652
17

Schrijver

Caspar Visser ‘t Hooft is de auteur van de romans Koningskinderen (IJzer,
2010), Feniksbloem (IJzer, 2012) en Waldenberg (IJzer, 2014). Caspar Visser 't Hooft woont en werkt in Frankrijk.

Er is iets mis met de Franse republiek

De markt – de zogenaamd vrije markt – doet appèl op andere deugden dan die waar de republiek, de publieke zaak, het van moet hebben

Pas wanneer je ziet dat het ook anders kan, word je je ten volle bewust van de ellende waaronder je gebukt gaat. Bekend gegeven. Frankrijk gaat gebukt onder het wrange nieuws, waarmee het nu al sinds meerdere weken aanhoudend wordt geconfronteerd, aangaande het geldgesjoemel en de leugens van een lid van de regering, de inmiddels afgetreden minister van Financiën, Jerôme Cahuzac.

Moedeloos
Beschuldigd van belastingfraude (een kapitaal van 600.000 Euro weggemoffeld op een geheime rekening in Zwitserland) en daarop aangesproken in het parlement, ontkende hij de feiten. Hij zei het met zoveel woorden, voor de volksvertegenwoordiging : « Ik heb geen rekening in het buitenland. » Toen steeds meer bewijzen boven tafel kwamen, besloot hij, in het nauw gedreven, toch maar toe te geven. Heel Frankrijk stond op zijn kop. En staat het nog steeds. Of nee, dat is het woord niet – het is eerder zo dat het lijdt onder een stemming van grote moedeloosheid.

De Fransen verwachtten hoe dan ook weinig meer van de huidige regering, en van de politiek in het algemeen, en dan dit op de koop toe. Een goed initiatief van France 5 om nu juist in deze periode een mooie televisiefilm uit te zenden over een episode uit het leven van Pierre Mendes-France : een staatsman die vanwege zijn absolute onkreukbaarheid de achting van alle Fransen wist te verwerven, links, rechts, midden – allemaal. Ja, wanneer je zo iemand weer onder de aandacht brengt, dan blijkt pas ten volle waar we nu onder gebukt gaan.

Salon-socialisten
De Franse president, François Hollande, denkt de schade, dat wil zeggen de smet waarmee zijn regering is bezoedeld, te beperken door zijn ministers op te dragen hun persoonlijk kapitaal openbaar te maken. Slimme manoeuvre? Niet zeker. Het blijkt dat acht van de achtendertig ministers van het kabinet Ayrault miljonair zijn en dat de meesten een fortuin bezitten van boven de drie ton.

Hoe je het ook wendt of keert, dit is gênant voor een regering, en zeker voor ministers die zich socialistisch noemen. En maar begrijpend knikken en mooie empathische verklaringen afleggen wanneer ze met de economische problemen worden geconfronteerd waarmee de gemiddelde Fransman te kampen heeft ! Zeker in deze tijd van crisis. Maar hoe kunnen ze deze gemiddelde Fransman die zich zorgen maakt over zijn eigen toekomst en over die van zijn kinderen begrijpen, wanneer ze zelf hun schaapjes veilig op het droge hebben ? Salon-socialisten – in Frankrijk zeggen ze socialistes-caviar. Nee, die zogenaamde transparantie-actie (we hebben het te doen met wat de ministers zéggen dat ze hebben) zal de huidige stemming van algehele depressie niet klaren. Er is iets mis met de republiek – met de res publica.

Pierre Mendes-France
Het grote drama in het leven van Mendes-France (verscheidene malen minister, voor de oorlog, daarna onder De Gaulle, eerste minister van 1954 tot 1955) was het proces waarbij hij werd beschuldigd van desertie. Dat was in het jaar 1941. Hij was met een paar andere politici naar Noord-Afrika afgereisd om van daaruit een Frans verzet tegen Hitler op touw te zetten. Voor de collaborateurs-regering van Petain was dit een goede gelegenheid om Mendes-France, die voor de oorlog in de door Petain verafschuwde regering van de socialist Blum had gezeteld (en die bovendien een Jood was) beentje te lichten.

Terug in Frankrijk werd Mendes-France opgepakt, voor de rechter gesleept, een rechter die het régime van Pétain was toegedaan: zijn aftocht naar Marokko was niets anders dan een vlucht voor Hitler geweest. Waar Pétain en de zijnen Hitler ervan hadden weerhouden het zuidelijk deel van Frankrijk te bezetten door het met hem op een akkoordje te gooien, had Mendes-France zijn vaderland laf in de steek gelaten.

Het proces was een doorgestoken kaart, Mendes-France had mooi met duidelijke bewijzen van zijn patriottisme voor den dag te komen, hij werd tot zes jaar gevangenisstraf veroordeeld. Hij wist uit de gevangenis te ontsnappen en een paar maanden later Londen te bereiken waar hij zich inschreef bij het bevrijdingsleger van De Gaulle, en van waaruit hij deelnam aan verscheidene gewapende acties tegen de Duitsers.

Een dubbel drama, enerzijds beschuldigd te worden van verraad aan je vaderland, anderzijds te zien hoe je eigen land de republikeinse waarden aan zijn laars lapt. Mendes-France wordt door de Fransen gezien als het grote voorbeeld van de integere politicus, die alles ondergeschikt maakt – eigenbelang, alles – aan de algemene zaak. Alleen met het glaasje melk bij het déjeuner, dat hij als goed en gezond voorbeeld voorhield, wist hij de Fransen niet te overtuigen.

