Laatste update 16:24
6.415
140

Socioloog, publicist, programmamaker

Shervin Nekuee(Teheran, 1968) is socioloog, publicist en programmamaker. Hij studeerde aan de Universiteit van Utrecht en woont in Den Haag. Hij publiceert met regelmaat in dag- en weekbladen. Hij schreef De Perzische paradox: verhalen uit de islamitische republiek Iran (2006), uitgegeven door De Arbeiderspers. Op negentienjarige leeftijd vluchtte hij uit Iran, omdat hij weigerde deel te nemen aan de oorlog tegen Irak. Als socioloog, publicist en programmamaker is hij in het bijzonder geïnteresseerd in de culturele en sociale aspecten van de multiculturele samenleving en de politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten. 
Shervin Nekuee, die zijn sporen verdiende zowel in activistische als academische kringen, is curator en programmamaker van het Winternachten internationaal literatuur festival den Haag. Daarnaast is hij artistiek leider van het Mystic Festival Rotterdam, een festival met poëzie, muziek, storytelling en dansrituelen uit de mystieke islam en verwante mystieke tradities uit de hele wereld. Nekuee is verbonden aan het Grote Midden Oosten Platform dat de kennis en ervaring van in Nederland wonende Midden-Oosten deskundigen bij elkaar brengt voor trainingen, analyses en publicaties.

Europa, haar moslims en het wantrouwen

Ik word rood, ik kook van binnen. Het is zo’n moment van een dilemma, laat je het aan je voorbijgaan of zeg je er iets van?

cc-foto: Fred Romero

Eerst twee scénes van ongemak:

1
Parijs 2010. Ik zit met mijn geliefde op het terras van een hotel tegenover het Gare du Nord. Ik ben dan hoofdredacteur van Tehranreview, een tijdelijk online platform dat ik met steun van internationale ngo’s heb opgezet voor gevluchte Iraanse journalisten. Na hun berichtgeving over het vervalsen van de presidentiële verkiezingen in Iran in 2009 (die de toenmalige president Ahmadinejad in het zadel hielden) moesten ze het land uitvluchten. Bang als ze waren om net als vele andere collega’s achter de tralies van de islamitische Republiek te eindigen. Veel van deze journalisten zitten in Parijs en een aantal behoren tot mijn redacteuren.

We worden bediend door een goedlachse ober met een galante, bijna dansende, motoriek. We worden blij van hem en maken een praatje. Ik vraag naar zijn naam. Mustafa heet hij, een echte Parijzenaar met opa en oma’s uit Tunesië. Hij vraagt ons waar we vandaan komen. “Uit Nederland maar geboren en getogen in Iran.” Bij het horen van het woord Iran krijgt zijn glimlach nog meer glans. “Ahmadinejad is mijn held!”. Onze geplooide gezichten bij het horen van deze zin spreken boekdelen. Mustafa voelt de behoefte om toe te lichten: “Je ziet toch wat voor ellende het westen in het Irak van nu verricht? Ze zetten hun koloniale misdaden voort. Ahmadinejad is de enige leider in het Midden-Oosten die niet bang is voor Amerikanen. Een goede moslim!”

Ik heb sterk het vermoeden dat Mustafa’s positieve oordeel over de door alle vrijheidslievende Iraniërs verafschuwde president niets maar dan ook niets met islam te maken heeft en vooral heel veel met een diep-cynische politieke doctrine: “de vijand van mijn vijand is mijn vriend.” Mustafa komt discursief in verzet, door Ahmadinejad te idealiseren, tegen de onrechtmatige invasie van Irak, die voor hem en vele moslims uit landen met een gekoloniseerd verleden, het beeld oproept van terugkeer naar het kolonialisme.

Het gesprek op het terrasje tegenover Gare du Nord valt mij extra pijnlijk omdat ik net terug ben van een bezoek aan het armoedige kamertje waar een dierbare vriend Javad, een van de gevluchte Iraanse journalisten, woont. Ooit een gevierd journalist in eigen land moet Javad een leven in armoede en anonimiteit in dorre buitenwijken van Parijs leiden. Het is een leven tussen voornamelijk tweede en derde generatie moslimmigranten die naar mijn vermoeden, net als Mustafa en om dezelfde redenen, Ahmadinejad een held zouden vinden. Javad zelf is een van meest vrome moslims die ik ken. Het ritme van de islam schenkt hem vrede, concentratie en onbevreesdheid, zoals hij het zelf zo mooi zegt. Javad is ook een hartstochtelijk democraat en voorstander van rechten van alle soorten en maten van minderheden.

2
Den Haag 2015. Ik sta te wachten op een goede vriendin. Ik beschouw haar als mijn jonge zusje, ze is mij erg genegen. Ik heb haar jaren geleden leren kennen toen ze een erg jonge en briljante studente sociale wetenschappen was. Ik gaf een gastcollege over de intellectuele geschiedenis van de politieke islam in Iran. Zij was degene die de meest rake vragen stelde. Na mijn lezing vroeg ik hun docent, “Wie is toch dat meisje? Ik zou zo graag met haar willen samenwerken!”. En zo geschiedde, een jaar later.

