562
12

Voorzitter Jonge Democraten

Nikie van Thiel (1989) is sinds oktober 2011 voorzitter van de Jonge Democraten (JD), de politieke jongerenorganisatie gelieerd aan D66.
Nikie groeide op in het zuiden van Nederland. Nadat zij in 2007 het Stedelijk Gymnasium in Nijmegen afronde, behaalde ze haar bachelordiploma International Economics aan de Universiteit van Maastricht. Tevens studeerde ze een semester in Singapore. Momenteel is ze masterstudent aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens haar voorzitterschap wil ze zich vooral richten op Europese democratie en de pensioenproblematiek in Nederland, zonder daarbij andere belangrijke thema's uit het oog te verliezen.

Europa voor Europeanen

Uit de analyses en motivaties die de meeste politici naar voren brengen blijkt dat de liefde voor Europa ver te zoeken is

Europa domineert meer dan ooit te voren de kranten, de journaals en menige discussie. Experts en politici zijn in grote getale tot de conclusie gekomen dat een aantal stappen tot verdergaande Europese integratie onvermijdelijk zijn. Niet per se omdat een verenigd Europa voor hen een nastrevenswaardig doel is, maar omdat ze onderkennen dat de muntunie niet kan functioneren zonder een politieke structuur op datzelfde niveau. Aangezien het uiteen laten vallen van de muntunie tot teveel economische schade zou leiden om een reële optie te zijn, wordt uit praktische noodzaak een verenigd Europa nagestreefd.

Uit de analyses en motivaties die de meeste politici naar voren brengen om hun keuzes van de afgelopen tijd op dit vlak toe te lichten, blijkt dat de liefde voor Europa ver te zoeken is. Zo heeft CDA fractievoorzitter Van Haersma Buma laten weten dat aangezien de wereld zich niet aanpast aan zijn standpunten, een verdere overdracht van bevoegdheden naar Europa onvermijdelijk is. En de PvdA “is bereid het noodzakelijke te doen om de Euro overeind te houden.” Verder is het geen geheim dat ook een groot deel van de Nederlandse bevolking, evenals de bevolking van veel andere Europese landen, niet staat te springen bij het idee om een deel van de nationale soevereiniteit over te dragen aan Brussel, Straatsburg of Frankfurt. Of waar Europese machthebbers zich dan ook bevinden.

In dit laatste punt schuilt een groot probleem.

Op dit moment lijken veel van de beslissingen op Europees niveau genomen te worden door Angela Merkel en Nicolas Sarkozy, aangevuld met de andere zes leden van de Frankfurtgroep. Niet omdat ze een functie bekleden waarbij dit tot hun expliciete takenpakket hoort, maar omdat dit nu eenmaal zo uitkomt. De financiële markten reageren op hun besluiten en de kranten staan er vol mee.
Het gevolg is dat de burger het gevoel heeft overgeleverd te zijn aan politici en bestuurders die hij of zij niet zelf heeft kunnen verkiezen. Zij moeten een crisis op lossen die ontstaan is door speculanten op de financiële markt, waar ze ook al geen directe macht of controle op uit oefenen.

De Jonge Democraten zijn uitgesproken pro Europa. Niet alleen de laatste maanden en uit praktische noodzaak, maar al jarenlang en uit overtuiging. De huidige stappen richting verdere Europese integratie zouden ons dan ook als muziek in de oren moeten klinken. Maar dit is niet zo.

Misschien nog belangrijker dan het ideaal van een verenigd, federaal Europa is ons streven naar een op legitieme, democratische manier bestuurde samenleving. Een Europa van Europeanen, niet alleen van Duitsers, Fransen en hun leiders. Op dit punt dreigen wij eerder stappen terug te zetten dan vooruit.

Over een ding is iedereen het inmiddels eens: de begrotingsdiscipline moet strakker worden gehandhaafd. Over de manier waarop deze discipline moet worden afgedwongen verschillen de meningen. Voor het voorstel van de voorzitter van de Europese Raad, Herman van Rompuy, zou geen tijdrovende verdragswijziging nodig zijn aangezien nationale parlementen niet geraadpleegd hoeven te worden. Dit plan zou echter geen automatische sancties tegen landen bevatten die hun tekorten laten oplopen, en de afdwingbaarheid is beperkt. Merkel en Sarkozy zouden graag zien dat er wel automatisch Europese sancties komen tegen landen die zich niet aan de begrotingsregels houden.

De democratische legitimiteit van al deze voorstellen is gering. Maar het is goed denkbaar dat in de nabije toekomst via deze nieuwe Europese weg bepaalt wordt wat ‘onverstandig’ economisch beleid is en aan welke regels Europese landen zich moeten houden. Misschien vindt Brussel het Nederlandse pensioenbeleid wel slecht, of het erfpachtbeleid van Amsterdam. Als Nederlands burger wil ik daar iets over te zeggen hebben. Hiervoor hoeven deze voorstellen niet meteen te worden afgeschoten, maar ze moeten wel worden gewijzigd. Bijvoorbeeld eerst open en hoofdelijke verkiezingen van de Eurocommissarissen door het Europees Parlement, en daarna pas meer bevoegdheden.

Ook wij willen uiteraard niet dat rentes op staatsleningen verder oplopen of dat (euro)landen failliet gaan. Maar we kunnen niet accepteren dat onder de noemer van crisismanagement onze democratische waarden overboord worden gegooid. Dat tijdens het paniekvoetbal dat in deze crisis wordt gespeeld instituties worden gecreëerd die elke democratische legitimiteit ontberen. Dat er op Europees vlak opnieuw ondoordachte stappen worden gezet, waardoor we over enkele jaren zonder twijfel geconfronteerd zullen worden met de ernstige bestuurlijke en democratische tekortkomingen van een systeem dat wij zelf hebben gecreëerd.

Liefde voor Europa is geen kip-ei verhaal, zoals sommige politici ons willen laten denken. Democratische legitimiteit is noodzakelijk, zodat burgers hun vertegenwoordigers kennen en zodat zij de beslissing over Europa kunnen maken. Alleen dan kan de liefde tussen samenleving en Europese Unie pas echt tot bloei komen.
Nikie van Thiel (voorzitter van de Jonge Democraten) schreef dit stuk samen met Robert Wintraecken (Internationaal Secretaris in het landelijk bestuur van de Jonge Democraten).

Geef een reactie

Laatste reacties (12)