387
9

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

Europa is nog steeds best belangrijk

Europa is belangrijk genoeg om je voor in te zetten

In een vorig leven was ik betrokken bij de campagne “Europa, Best Belangrijk”. Ik kan me goed de kritiek herinneren die op deze campagne kwam toen we er eenmaal “live” mee gingen: aan de ene kant de mensen die tegen Europa waren die zeiden dat de campagne teveel het goede van Europa benadrukt, maar de grootste tegenstand kwam van de pro-Europeanen, die vonden dat de campagne te weinig het goede van Europa benadrukte.

Beiden hadden gelijk. We hadden de campagne ontworpen op basis van onderzoek naar de mening van de Nederlandse bevolking over Europa, waarbij ongeveer 20 procent van de Nederlanders he-le-maal niets met Europa had, ook 20 procent al he-le-maal overtuigd was dat Europa he-le-maal de toekomst was, terwijl de rest van de Nederlanders best geïnteresseerd (en een beetje kritisch) was ten aanzien van wat er in Brussel gebeurde. “Best Belangrijk” zou dus best bij hen kunnen aansluiten.

Inmiddels zijn we 10 jaar verder, en liggen de extremen verder uit elkaar, maar ik betwijfel of de percentages veranderd zijn. De kritiek heeft zijn weg naar het Europees Parlement gevonden en wordt daar het meest luidruchtig verwoord door Nigel Farage van UKIP. Eloquent, confronterend en soms heeft hij best een punt, maar het zijn toch vooral open deuren die door hem met veel geraas ingetrapt worden, waarbij hij vooral zegt wat de anderen allemaal fout doen, maar niet met oplossingen komt over hoe het dan beter kan, behalve dan “stoppen” en “eruit stappen”. Aan de andere kant heb je Guy Verhofstadt, die het heeft over het einde van de natiestaat en het begin van een echt federaal Europa.

En dan heb ik het nog niet eens over de echte gevaarlijke gekkies. De Gouden Dageraad, om eens een voorbeeld te noemen, of Berlusconi, die voor het gemak afgelopen zondag maar weer eens zei dat “Mussolini toch ook heel veel goeds gedaan heeft”. Het is dan ook terecht dat de Europese Commissie gisteren nog eens waarschuwde voor de invloed van extreem-rechts in de Europese politiek.

De vooruitgang van Europa ligt in een gematigde, kritische, maar opbouwende aanpak. Niet omdat je niet zou moeten kiezen tussen de twee extremen en dan “vanzelf” in het midden uitkomt, maar omdat dat de enige manier is om het goede wat in Europa zit te verbeteren, en dat wat verandering nodig heeft, met elkaar, te veranderen. De enige manier om er sterker uit te komen is door als 27 landen en grote mensen met elkaar te gaan zitten en prioriteiten te stellen. Ik kan er wel een paar noemen: de crisis aanpakken en de economie bevorderen, de veiligheid in Europa en voor Europa vergroten en ten derde (dat moet een Nederlandse hobby worden): de positie van Nederland binnen Europa verbeteren.

Europa is, nog steeds, best belangrijk. Niet belangrijk genoeg om alles voor opzij te zetten en maar naar Brussel te delegeren, niet onbelangrijk genoeg in Nederland stuurs voor ons uit te gaan kijken en roepen dat “hun het maar uit moeten zoeken”, maar belangrijk genoeg om je voor in te zetten en te versterken.

Dit artikel verscheen eerder op de weblog van Robbert Baruch.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)