Naast haar studie begon zij met mij aan een ambitieus plan om in Amsterdam een kunst- en cultureel centrum over islamitische culturen op te zetten. We wilden een even prestigieus podium zijn als het Institut du Monde Arabe in Parijs, met veel aandacht voor invloed en impact van de culturele canon uit de wereld van de islam op vorming van Europese identiteit, en debat en dialoog over islam en moderniteit. We wilden laten zien hoe door de eeuwen heen Europa en de wereld van de islam verweven zijn en telkens in elkaars spiegel zichzelf definiëren. Het plan vond de gemeenteraad van Amsterdam uiteindelijk toch politiek te riskant, het waren de hoogtijdagen van Wilders en zijn kameraden. Dat was in 2007.

Als telg van een Marokkaans gastarbeidersgezin was het briljante studentje van toen een welsprekend sociologe geworden, acht jaar later, in 2015, bezig met haar promotieonderzoek. Haar onderzoek ging over jonge moslima’s in Nederland en hun verscheidenheid, hoe ieder op eigen manier in de islam houvast en een identiteit vond . Ik had haar lang niet gezien en was razend benieuwd naar haar en haar onderzoek, en nog meer: hoe het voelt om een aanstaande moeder te zijn. Ik weet dat ze in verwachting is.

Wij stappen een hip café in niet ver van een tamelijk witte wijk waar wij beiden wonen. Den Haag is helaas een behoorlijk gesegregeerde stad. En in zulke wijken en dergelijke cafés is men het niet gewend dat een bebaarde man met een Midden-Oosters uiterlijk en een gesluierde vrouw binnenstappen. Des te meer een reden om dat te doen, is stilzwijgend het gedeelde devies van mijn zusje en mij.

Er zit een groot gezelschap aan een lange tafel. Bij onze binnenkomst kijkt een aantal op. Een hoogblonde vrouw uit deze groep zegt niet al te zacht: “Kijk, dit bedoel ik nu, de islamisering van mijn publieke domein.”

Ik word rood, ik kook van binnen. Het is zo’n moment van een dilemma, laat je het aan je voorbijgaan of zeg je er iets van? De zichtbare moslim van ons twee is mijn Marokkaans-Nederlandse zusje met haar sluier, niet ik, de man met lange haren en hipsterbaard. Mijn zusje loopt door, op zoek naar een tafel. Alsof ze niks heeft gehoord. Heeft ze niks gehoord? Moet ik ook doen alsof ik niks gehoord heb? Wat gaat er door haar heen? Ik ben te laf om te vragen, en zij (denk ik) te trots om erover te beginnen. En wellicht denkt ze: “Ik laat me niet wegjagen, ik hoor hier, ik blijf hier, maar ik verlaag mij niet tot mij verantwoorden tegenover elke willekeurig lomperik.”

Mijn zusje en haar levensloop is wat mij betreft een lichtend voorbeeld van hoe emancipatorische Europese kernwaarden ook voor moslims als zij in werking zijn. Het moet gevierd! Toch wordt deze succesvolle emancipatie overschaduwd door hardnekkige islamofobie waarmee haar generatie dagelijks geconfronteerd wordt. Juist zij, die zich als volwaardige burgers mengen in het Europese publiek domein, maken dagelijks afwijzing en wantrouwen mee.

De schaduw van een oude man onder de appelboom
Het uitbreken van de islamitische revolutie in 1978-79 en het aan de macht komen van ayatollah Khomeini kan historisch gemarkeerd worden als de ultieme mediasering en marketing van het islamisme. Al voordat hij na jaren ballingschap triomfantelijk terug zou keren en de Pahlavi-dynastie omver zou werpen, waren zijn foto’s de hele wereld rondgegaan. Een magere grijsaard omhuld door een zwarte mantel in kleermakerszit, koran lezend onder een appelboom in zijn tijdelijke verblijf in een buitenwijk van Parijs. Vanuit een ultieme eenvoud in staat om miljoenen Iraniërs de straat op te sturen.

Het sprak vele avonturiers onder de moslims tot verbeelding. Tot op de dag van vandaag, van radicale imams in alle uithoeken van de wereld van de islam, ook in marginale moskeeën in verwaarloosde wijken van Europese steden, tot aan Bin Laden en Abu Bakr al-Baghdadi, Khomeini heeft een diepe indruk achtergelaten. Zowel in het imago-management en branding als in de retorische stijl van het vertoog van alle wannabe-leiders van de Oemma (islamitische gemeenschap wereldwijd) is de schaduw van de oude man onder de appelboom terug te zien.

Sindsdien is het utopisch islamitische discours als bron voor politieke en geopolitieke mobilisatie wereldwijd ontwaakt. Deze retorisch-politieke machtsfactor levert soms erg verrassende coalities op. Tijdens de Koude Oorlog werd de meest extremistische tak van politieke islam de beste coalitiegenoot van het Westen tegen de Sovjets op het slagveld van Afghanistan. Bin Laden werd in die tijd als een soort islamitische Robin Hood afgebeeld in de westerse media. Zijn jihad (tegen “de goddeloze communisten” toen) was nog “onze jihad”. Oh, ironie.

