1.901
71

Econometrist en leraar wiskunde

Thomas Cool (1954) is econometrist en leraar wiskunde. Hij heeft gewerkt bij het Centraal Planbureau en de Ministeries van VROM en V&W, was consultant in Brussel en docent aan de HES in Rotterdam.
Voor zijn wetenschappelijk werk gebruikt hij de naam Colignatus voor een scherper onderscheid met zijn andere activiteiten. Hij is lid van het Sociaal Liberaal Forum, een oproep tot de vorming van een nieuwe politieke partij. Hij is vader van drie zonen en een dochter. Zijn website is http://thomascool.eu

Er dreigt een gigantische crisis

Alleen de overheid kan het tij nog keren, door nationale investeringsbanken op te richten

Niets leuker dan griezelverhalen zoals Roodkapje of Hans & Grietje. Wanneer het enger wordt dan wordt het snel horror en dan hoeft het voor mij niet meer. Hetzelfde geldt voor de economie. Een beetje conjunctuur met bergen en dalen is leuk want die zijn als de wisseling der seizoenen. Het is echter niet fijn meer wanneer we voor lange tijd een werkloosheid van meer dan 10% krijgen. Die kant gaan we wel op. De huidige crisis kan zich ontwikkelen tot een crisis van gigantische proporties.

Om dit te begrijpen moet je terugkijken naar 1980 en het begin van neoliberale dereguleringen. Deze begonnen al onder president Jimmy Carter en niet zoals vaak beweerd wordt pas onder Ronald Reagan. Jimmy Carter benoemde ook Paul Volcker die de inflatie begon te bestrijden. De enige claim die Reagan heeft is dat hij dit beleid enthousiast voortzette. Hoe dan ook, sinds 1980 heeft de wereld een vloedgolf van neoliberale dereguleringen gekend.

Veel economen noemen dit “economie van het aanbod” in tegenstelling tot de keynesiaanse “economie van de vraag”. Hun redenering is dat het aanbod is vergroot waardoor er meer mogelijkheden voor investeringen en werk kwamen. Tot op bepaalde hoogte is dat natuurlijk juist. Maar deze collegae vergeten dat de dereguleringen ook een stimulering van de vraag betekenden. Enorme kapitalen werden losgelaten van allerlei regels en spoelden over de wereld in de jacht op winst. Door dit effect op de vraag zijn de jaren 1981-2007 eigenlijk ook keynesiaanse jaren.

De dereguleringen op financieel terrein leidden vooral tot de bubbles in de prijzen van aandelen en huizen, wat dus een prijseffect is. Belangrijk is echter ook het reële effect, dat de wereld een tijdperk kreeg met tamelijk hoge investeringen en lage werkloosheid. Een bank kon gemakkelijk risico nemen want geld was ruim voorhanden en een verlies op het ene project werd goedgemaakt met grote winsten op een ander project. Kabelnetten werden aangelegd. Forse investeringen in software zoals Google werden gedaan. Het mobiele telefoonnet ontstond. Een bijzonder aspect was dat China de internationale markt betrad, waardoor de prijzen voor goederen relatief laag bleven.

In de VS was de productiegroei van 1980 t/m 1992 gemiddeld 2,9%, van 1992 t/m 2000 gemiddeld 3,7%, van 2000 t/m 2006 gemiddeld 2,5%, en van 2006 t/m 2012 gemiddeld 0,8% (met natuurlijk de dip in 2008-2009). Een grafiek is te zien bij de St. Louis FED.

Een uitermate belangrijke conclusie is dat deze groei in 1981-2007 tot stand is gekomen door zulk grof geschut. Ons economisch systeem is zo gebouwd dat met enorme stimulansen een klein beetje productiegroei bereikt wordt. De reden is dat de overheid de investeringen vooral aan de markt overlaat. Bedrijven en banken durven alleen riskante projecten aan wanneer ze zich heel erg zeker voelen of wanneer het geld door de gangen klotst. Zoals we in de periode na 2006 zien gaat het herstel maar moeizaam, met wel enige groei maar voortdurende werkloosheid.

Hebben we de middelen om andermaal neoliberaal te dereguleren en de markten te overspoelen met geld, zodat de bedrijven en banken weer gaan investeren, opdat de werkloosheid weer omlaag gaat? Nee, het is juist andersom. We gaan her-reguleren, en we worden voorzichtig met het geld. De conclusie is dat de bedrijven en banken uitermate voorzichtig zullen zijn met investeringen. Besparen op loonkosten en het saneren van dure arbeid is nog wel interessant, maar dat vergroot weer de werkloosheid.

De enige mogelijke uitweg is dat de overheid het voortouw neemt met de investeringen. We kunnen dit niet meer aan bedrijven en banken overlaten, want die doen het niet.

Overheidsinvesteringen zijn berucht wegens hun kosten en falen. Wat de overheid wel kan doen is marktconforme wegen bedenken hoe investeringen tot stand kunnen komen, zonder de fouten van het verleden te herhalen. De overheid zal de markt voor investeringen moeten herordenen, met een speciale rol voor nationale investeringsbanken.

Op 28 juni presenteerde Herman Wijffels het rapport van zijn Commissie Structuur Nederlandse Banken. In dat rapport ontbreken zulke investeringsbanken geheel. Wijffels stelt hogere kapitaaleisen aan de banken en hoopt dat zo het vertrouwen terugkomt zodat bedrijven en banken weer gaan investeren. De hoop is ijdel en gevaarlijk. Op die manier duurt de recessie langer en kan het zich ontwikkelen tot die giga-crisis. Wellicht zijn de banken zo gered, maar de economie is gevloerd.

Laat de overheid nationale investeringsbanken oprichten. Laten we dit in heel Europa doen. Doen we dat niet, dan ontstaan ook in Nederland Griekse toestanden, terwijl Griekenland zelf afglijdt naar Syrische toestanden. Laten we het alsjeblieft bij spannende sprookjes houden en de horror vermijden.

Zie hier voor mijn kritiek op het rapport van Wijffels.

Geef een reactie

Laatste reacties (71)