577
16

Journalist

Paul Sneijder is een gelouterd journalist. Ervaren in binnen- en buitenland, vertrouwd met krant zowel als internet, radio en televisie.

In 1973 begon hij zijn loopbaan bij de Haagsche Courant. Tien jaar later volgde de overstap naar de NOS. Decennia lang was hij voor de Nederlandse televisie een toonaangevend gezicht. Eerst als verslaggever van de politieke redactie, daarna als buitenlands correspondent. Vanaf 1989 in de Verenigde Staten, waar hij onder meer verslag deed van de opkomst van Bill Clinton en de ondergang van Saddam Hoessein in de Eerste Golfoorlog.

In 1997 wisselde hij de Amerikaanse hoofdstad Washington voor de Europese hoofdstad Brussel. Daar was hij als journalist getuige van de introductie van de Euro, de uitbreiding van de EU met Midden- en Oost Europa, het fiasco van de Europese grondwet en de nog altijd voortwoekerende financieel-economische crisis.

Vanuit Brussel deed hij ook verslag van de worsteling van de NAVO met zijn rol in de wereld na de Koude Oorlog. Als correspondent in buurland België berichtte hij over de geruchtmakende Dutroux-affaire en de moeizame strijd tussen Vlamingen en Franstaligen om samen een toekomst te vinden.

Europa mist de vaart der volkeren

Europa bungelt economisch gezien op ruime afstand van de VS, maar ligt ook ver achter bij de opkomende landen als China, Brazilië en India

Ik herinner mij nog goed de euforie van de EU-regeringsleiders toen in maart 2000 in de Portugese hoofdstad de Lissabon-strategie werd gepresenteerd. Europa zou de meest dynamische en concurrerende kenniseconomie van de wereld worden. En dat binnen tien jaar.

Wim Kok was toen premier en die wist dat dankzij computers en internet (‘in iedere klas een computer’) de toekomst kon worden opgejaagd. Hoewel zelf op dat moment geen computergebruiker, was hij overtuigd van de zegeningen van de digitale technieken. Europa voorop in de vaart der volkeren.

In feite kwam Europa er toen al achter aan gehobbeld. Direct na zijn aantreden als vice-president van de Verenigde Staten in 1992 zorgde Al Gore met zijn pleidooi voor een ‘information superhighway‘ voor een kickstart van internet. Eerst in Amerika, later overgenomen in de rest van de wereld.

Groei
In 2000 – na de introductie van de euro en jaren van voorspoed – sprong dus ook de Europese Unie op die trein. Naast de digitale revolutie zouden economische en sociale hervormingen ervoor zorgen, dat in de EU zeventig procent van de mensen aan het werk zouden zijn, hetgeen zou resulteren in een economische groei van drie procent per jaar. Het verdienen zou het potverteren definitief in de ban doen.

Maar gaandeweg bleek de werkelijkheid weerbarstiger dan verwacht of gehoopt. Tot tweemaal toe werd de Lissabon-strategie bijgesteld om de nadruk scherper te leggen op het creëren van banen. ‘Groei en werk’ werd het motto, maar in plaats van ‘groei en werk’ leverde de Lissabon-strategie vooral papier op. Stapels papier. ‘Genoeg om de vergaderzaal van de Europese Raad mee te vullen’, merkt toenmalige EU-ambassadeur Ben Bot ooit cynisch op.

20-20
Toen in 2010 bleek dat Europa niet de hemel op aarde was geworden, ging de strategie verder onder een andere naam ‘de Europa 20-20 strategie’. De ambitie om ‘De’ meest dynamische en concurrerende kenniseconomie werd terzijde geschoven, het gaat er nu meer om ‘Een concurrerende, sociale, duurzame markteconomie’ te worden. Meer onderzoek en ontwikkeling, beter onderwijs en de ‘digitale agenda’ van commissaris Neelie Kroes zijn een paar van de ‘vlaggenschippen’, die Europa tot voorbij de horizon moeten sturen.

Maar die horizon is nog mijlenver weg en het is helemaal de vraag of Europa er ooit zal geraken. Europa bungelt economisch gezien op ruime afstand van de VS, maar ligt ook ver achter bij de opkomende landen als China, Brazilië en India. Een economische groei van één misschien anderhalf procent is het best haalbare.

De Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble zei het dit weekeinde bij de jaarvergadering van het IMF in Washington zo (aldus de Volkskrant): ‘Wie denkt dat Europa als aanjager van de groei zal fungeren, moet ik toch gebrek aan realisme verwijten.’ Eurogroep-voorzitter en onze minister Jeroen Dijsselbloem sloot zich hierbij aan.

Kwalen
Het oude continent kampt met teveel oude kwalen. Bondskanselier Angela Merkel had het eind vorig jaar al eens laten uitrekenen: In Europa woont 7 procent van de wereldbevolking, die samen goed is voor 25 procent van het globale bbp, dus een kwart van alles wat er op aarde door iedereen samen wordt verdiend. Maar diezelfde 7 procent van de wereldbevolking financiert met dat geld 50 procent van wat er wereldwijd aan sociale zekerheid wordt uitgegeven.

En aan dat cijfer is weinig ‘dynamisch’, laat staan ‘concurrerend’.

Geef een reactie

Laatste reacties (16)