12.407
129

Haci Tekinerdogan is 34 jaar geleden geboren in het pittoreske Achterhoek, in de gemeente Oude-IJsselstreek. Liefhebber van wat country gepingelpangel en traditioneel geavanceerde Turkse muziek dagdroomt hij schrijvend en lezend het leven door. Een gevoelsmens verscholen in een hoek van het land in een oude natuurstreek aan de Duitse grens ver weg van de sores van de Randstad. Tussen het poëtische glooiende dorpslandschap ZONDER wijngaarden, cipressen, korenvelden en zonnebloemen heeft hij zich ontpopt tot een ware verhalenverteller.

Geïntrigeerd en soms ontdaan door de wereldpolitiek en de maatschappij rondde hij zijn lerarenopleiding maatschappijleer af in Tilburg. Een maatschappelijke geëngageerde verhalenverteller die zich nu op de sociologie en op het theater heeft gestort. Komt het licht der wijsheid uit het oosten ofwel ‘ex oriente lux’. Haci maakt in ieder geval van de Achterhoek een opvallend en toonaangevend lichtbaken.

Erdogan als hoeder van de democratie is de schrik van het Westen

Erdogan is continu de kop van jut en wordt om de minuut bekritiseerd ofwel gehekeld.

cc-foto: Brookings Institution
cc-foto: Brookings Institution

Het waren de bewogen jaren ’80. Rechts en links stonden lijnrecht tegenover elkaar. Broers werden vijanden. Families werden opgebroken door een strijd der ideologieën. De Koude Oorlog had ook zijn impact op de Turkse maatschappij. Totdat de coup ervoor zorgde dat er een eind kwam aan deze broederstrijd. Openlijk uitkomen voor je linkse of rechtse gedachtegoed was er niet meer bij. Deed je dat wel dan stond je leven op het spel. Vele linkse en rechtse idealisten werden in die tijd opgehangen. De status quo moest koste wat het kost hersteld worden. Binnen mijn familie bleef die verdeeldheid na de staatsgreep. Een aantal neven van me die links georiënteerd waren lieten dat regelmatig blijken. Ik moest niks hebben van hun dogma. Hun ellenlange heldenverhalen over Deniz Gezmis en Che Guevarra werden weggefilterd door mijn brein. Mijn ouders zagen de bekrompenheid in van de twee overtuigingen en lieten me opgroeien met de islam.

Op jonge leeftijd werd ik naar de moskee gestuurd om het geloof te leren kennen. In de zomervakanties was ik regelmatig in de moskee te vinden om de Koran te reciteren, anders dan mijn vrienden die uitgingen en veel minder praktiserend waren. Ik zag er niet uit als een stereotype gelovige Turk. In Turkije spraken elitaire Kemalisten en zogenaamde linkse revolutionairen me aan, omdat ze dachten dat ik één van hen was. Niets was minder waar. Er ontstonden vaak hevige discussies en van een vriendschap kwam niet veel terecht.

Ik verafschuwde de onderdrukkende heersende elite. Hun neerkijken op armen, minderheden en op de gelovige burger waren voor mij niet te verenigen met mijn normen en waarden. De zelfbenoemde seculieren zorgden ervoor dat een aantal kennissen met hoofddoek niet konden studeren aan de universiteit. Het woord seculier werd gemakshalve en onterecht door ze toegeëigend. Niemand van de meeste gelovige burgers schreeuwden immers om een theocratie.

Diezelfde Kemalisten die de leiding over het leger hadden, stelden na de laatste coup hun aandeel veilig door het tot stand brengen van een Nationale Veiligheidsraad. Als ‘hoeder’ van de Turkse staat plaatsten zij zich boven de gekozen regeringen en gaven ze ‘aanbevelingen’ aan de politiek, die in werkelijkheid altijd moesten worden opgevolgd. Deze rigide en repressieve houding zorgde ervoor dat het zuidoosten van Turkije achtergesteld raakten.

Begin jaren ’80 hadden ze in het lemen dorp van mijn ouders geen elektriciteit, geen sanitaire mogelijkheden en geen verharde wegen. Het was bar gesteld met alles en iedereen. Wat de graanschuur van Turkije had moeten worden werd een instabiele feodale regio waar niet naar omgekeken werd. Of dat al niet genoeg was voor de ‘progressieve, moderne’ Kemalisten werd het martelen van andersdenkenden een soort van hobby voor hen. De mensenrechten werden geenszins gerespecteerd. Alevieten, Koerden, Soennieten geen van hen mochten rekenen op sympathie van de militaire marionettenregering. Alles werd de kop ingedrukt. Degenen die nu het hardst van de daken schreeuwen dat de vrijheid van meningsuiting onder druk staat gaven indertijd niet thuis.

