauwelijks Keltische leenwoorden, omdat op de Keltische volken — de Welsh, de Ieren, de Schotten — altijd een beetje werd neergekeken.

Tweetaligheid
Dit geeft een ander perspectief op de zorgen die er bestaan over de teloorgang van onze nationale cultuur. Tweetaligheid is goed als het gaat om Nederlandse kinderen die naar een tweetalige school gaan waar Engels de voertaal is, maar tweetaligheid is slecht als het gaat om kinderen van migranten die naast Nederlands bijvoorbeeld ook Turks of Arabisch leren. Voor migranten en hun kinderen is het van het grootste belang dat ze zich snel de Nederlandse cultuur eigen maken, maar voor Nederlanders is het van het grootste belang dat ze niet in de Nederlandse spruitjescultuur blijven hangen en dat ze zich aanpassen aan de geglobaliseerde wereld van de 21ste eeuw op een Engelstalige opleiding. In onze schizofrene wereld moeten allochtonen inburgeren en autochtonen internationaliseren. Dit is alleen te volgen als we de onuitgesproken uitgangspunten expliciet maken: Engels is een taal voor winnaars en essentieel voor succes in de 21ste eeuw, terwijl Turks en Arabisch talen zijn voor verliezers waar je geen tijd aan moet verspillen.

Nu is er niets zo zinloos als pogingen om de taal te sturen, of te vrijwaren van de invloed van andere talen. Als mensen Engelse woorden chill vinden, dan is daar weinig aan te doen. Het is niet de eerste keer dat Nederlands wordt overspoeld met leenwoorden en het zal ongetwijfeld ook niet de laatste keer zijn. Een groot deel van onze taal bestaat uit woorden waarvan we vergeten zijn dat ze uit een andere taal afkomstig zijn.

Het is echter wat anders om, in het kader van de internationalisering, Engels de officiële voertaal te maken van universiteiten en grote bedrijven. Universiteiten en andere instellingen van hoger onderwijs zijn dragers van onze intellectuele en culturele traditie en zorgen voor de reproductie van een Nederlandse culturele elite. Weten we zeker of we dat als een soort kosmopolitisch experiment in een andere taal willen gaan doen? (Met elites die letterlijk een andere taal spreken dan de bevolking loopt het vaak niet goed af.)

Taaldiversiteit
Ik heb overigens niets tegen het Engels. Het is een taal waar ik van houd. Ik heb jarenlang in de VS gewoond en ben getrouwd met een Engelse vrouw. Maar het Engels dat in Nederland wordt gebruikt is niet iets waar je erg vrolijk van wordt. Anders dan veel Nederlanders denken is het Engels dat ze spreken en schrijven tamelijk beperkt. Er is een soort internationale-congressen-Engels aan het ontstaan met eigen conventies en stijlkenmerken dat is losgezongen van het Engels dat wordt gesproken door mensen van vlees en bloed in Engelstalige landen. In de literatuur heet deze voertaal voor mensen die niet van origine Engels spreken English as a Lingua Franca (ELF). Het is de levenloze taal van congresbundels en EU beleidsstukken. Hier is een willekeurig voorbeeld van de website van de Europese Commissie over het belang van taal:

The European Commission works with Member States and stakeholders, in line with the principle of subsidiarity, to ensure that objectives are shared, and assists them in their efforts, notably by encouraging the sharing of good practices. In the field of language teaching and learning, the role of the European Commission is to coordinate efforts with national governments to pursue the objectives of the language strategy.

Terwijl de website het belang van taaldiversiteit huldigt, spreekt uit deze Europees-Engelse Newspeak eerder de dood van de taal. Dit ELF fragment breekt een hele reeks conventies en stijlregels die in Engeland en de VS gebruikelijk zijn en die de taal elegant en toegankelijk maken. Het resultaat is pompeuze, vage, technocratische taal in indirecte kronkelzinnen. In het onderwijs zou men dergelijke dingen moeten afleren, maar ELF wordt in beleidsstukken aanbevolen als een standaard waar docenten Engels zich op zouden moeten richten. Het doel is een internationale taal waar mensen over de grens mee uit de voeten kunnen. Maar wat heb je aan een lingua franca als het tot levenloos proza leidt dat niemand meer wil lezen?

Geef een reactie

Laatste reacties (87)