Er is iets mis…
Er is iets mis met de republiek. En dat was het al voor de affaire-Cahuzac. De res publica heeft niet meer hetzelfde aura als het had voor mensen als Mendes-France, en voor de meesten. Ook de eer – de honneur – die het dienen van de res publica verschafte, heeft een afkalving ondergaan. Wat wil je ? Waar de res publica, die vorm kreeg in de instellingen van de staat, en die gevoed werd door liefde voor het vaderland en door democratische verantwoordelijkheidszin, aan de markt als machtsfactor nog perk en paal wist te stellen, heeft nu de markt de res publica ingelijfd. En de markt – de zogenaamd vrije markt – doet appèl op andere deugden dan die waar de republiek (in de zin van algemene zaak) het van moet hebben.

Zijn het deugden? Egoïsme om te beginnen. Het vrije markt-denken baseert zich op het idee dat het welbegrepen eigenbelang van de individu het geluk van de gemeenschap bevordert. De bijenkorf van Mandeville, de onzichtbare hand van Adam Smith – dit verbasterd voorzienigheidsgeloof is en blijft de grondslag van elk (neo-) liberaal denken. Je moet soms even een laagje vernis wegkrabben, maar het komt altijd aan de oppervlakte. Door egoïstisch te zijn ben je eigenlijk altruïstisch. Dit komt bijvoorbeeld tot uiting wanneer een ondernemer zich op de borst slaat wanneer hij zegt dat hij werk heeft verschaft. Hij heeft geld voor zichzelf verdiend, maar door voor zichzelf te werken was hij tegelijk een weldaad voor anderen – ja, meer dan hij dat had kunnen zijn wanneer hij niet voor zichzelf had gewerkt en hij in plaats daarvan van meet af aan altruïstisch was geweest. Hij had dan geen banen, en dus welvaart, kunnen verschaffen en ook minder geld aan goede doelen kunnen geven, om de simpele reden dat hij dan over minder geld had beschikt.

Een drogreden: een mens kan weliswaar én egoïstisch zijn én altruïstisch, maar nooit tegelijkertijd. Altruïsme kan niet voortkomen uit egoïsme, net zomin als water uit vuur. Een drogreden waar ons hele (neo-) liberale bestel op teert: Laat de markt vrij – en als hij nog niet vrij genoeg is, dan moet de staat dwingend ingrijpen om de nodige kaders voor deze ‘vrijheid’ te scheppen – anders gezegd, laat de mensen enkel hun eigenbelang najagen, de concurrentie zal ervoor zorgen dat de gewenste harmonie van de welvaart-voor-iedereen vanzelf komt.

Ja maar, in de tussentijd blijven er wel mensen aan de kant staan. Er vallen wel slachtoffers. Antwoord: dat hoort erbij, laat je wat hen betreft vooral niet door altruïstische overwegingen leiden, of door sociale ingrijppolitiek. Nee, steek je energie in het najagen van je eigen belang, dan pas ben je écht altruïstisch, want dan draag je bij aan het toekomstige geluk-voor-iedereen.

Voor de keus: vrije markt of res publica ?
Je dient de markt, en daarmee dien je de mensheid. Ja, de markt heeft sinds Reagan en Thatcher de res publica ingelijfd. De politiek is in de vrije markt opgegaan, onze regeringen hebben hun macht uit handen gegeven aan captains of industry, bankiers en markttechnocraten. Linkse regeringen net zo goed als rechtse. Hollande net zo goed als Sarkozy. En in dit nieuwe bestel doen nieuwe deugden opgeld.

Een zich opofferen voor de algemene zaak – hoogste deugd in de res publica – met de eer die dat met zich meebrengt, wordt afgedaan als naïef, onproductief en zelf-vervreemdend. Hiermee komt ook de integriteit op de helling te staan. Integer ben je wanneer je algemeen belang en eigenbelang strikt weet te scheiden en je het algemeen belang voorop stelt. Dit wordt anders wanneer het najagen van je eigen belang wordt verheerlijkt (en tot werkelijk altruïsme wordt verklaard). Handigheid, sluwheid, succes in de concurrentiestrijd worden tot hoogste waarden verheven.

Om maar te zeggen, de Franse regering heeft het moeilijk. Het zal om te beginnen de Fransen ervan moeten overtuigen dat ze probleemloos door miljonairs vertenwoordigd kunnen worden, zelfs in een tijd van crisis. De Fransen zetten hier op het moment grote vraagtekens bij.

Vervolgens zal het verantwoording moeten afleggen over het verraad aan de socialistische principes (en de verkiezingsbeloften) dat het pleegt door de neoliberale koers die het volgt en door het slaafs buigen voor de diktaten van de markttechnocraten in Brussel – met de desastreuze gevolgen die zich daarbij in steeds grotere mate aandienen.

En tenslotte, hoe voorkom je in het vervolg andere Cahuzacs – op alle niveaus van de overheid, hoog en laag – wanneer je je aan de markt overgeeft, en je daarbij de facto de deugden die door het vrije markt-denken de hemel in worden geprezen omhelst? Wanneer je toelaat dat de zekere mate aan zelfopoffering die de inzet voor de res publica vergt, met de eer die dat verschaft, de facto plaats maakt voor de apologie van het egoïsme – omdat volgens het (neo-) liberale geloof het de egoïsmen van de enkelingen zijn die dankzij de vrije concurrentie uiteindelijk de hemel op aarde brengen. Ten diepste is de vrije markt niets anders dan een afgod. Een afgod die offers vraagt, niet de mijne – o nee! die niet – maar die van hen die in de strijd uit de boot vallen. De losers. Om hen zou het socialisten moeten gaan. 

Dit artikel verscheen eerder op het weblog van Caspar Visser ’t Hooft: Schrijver in Frankrijk


Laatste publicatie van Caspar Visser 't Hooft

  • Frankrijk in 50 klanken

    Verhalen

    2018


Geef een reactie

Laatste reacties (17)