920
25

Europarlementariër voor D66

Matthijs van Miltenburg (1972) is sinds 2014 Europarlementariër voor D66. Hij is lid van de parlementaire commissie Regionale Ontwikkeling (REGI) en plaatsvervangend lid van de commissies Vervoer & Toerisme (TRAN) en Interne Markt en Consumentenbescherming (IMCO).

Naast de parlementaire commissies is Matthijs van Miltenburg delegatielid in de Europees-Latijns Amerikaanse parlementaire assemblee en lid van de delegaties voor de betrekkingen met Brazilië, Chili en de Mercosur-landen.

Na zijn studies internationaal recht en juridische bestuurswetenschappen aan de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg was Matthijs van Miltenburg onder andere werkzaam als jurist en beleidsmedewerker internationale zaken bij het toenmalige Ministerie van Verkeer en Waterstaat.

In 2001 emigreerde hij naar het Franse Aix-en-Provence waar hij als adviseur en consultant werkzaam was op het gebied van Europese (structuur)fondsen.

In 2007 keerde hij terug naar Nederland om bij de provincie Noord-Brabant aan de slag te gaan als senior beleidsadviseur internationale zaken en later als projectmanager buitenlandse investeringen bij de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij.

In 2010 werd Matthijs van Miltenburg verkozen tot lid van de gemeenteraad in ‘s-Hertogenbosch en in mei 2014 tot lid van het Europees Parlement.

Matthijs van Miltenburg is namens de ALDE coördinator van de commissie Regionale Ontwikkeling. Hij is onder meer verantwoordelijk voor dossiers over het cohesiebeleid en de Europese Structuur- en Investeringsfondsen.

In de commissie Vervoer & Toerisme zet hij zich onder meer in voor duurzame mobiliteit, één Europees luchtruim (‘Single European Sky’) en voor passagiersrechten in de luchtvaart.

Verder is hij namens ALDE woordvoerder op de dossiers over luchtvaartveiligheid, drones en het luchtvaartverdrag tussen de Europese Unie en Turkije.

Europees geld besteden: van spenderen naar investeren

Nederland staat bij bijna alle cohesielanden in de top 10 van grootste handelspartners

cc-foto: European Parliament / Pietro Naj-Oleari

Europese integratie had altijd tot doel om de samenhang tussen landen, en tussen regio´s in die landen, te versterken. Het cohesiebeleid speelt daar een sterke rol in. Door honderdduizenden projecten door heel Europa financieel te ondersteunen, kunnen we het verschil maken, economisch, sociaal en maatschappelijk. Projecten op bijvoorbeeld het gebied van circulaire economie, openbaar vervoer of schoon drinkwater.

Bij deze ondersteuning is het gouden principe altijd dat de EU een percentage van de kosten als subsidie geeft, en dat de lidstaten de rest zelf opbrengen. In totaal investeert de EU tussen 2014 en 2020 bijna 350 miljard euro in deze projecten en leggen de lidstaten daar nog eens 130 miljard euro bij. Europese steun komt altijd bovenop nationale en regionale inzet – niet in de plaats daarvan.

Vanzelfsprekend hebben de minder ontwikkelde regio’s, vaak in de zogenaamde ‘cohesielanden’ in Oost- en Zuid-Europa, altijd meer geld ontvangen dan de beter ontwikkelde regio’s in Noordwest-Europa. Voor sommige landen is zelfs bijna 60 procent van de totale overheidsinvesteringen afkomstig uit Europese subsidiepotten.

Maar in een eengemaakte markt is cohesiebeleid een investering in groei voor iedereen. Nederland staat bij bijna alle cohesielanden in de top 10 van grootste handelspartners. Investeringen in de economie van bijvoorbeeld Roemenië, leveren dus indirect ook winst en banen op voor Nederlandse bedrijven.

Meer dan geld
Europees geld op zich is niet voldoende. De investeringen moeten ondersteund worden door nationale inspanningen en aansluiten bij het bredere Europese beleid – dus gefocust op klimaat, innovatie, structurele economische hervormingen en sociale gelijkheid. De Europese Commissie deed in haar voorstellen voor een modern cohesiebeleid precies dat en kwam met nieuwe regels. Zo zou het niet meer mogelijk zijn om Europees geld te gebruiken voor klimaatvervuilende investeringen zoals vuilverbrandingsovens, vuilstortplaatsen, en fossiele brandstoffen. Daarnaast werden er strenge regels gesteld aan investeringen in vliegvelden, woningbouw en grote bedrijven. En landen zouden zich aan de begrotingsregels moeten houden en de noodzakelijke hervormingen van hun economieën doorvoeren.

Helaas beweegt het Europees Parlement in een andere, verkeerde richting.

Bij de laatste stemming werd ervoor gekozen lidstaten veel meer flexibiliteit te geven in de besteding van de cohesiegelden. Weg focus, en via de achterdeur kwamen ongewenste uitgaven weer terug binnen. Ze kunnen blijven investeren in vuilverbrandingsovens en vuilstortplaatsen. Men wil subsidie blijven geven aan de belangrijkste regionale luchthavens van de EU, terwijl uit bijvoorbeeld studies van de Europese Rekenkamer (2014) blijkt dat slechts 4 van de 20 luchthavens waarin met Europese subsidie geïnvesteerd is, winstgevend zijn. En de mogelijkheden om geld te geven aan grote bedrijven werd nog uitgebreid.

Het risico op verspilling is groot, net nu Europa de voorbije jaren zoveel bijleerde over welke uitgaven wel rendeerden, en welke niet. Zo zijn er geweldige projecten op het gebied van circulaire economie, waterbeheer of afvalinzameling. Een mooi voorbeeld is een project van de provincie Limburg, waarbij in samenwerking met Belgische en Duitse buren met Europees geld geïnvesteerd is in vijf verschillende soorten plasticvangers die in de Maas geïnstalleerd zijn. Duurzaamheid, innovatie én grensoverschrijdende Europese meerwaarde, dat moet de rode draad van het Europese cohesiebudget zijn.

Met dit soort voorbeelden kunnen we een Europees investeringsbeleid ontwikkelen dat ons helpt de uitdagingen van de toekomst het hoofd te bieden, op het gebied van klimaat, banengroei, het vervolmaken van de interne markt. Maar dan moeten we wel keuzes maken. Keuzes voor projecten die een stevige Europese inbreng meer dan waard zijn.

Het Europees Parlement liet zich van z’n zwakste kant zien, maar de onderhandelingen met regeringen beginnen pas. Vandaag vergaderen de Europese ministers informeel over de toekomst van het cohesiebeleid. Vanuit Den Haag zal het Commissievoorstel voor meer focus hopelijk alle steun krijgen: wij hebben lessen getrokken uit het verleden, en we investeren alléén in de toekomst.

Geef een reactie

Laatste reacties (25)