Susurluk
Middels een rigide bureaucratie en een beperkte rechtsinspraak ontmoedigden ze de democratische wil van het volk. Economische recessies volgden elkaar vervolgens in rap tempo op. In 1994, 1998, 1999, 2000 en 2001 waren er crises. Vijf stuks in zeven jaar tijd. De hyperinflatie van 67% was niet te stuiten. De corruptie bereikte zijn hoogtepunt toen tijdens een dodelijk ongeluk in Susurluk politici samen in een auto bleken te zitten met de grootste maffiabazen van Turkije. De schulden bij het IMF stapelden zich met de dag op (schulden die sinds een aantal jaren terug afbetaald zijn). Het BBP lag vergeleken met nu vijf keer lager. Het protectionistische beleid zorgde ervoor dat het land in een diep dal terecht kwam. De enige vriend van een Turk is een Turk was de slogan. Echter, die Turk had de buitenlander heel hard nodig. Volgens de Kemalist was het liberaliseren van de economie het verkopen van het land aan de vijand.

Pas na Özal, de eerste president van Koerdische komaf, leek er verandering te komen in het economische beleid. Hij introduceerde politieke en economische hervormingen. Een aantal sectoren werd geprivatiseerd en middels het GAP project werd er geld gestoken in het zuidoosten van Turkije. Na het overlijden van Özal volgden de wellicht meest rampzalige jaren ooit voor Turkije. In 2001 met de komst van Erdogan kwam daar verandering in. De straatvechter uit Kasimpasa Istanbul, de ‘socialistische’ moslim en de charismatische retoricus, ooit vastgezeten om een gedicht dat hij had voorgelezen, won overweldigend de verkiezingen in 2002. Een nieuw tijdperk trad in. Een tijdperk waarin er tot aan nu enkel economische voorspoed en sociale hervormingen zouden komen.

Turkije powerbroker van de regio
Het bekritiseerde succesverhaal van Erdogan is ondertussen bij eenieder bekend. Turkije is de powerbroker van de regio geworden. Turkije maakt zijn eigen helikopters, is van plan om zijn eigen vliegtuigen te maken en wil binnenkort ook beginnen met het bouwen van zijn eigen vliegdekschip. Rechten van Koerden zijn welhaast gelijkgetrokken. Koerden kunnen weer in het Koerdisch zingen. De eed voor het Turk zijn, die op scholen verplicht werd voorgedragen, werd afgeschaft. Koerdisch werd een keuzevak in het onderwijs en de Koerdische entiteit werd in het parlement openlijk erkend. De bloedbaden aangericht onder alevieten werden voor het eerst toegegeven door de Turkse regering. Kerken werden hersteld in hun oude hoedanigheid.

Assyriërs trokken weer terug naar hun provincie Mardin. De werkloosheid is nog steeds met zo’n 10,5% hoog, maar een stuk lager dan in de tijd van de Kemalisten. Het gat van het handelstekort werd een stuk kleiner. Het hypotheek-syteem op de huizenmarkt werd geïntroduceerd. Sloppenwijken werden gesloopt en de burger kreeg in plaats daar van weer bewoonbare huizen. De leerplicht werd uitgebreid van acht jaar onderwijs naar twaalf jaar. Schoolboeken werden gratis. Alle provincies in Turkije kregen hun eigen universiteit. Bovendien werd er in 2003 samen met Unicef de campagne ‘Kom op meiden, naar school!’ (Haydi kızlar okula!) gestart. Maar bovenal zorgde hij voor gratis zorg, een klein pensioen voor ouderen en een verbetering van de infrastructuur van Turkije. Mijn tantes, ooit zo arm als een kerkrat, hadden weer een menswaardig bestaan.

Zijn optreden stuitte tegen het zere been van de Kemalisten. Hun populistische leuzen dat Turkije een seculier land is en dat zal blijven werd door het steeds hoger opgeleide Turkse volk niet meer aangenomen. De huidige regering heeft in die 14 jaar tijd niet één keer de intentie gehad om een theocratie te installeren.

Alevieten verdienen erkenning
Ondertussen klinken er vanuit Europa almaar dezelfde verwijten. Journalisten worden onterecht vastgezet en de vrijheid van meningsuiting staat onder druk. Er zijn inderdaad nog steeds tekortkomingen. De rechtsstaat geërfd van de Kemalisten vertoont hiaten. De alevitische stroming verdient erkenning. Straffen inzake simpele beledigingen kunnen onevenredig hoog zijn. De trias politica dient gewaarborgd te worden en the rule of law moet gerespecteerd worden.