En vandaag de dag nog.  De exporteur van de meest bloeddorstige terroristen en groothandelaar in de meest rigide en intolerante lezing van de islam wereldwijd, Saoedi-Arabië, is ook de grootste importeur van de dodelijke producten van de wapenindustrie uit het Mekka van het vrije woord, Frankrijk. De burgers van Jemen, slachtoffers van jarenlange bombardementen van Saoedi’s, weten precies wat de bijdrage van Frankrijk aan vrede en stabiliteit in het Midden-Oosten is.

Uit de vicieuze cirkel
Soms lijkt dit alles op een weinig verheffende herhaling. 31 jaar terug ontketende Khomeini met het uitspreken van een fatwa tegen Salman Rushdie een golf van woede tegen het vrije woord onder de moslims wereldwijd. Hij toonde hiermee hoeveel manipulatieve impact hij op de moslims had. En het gaf hem nog meer legitimiteit om in eigen land de vrije geluiden de kop in te drukken. Nu (opnieuw) zijn Charlie Hebdo’s profeetprenten een aanleiding voor iemand als president Erdogan om leiderschap over de moslims op te eisen en in eigen land de eigen positie te versterken. Voor IS en Al-Qaida is het een kans om hun horror-jihadisme een nieuwe impuls te geven.

Dat Frankrijk het hardst wordt getroffen door jihad-terrorisme is niet voor niets. In Frankrijk huist de grootste moslimbevolking van Europa. Dat Europa voor een lange periode een slagveld zou kunnen worden van een dergelijk horror-jihadisme in de komende jaren of niet, hangt af van of de giftige biotoop van islamofobie in Europa gaat groeien of niet. En, of we ruim baan blijven bieden aan oliedollar-sponsoring van het antidemocratisch islam-aanbod. Of dat we er juist voor gaan zorgen dat er ruimte komt voor meerstemmigheid op die markt. De huidige, weinig verheffende monopoliestrijd om “de ware islam” tussen verschillende heethoofden uit het Midden-Oosten heeft wel degelijk ook een economie.

Hoe moeilijk het ook is om de verleiding te weerstaan, Europa moet niet aan het ontwikkelen van een brave uniforme “staats-islam” doen. Dat druist in tegen het liberaal-democratische DNA van Europa en geeft de dictators in het Midden-Oosten, antidemocratische islamisten en horror-jihadisten nog meer argumenten om naar Europa te wijzen als hypocriet en vol moslimhaat.

Het ultieme uitschakelen van extremistische horror-jihad en het islamitisch utopisme waaruit het voortvloeit, vraagt om een moedig democratisch publiek domein dat Europese moslims voluit verwelkomt en ruimte biedt.

Door democratische ruimte te maken voor kritiek vanuit de moslimgemeenschap op het buitenlandbeleid van Europa. Door de eeuwenoude koloniale vooroordelen in Europa over moslims aan de kaak te durven stellen. En ja, ook door ruimte te bieden aan een debat over waar de democratisch begrenzingen van het vrije woord van de ene burger eindigt en het verdedigen van de integriteit van de andere burger begint.

Kortom, we kunnen uit de huidige impasse tussen Europa en haar moslims komen als Europa zodanig haar moslims en hun meerstemmigheid vertrouwen schenkt, dat zij in openheid deel kunnen gaan uitmaken van agendabepaling van nodige debatten binnen de Europese politieke gemeenschap. En als niet alleen aan de braver-dan-brave representanten van hen een blijvende ruimte in het debat wordt gegund.

Zouden Europa en haar moslims de verleiding kunnen weerstaan om én goede moslim én een ware Europese democraat te zijn als onmogelijke combinatie aan te zien?

Ik bel Javad in Parijs. Hij heeft goede hoop. Europese democratieën hebben stevige instituties, ze zullen de moslims beschermen tegen de islamfobie en het overgrote deel van moslims in Europa maakt zich langzaam maar zeker eigen dat ze hun burgerrechten moeten opeisen en deel uit moeten maken van het publieke debat. En dat de burgerrechten die hen beschermen tegen de tirannie van de meerderheid, precies dezelfde zijn die ruimte maken voor zoiets als Charlie Hebdo’s spotprenten van de profeet. Tot zover Javad.

Ik bel mijn Marokkaans-Nederlandse zusje niet, zij is druk bezig met het afronden van haar proefschrift. Haar promotieceremonie ingepland voor volgend jaar behoort tot de horizon van hoop waar ik mij deze dagen graag op richt. Met als kers op de taart het aangezicht van de dan zesjarige pientere dochter, die ongetwijfeld een vreugdedansje gaat maken bij het horen van promoveren van haar moeder tot doctor in de sociale wetenschappen.

Shervin Nekuee is socioloog en senior-adviseur diversiteit en inclusie aan het ministerie van sociale zaken en werkgelegenheid.  Dit stuk is op persoonlijke titel geschreven.


Laatste publicatie van Shervin Nekuee

  • De Perzische Paradox

    Verhalen uit de Islamitische Republiek Iran

    2006


Geef een reactie

Laatste reacties (140)