1.009
17

Socrates Schouten is milieuwetenschapper

Eten is emotie, voedsel is fabriekswaar

De voedseldiscussie heeft geen baat bij deskundigen die verwarring zaaien

Kinderen kennen de oorsprong van melk niet meer. Ze denken dat het uit de fabriek komt. Die aanklacht zal u bekend voorkomen, en u heeft ze wellicht zelf wel eens geuit. Het kind spreekt echter de waarheid. Dat de koe niet meer in de belevingswereld van de jeugd voorkomt, zegt niets over de jeugd, maar zegt alles over onze voedselindustrie.

Een voorbeeld. Een scène uit een documentaire die me al een poos bijblijft, toont een ‘customized’ bontzwarte Friese koe: ze heeft een luikje in haar buik. Een deskundige schroeft een grote dop uit de flank van het beest, doet een grabbel in één van de magen en bestudeert het halfverteerde gras. De koe ondergaat het gelaten, maar voor mij is dit beeld het summum het gestaag gegroeide bouwwerk van melkrobots, megastallen, kunstmatige inseminatie en volautomatische slachttrajecten.

Eten is emotie, een beleving. Zo ongeveer positioneert landbouwkundige Louise Fresco, die afgelopen najaar in een kijkwaardig televisieprogramma schitterde, de rol van de snack en de maaltijd in ons leven. Fresco heeft een imposante carrière op het gebied van de voedselwetenschap achter de rug en treedt deze zomer aan als bestuursvoorzitter van Wageningen Universiteit, zo werd vorige week bekend. Ze heeft wel ongeveer gelijk met dat verhaal over emotie, maar Fresco is intussen toch vooral bekend van het verdedigen van het steeds industriëler en klinischer wordende voedselsysteem. Haar uitgangspunt dat mensen meer aandacht en liefde voor het eten moeten hebben, botst met haar aanprijzing van de realiteit. Die realiteit is een soort ‘trias alimentaria’: de winst beogende industrie die voedsel afzet, de overheid die daar omheen een regelparadijs creëert en de consument die koopt wat uit die machine rolt. Het gaat in die wereld vooral om geld en risicobeheersing, niet om liefde en aandacht.

Met het excessief opschalen en efficiënt maken van ons voedselsysteem hebben we het dier haar identiteit ontnomen en de ziel uit het eten geperst – dat is mijn aanklacht. Maar waarom is dat gebeurd? Ik vermoed omdat de kwestie ‘aandacht versus massaproductie’ simpelweg ondergeschikt is aan een andere vraag. Die is: hoe voeden we de steeds welvarender en talrijker wordende wereldbevolking op een economisch en ecologisch houdbare manier?

De invloed van Louise Fresco doet zich vooral gelden op dat laatste vlak. Volgens haar is het wereldwijde voedselsysteem te belangrijk en uitdagend om aan ‘links’ – mijn simplificatie – over te laten. Zij ziet in de pleidooien voor het terugbrengen van de voedselproductie naar de menselijke maat vooral valse sentimenten, die niet meer passen in de wereld van nu. Dat is onterecht. Constateren dat de wereld verstedelijkt en economieën aaneen groeien, doet mij nog niet vinden dat we alles op alles moeten zetten om die Fukuyama-achtige toekomst van smetvrije hamburgers te voorzien. Sommige tendensen verdienen tegenwicht, zodat de industrialisering in balans komt met de menselijke behoefte om meer te zijn dan consumenten van ontzielde voedingswaren.

Fresco constateert ook dat grote delen van de wereld op achterstand liggen ten opzichte van het gewenste niveau van voedselkwaliteit en welvaart. De implicaties daarvan – ‘de landbouw moet efficiënter’ – doet ze gelden voor het gehele voedselsysteem. Maar noord en zuid staan voor andere vragen en andere uitdagingen. Het noorden heeft de beste vruchten van de globalisering en industrialisering nu wel geplukt; wij hebben die welvaartsstijging niet zo hard meer nodig. Sterker nog, de baten van verdere schaalvergroting en mechanisering wegen niet meer op tegen de ontrafeling van het sociale weefsel dat op kleinere schaal het welzijn van de samenleving definieert. Als je dan opmerkt dat biologische teelt de honger niet gaat oplossen, ben je geografisch abuis: de honger is in Afrika en Azië, terwijl de noodzaak om ecologischer te boeren vooral in onze regionen wordt ervaren. Er wordt, kortom, een onheus dilemma gecreëerd.

De voedseldiscussie heeft geen baat bij deskundigen die verwarring zaaien in het kunstmatige debat ‘biologisch versus intensief’. We moeten juist uitvinden hoe het rijke westen de – ongelijk verdeelde – verdiensten van globalisering en welvaartsgroei in balans kan brengen met de vraag hoe je als mens een volwaardig bestaan kan hebben. Het probleem is dat ontwikkeling, verstedelijking, globalisering en industrialisering onontwarbaar geworden zijn. De wereldeconomie is in een fuik gezwommen die alle problemen aan één bestrijdingsmiddel onderwerpt: het neoliberaal groeimodel. Datzelfde model goochelt met handelsverdragen, stimuleert biobrandstoffen, roept ‘Melk is goed voor elk’ en octrooieert zaaigoed.

Het probleem dat Louise Fresco probeert op te lossen, kan wel een snufje aandacht gebruiken. Juist de ondergeschoven boodschap is de belangrijke: voedsel gaat over emotie en beleving. Daar kan een meer ecologische landbouw zeker aan bijdragen. De uitdaging is dat die meer arbeid vereist: mensenhanden, kleinschalig (technisch) vernuft en op de lokale situatie toegespitste methoden zijn de middelen voor de hoogste en gezondste opbrengst. Dat is een razend intensieve landbouw – zo blijkt ‘bio versus intensief’ wederom een valse tegenstelling. Zulke ‘precisielandbouw’ laat zich door beide stromingen inspireren, maar kan door de niet-betwiste focus op industrialisatie alleen op technologische, klinische wijze worden uitgevoerd, in plaats van een manier waar aandacht aan te pas komt

Geef een reactie

Laatste reacties (17)