Echter verkeert Turkije, anders dan Nederland, in de meest agressieve regionale context van de wereld. De laatste 30 jaar zijn er alleen al 30.000 Turkse doden gevallen door toedoen van terroristische aanslagen. Sinds kort is er door de instabiele situatie in Syrië de dreiging van Daesh. Meerdere aanslagen hebben voor honderden slachtoffers gezorgd. De nationale veiligheid dient in dezen derhalve gewaarborgd te worden. In deze context grijpen vele sympathisanten en vermeende journalisten van verschillende terreurbewegingen, waaronder Daesh en de PKK, de kans om in naam van de vrijheid van meningsuiting aanslagen te beramen, staatsgeheimen te lekken en gezagsondermijnende acties te initiëren. Eenieder die hiervan verdacht wordt, wordt vanzelfsprekend opgepakt. Net als dat recent in Nederland gebeurde met een journalist van de Telegraaf die staatsgeheimen lekte. En eveneens gebeurde met sympathisanten van de Hofstadgroep.

De situatie zoals die nu is in Turkije, is voor verbetering vatbaar. De niet altijd even diplomatieke Erdogan dient bekritiseerd te worden door een sterke oppositie. Niet middels dictatorretorieken en de veelvuldige polariserende krachttermen die nu gebruikt worden, maar middels een goed opgezet politiek program dat zich de wensen en eisen van het volk aantrekt. Dat het allemaal relatief wel meevalt met het autoritarisme van de huidige regering is te zien aan de hoeveelheid oppositiekranten en zenders. Op het moment zijn er 24 oppositiekranten tegenover elf regeringsgezinde kranten. Je hoeft bovendien maar een willekeurige Turkse twittertijdlijn te openen en je ziet al gauw dat die vrijheid van meningsuiting alles behalve onder druk staat. Erdogan is continu de kop van jut en wordt om de minuut bekritiseerd ofwel gehekeld.

Koerdische kwestie
Tot slot is er de omgang met de Koerdische kwestie. De regering strijdt sinds begin jaren ’80 tegen een leninistisch-marxistische terreurbeweging. En het was niet alleen de Turkse regering die dat deed. Het was tevens de Koerdische Hezbollah die eveneens vocht tegen de leninisten van de PKK. Het verschil tussen beide bewegingen is dat de Hezbollah van Turkije een islamistische staat wilde maken en de PKK uit was op opdeling, met als doel een communistische Koerdische heilstaat. Dat de PKK geen vertegenwoordigers zijn van de Koerden werd maar alleszins duidelijk toen de AKP de politieke arena betrad. Vele gelovige Koerden stemden (en stemmen nog steeds 46% voor de AKP en 41% voor de HDP) op de AKP. Immers dat is de partij die de islamitische principe nastreeft en geen onderscheid maakt tussen entiteiten. Het is de partij die goede banden onderhoudt met de KDP van Barzani, zijn Koerdische equivalent in het noorden van Irak. De Koerdische KDP die in de jaren ’90 nog een burgeroorlog uitvocht met de leninisten van de PKK en nu met zijn door Turkije getrainde Koerdische Peshmerga’s een oorlog uitvecht tegen Daesh.

Zwart-witdenken Westerse journalisten
Het zwart-witdenken van Westerse journalisten inzake deze kwestie getuigt van een neokoloniale gemakzucht en nalatigheid om de kwestie beter te willen begrijpen. Het is nooit een kwestie tussen Koerden en Turken geweest. Het is een kwestie tussen de overheid en een leninistische terreurbeweging. Erdogan heeft anders dan bijvoorbeeld de Spaanse regering die de Batasuna verbood, een partij die openlijk terreur verheerlijkt, geaccepteerd in het Turkse parlement. Daarnaast is hij met de leninistische terroristen vredesonderhandelingen aangegaan. Een pacifistische actie waar de ultranationalisten hem nog steeds niet voor hebben vergeven. Landverrader is steevast zijn koosnaam geworden. De democratische inspraak van de Koerdische HDP, mocht jammer genoeg de leninisten van de PKK niet baten. Ondertussen zijn een aantal steden in het zuidoosten van Turkije, door die zelfde leninisten, verworden tot bastions van terreur. Gelijkwaardigheid is nimmer hun streven geweest enkel het kweken van tweedracht tussen de verschillende bevolkingsgroepen in het land.

Turkije zal met al zijn minderheden en groeperingen een land van verscheiden meningen blijven. Het is aan Erdogan, met name na de mislukte coup, om president te zijn van alle burgers van het land. Vrijheid van demonstreren en vrijheid van meningsuiting dienen door hem beschermd en gerespecteerd te worden. Het is de taak van alle partijen om de toenadering te zoeken. Immers zelfkritiek en bereidheid tot consensus is vereist voor een duurzame oplossing.

Geef een reactie

Laatste reacties (129)