Laatste update 02 juli 2017, 22:20
11.019
202

Filosoof

Mihai Martoiu Ticu is in Utrecht afgestudeerd in de wijsbegeerte en internationaal recht. Hij is op 7 februari 1968 in Roemenië geboren en is sinds 1990 in Nederland.

Er is geen bewijs dat God bestaat

Wat er niet klopt aan de redenering van filosoof Emanuel Rutten

Zaterdag debatteerden de filosofen Bas Haring en Emanuel Rutten over de vraag of God bestaat, in debatcentrum Arminius te Rotterdam. Rutten promoveerde in 2012 op een Godsbewijs aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Dus hij verdedigde de stelling.

Zijn argument om te bewijzen dat God bestaat kent verschillende zwakheden en ik wil er drie benoemen. Maar eerst zijn argument.

Rutten zegt dat we nooit kunnen uitsluiten dat God bestaat. Want we kunnen altijd iets over het hoofd zien. Dit neemt hij als premisse 2 in de volgende argumentatie:

Premisse 1: Voor alle proposities (stellingen) p geldt dat als p noodzakelijk onkenbaar is, dan is p noodzakelijk onwaar.
Premisse 2: De propositie ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onkenbaar.
Conclusie 1: ‘God bestaat niet’ is noodzakelijk onwaar.
Conclusie 2: Het is noodzakelijk waar dat God bestaat.

Hier komen mijn bezwaren:

Ad ignorantiam
Ruttens redenering schendt een fundamentele argumentatieregel: dat je uit onwetendheid geen enkele conclusie mag trekken. Als je iets niet weet, weet je slechts dat je het niet weet, maar niks anders. Als je andere conclusies trekt uit je onwetendheid, ben je bezig met de ad ignorantiam drogreden.

Premisse 1 is onbewezen en contradictoir
We hebben geen enkel bewijs dat premisse 1 waar is, of een goede reden om dat aan te nemen. We zouden immers voor hetzelfde geld kunnen roepen dat alle onkenbare negatieve stellingen noodzakelijk waar zijn. Bijvoorbeeld de stelling ‘denkbeeldig voorwerp rXluap6AA5L8^!!Zo48 bestaat niet’ is dan noodzakelijk waar als de waarheid van de stelling onkenbaar is. Want als iets bestaat is het ook noodzakelijk kenbaar.

Premisse 1 is op een bepaalde manier ook een contradictie. Want als we weten dat de stelling ‘God bestaat niet’ onwaar is, dan is de waarheid van deze stelling niet meer onkenbaar. Dan is de waarheid van de stelling tegelijkertijd kenbaar en noodzakelijk onkenbaar.

Premisse 2 is onbewezen en onwaar
In de openingstoespraak (pdf) bij een ander debat schrijft Rutten:

Er zijn vier kandidaten voor de wijze waarop iemand zou kunnen weten dat God niet bestaat. De eerste is te laten zien dat het begrip God contradictoir is. Er is echter op geen enkele wijze een logische tegenspraak af te leiden uit de idee van een persoonlijke eerste oorzaak. De tweede is het hebben van de intuïtie dat God niet bestaat. Echter, de uitspraak dat God niet bestaat is zeker niet zelfevident. De derde manier is niet-corrigeerbare empirische ervaring. Dit is echter ook niet mogelijk omdat we middels empirische ervaring, hoe dwingend en verstrekkend ook, nooit kunnen uitsluiten dat God bestaat. De vierde manier betreft een onfeilbare getuigenis. Echter, geen enkele getuige, hoe betrouwbaar ook, kan iemand in een zekere positie brengen ten aanzien van het niet bestaan van God. Kortom, het is inderdaad onmogelijk om te weten dat God niet bestaat.

Onjuist. We hebben geen enkel bewijs dat er slechts vier manieren bestaan om te weten dat God niet bestaat. We kunnen bijvoorbeeld niet uitsluiten dat wetenschap of logica ooit zullen bewijzen dat God niet bestaat. Rutten maakt gebruik van modale logica voor zijn argument. Modale logica trekt conclusies uit het feit dat iets mogelijk is of denkbaar. Ook als we zijn eigen premissen en argumentatiemethode accepteren, komen we tot andere conclusies.

Rutten weerlegt bijvoorbeeld tegenargumenten met denkbare mogelijke werelden als instrument. Als je bijvoorbeeld zegt dat het voor ons onkenbaar is dat eenhoorns niet bestaan, reageert Rutten met de stelling dat in een denkbare mogelijke wereld, waar God bestaat, God weet dat eenhoorns wel of niet bestaan. Ik wil daardoor ook een dergelijk denkbare wereld gebruiken om premisse 2 te weerleggen.

Een denkbare wereld
Stel je een wereld voor waarin slechts God bestaat. In deze wereld resten dan twee mogelijkheden: het is of mogelijk of onmogelijk voor God te weten dat hij niet door een andere übergod is geschapen. Hieronder de twee mogelijkheden.

Als het onmogelijk is, dan is de stelling (dat God niet door übergod is geschapen) noodzakelijk onkenbaar en onwaar. Dus, als we Ruttens premisse 1 accepteren, is God door übergod geschapen. Maar übergod heeft hetzelfde probleem, dus hij is door een megaübergod geschapen. Zodanig krijgen we een oneindige regressie van goden die andere goden scheppen. En regressies zijn dodelijk voor elk argument. Vooral omdat Rutten God definieert als ‘persoonlijke eerste oorzaak’ van alles.

Wat als God weet dat hij niet door een übergod is geschapen? Als hij dat weet, dan is Ruttens premisse 2 onwaar. Er is dus een denkbare wereld waar het mogelijk is voor een wezen om te weten dat zijn/haar wereld niet door een ander is geschapen. Sterker nog, deze kennis is onafhankelijk van het God zijn, want de kennis is onafhankelijk van het vermogen om werelden te scheppen. Dus de stelling ‘God bestaat niet’ is niet noodzakelijk onkenbaar.

Geef een reactie

Laatste reacties (202)