1.409
23

Historicus, Theoloog en Arabist

Gert Jan studeerde Geschiedenis, Theologie, Arabische Taal & Cultuur, Internationale betrekkingen, American studies en Middle East & Mediterranean Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de University of Wisconsin-Madison, King's College London en de London School of Economics. Hij was in het verleden onder meer werkzaam voor de European Council on Foreign Relations in Londen en het Europees Parlement in Brussel en is thans woonachtig en actief in de Haagse Schilderswijk.

Etnisch profileren werkt terrorisme in de hand

Waarom terrorismebestrijding door systematisch te profileren op basis van etnische kenmerken juist een averechts effect heeft

In de strijd tegen radicalisering en terrorisme worden er ook in Nederland te vaak potentiële radicalen geprofileerd op basis van een etnisch profiel. Deze aanpak is volledig misplaatst. Het draagt geenszins bij aan het bestrijden van terrorisme, en werkt ook nog eens averechts.

Immers, het systematisch profileren op basis van etnische kenmerken kan haat onder sommige jongeren jegens de overheid en samenleving opwekken, en leiden tot een gevoel van uitsluiting, wat een voedingsbodem kan vormen onder sommige jongeren om zich aan te sluiten bij terroristische groeperingen. Willen we deze radicalisering dus bestrijden, dan zullen we over moeten gaan tot andere manieren om radicalisering te constateren. 

Bovendien werkt etnisch profileren simpelweg niet. De kernmerken van jihadistische groeperingen, en de ideologie van het radicale islamisme die hen voedt, zijn niet etnisch, en zelfs niet primair religieus -in de spirituele zin van religieus zijn- maar veeleer politiek-religieus, waarbij strijders van alle afkomsten en etniciteiten zich hierbij aangesloten hebben. Er is dus niet een uiterlijk kenmerk van een potentiële radicaal of terrorist. 

Jihadisten zijn weliswaar moslim, maar slechts een miniem gedeelte van de moslims wereldwijd steunt het jihadisme. En niet alleen overwegend liberale, maar ook veel uiterst conservatieve moslims verwerpen de gewelddadige jihad en proberen radicalisering te bestrijden. Een ‘islamitisch’ uiterlijk hoeft dus geenszins een kenmerk te zijn van een radicaal. Velen met een islamitisch uiterlijk bestrijden juist radicalisering. En de daders van 11 september hadden juist dusdanig hun uiterlijk aangepast dat ze er ‘Westers’ uitzagen. 

Daarnaast worden vaak personen met een ‘bruin’ uiterlijk geprofileerd, maar de Tsarnaev broers die verantwoordelijk waren voor de aanslagen in Boston waren blank. Ook is een groot deel van de vrouwelijke Nederlandse Syriëgangers bekeerling, net als de meerderheid van de Franse en Italiaanse jihadisten. Ras en etniciteit zijn dus eveneens geen kenmerken waarop geprofileerd kan worden.  

Terroristische groeperingen rekruteren verder potentiële jihadisten niet alleen uit bevolkingsgroepen die afkomstig zijn uit landen waar de bevolking overwegend moslim is, maar ook onder minderheden in niet-moslimlanden. Sommigen van hen komen van buiten Europa binnen, maar de meesten zijn ‘homegrown’ jihadisten. Ook op afkomst profileren zal dus geenszins helpen.  

Uiteindelijk is het alleen gedrag waarop geprofileerd kan en zou moeten worden. Verdachte gedragingen, wat ertoe leidt dat men onraad ruikt. En daarbij ook gedrag wat kenmerkend is voor radicalisering, en waarbij diegene die radicaliseert, geïnspireerd door het radicale islamisme, steeds extremer wordende aannames maakt, waaronder dat een puriteinse versie van de islam opgelegd zou moeten worden aan de samenleving, dat afvalligen en moslimminderheden vijanden zijn van de islam, dat er een strijd gaande is tussen de islamitische en de Westerse ‘beschaving’, dat de democratie omver geworden dient te worden en er hiervoor in de plaats een Kalifaat zou moeten komen en waarbij het gebruik van geweld in dit proces wordt gerechtvaardigd. 

Het heeft dus geen zin om mannen met baarden of lange gewaden, volledig bedekte vrouwen, mensen van kleur of personen die een conversatie voeren in het Arabisch te zien als mogelijke verdachte personen. In plaats van etniciteit of religie zouden we ons moeten richten op gedrag. Wanneer we dat doen zorgen we er niet alleen voor dat we een grotere kans hebben om daadwerkelijke radicalen eruit te pikken, maar voorkomen we ook dat vele onschuldigen onrechtvaardig behandeld worden. Hiermee maken we de samenleving niet alleen veiliger, maar kan ook een vicieuze cirkel van etnisch profileren, uitsluiting en radicalisering doorbroken worden. 

Cc-foto: drp

Geef een reactie

Laatste reacties (23)