469
27

Global Political Analyst

Andy Langenkamp werkt als Global Political Analyst voor ECR Research (www.ecrresearch.com) en Interest & Currency Consultants (www.icc-consultants.nl). Hij volgt de internationale politieke ontwikkelingen die van invloed zijn op rente- en valutakoersen. Zijn bevindingen worden intern gebruikt voor visievorming en Andy schrijft wekelijks de Global Political Analysis voor klanten. Daarnaast schrijft hij een blog voor de Huffington Post (http://www.huffingtonpost.com/andy-langenkamp) en publiceert hij met enige regelmaat in nationale en internationale media, zoals de Financial Times, the Guardian, RealClearPolitics, EUObserver, European Voice, de Volkskrant, Trouw, de GPD-bladen en het Financieele Dagblad.

Europese militaire integratie: schot in de roos

Het momentum is aanwezig en Nederland kan een belangrijke rol spelen gezien ruime ervaring met militaire samenwerking over de grenzen

De NAVO-top in Chicago heeft wederom duidelijk gemaakt dat we militaire samenwerking in Europa breder moeten trekken en verdiepen. Nederland heeft baat bij Europese militaire eenheid om politieke-strategische, economische en moreel-juridische redenen.

Europa leunt traditioneel op de VS voor de eigen veiligheid en mondiale vrede en stabiliteit. Maar de VS richten hun blik steeds meer op Azië; Europa moet meer voor zichzelf zorgen. Het kan alleen een geloofwaardig alternatief bieden voor de Amerikaanse paraplu als het de handen ineen slaat.
De Amerikaanse paraplu bood en biedt(?) overigens voornamelijk bescherming tegen traditionele dreigingen. Daar zijn gevaren bijgekomen die het best via grensoverschrijdende militaire samenwerking aangepakt worden. Als Nederland daarin een voortrekkersrol vervult, profiteert het ook het meest van nauwere samenwerking. Denk daarbij aan de strijd tegen (cyber)terrorisme en internationale georganiseerde misdaad.

Een Nederlandse voortrekkersrol versterkt het Nederlandse prestige en opent deuren die normaal gesproken gesloten blijven. De benoeming van Jaap de Hoop Scheffer als Secretaris-Generaal van de NAVO en G20-uitnodigingen waren grotendeels te danken aan onze aanwezigheid in Uruzgan.

Tot slot kan Nederland een impuls geven aan algehele Europese integratie. Door militaire samenwerking, ontstaan spill-over effecten naar andere beleidsterreinen. Juist door elkaar te vinden op wat voorheen het exclusieve speelterrein was van nationale overheden, wordt meer onderling vertrouwen en begrip gekweekt. Dat kan geen kwaad nu de EU alles op alles moet zetten ter overwinning van een existentiële financiële crisis.

Economische omstandigheden pleiten voor militaire integratie. Sinds begin jaren negentig staat het Nederlandse defensiebudget onder grote druk. Dat geldt niet alleen voor Nederland; zelfs militaire zwaargewichten Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk voeren zeer forse bezuinigingen door. Deze komen in een tijd waarin militaire operaties duurder worden, doordat operatiegebieden verder van huis liggen en over moeilijk begaanbaar terrein en barre klimatologische omstandigheden beschikken. De gemiddelde kosten voor een militair van EUFOR in Tsjaad en de Centraal Afrikaanse Republiek lagen drie keer zo hoog als van een militair van KFOR in Kosovo. Waar de portemonnee steeds dunner wordt, daar lopen de rekeningen snel op. Alleen diepgaande samenwerking met de bijbehorende schaalvoordelen kan dit opvangen.

Naast politiek-strategische en economische beweegredenen, vormen juridische en moreel-idealistische overwegingen redenen voor militaire integratie. Nederland heeft de constitutionele plicht tot bevordering van internationale orde en vrede. Nederland kan dit alleen als de EU verwordt van uit de kluiten gewassen kat tot indrukwekkende leeuw die naast economische en politieke macht ook over effectieve militaire macht beschikt. Naast de Grondwet, geeft ook het Verdrag van Lissabon Nederland voldoende aanleiding om meer werk te maken van defensiesamenwerking. Het verdrag bevat namelijk o.a. een solidariteits- en bijstandsclausule.

Recente voorbeelden bewijzen dat de EU een schreeuwend en beschamend gebrek aan militaire efficiëntie en effectiviteit heeft vanwege fragmentatie, gebrekkige daadkracht en politieke spelletjes. Zij stelde teleur bij overstromingen in Roemenië (2005), bosbranden in Portugal en Griekenland (2009), de chemische ramp in Hongarije (2010) en bij de overstromingen in Pakistan en aardbeving in Haïti.

Militaire integratie levert dus veel voordelen op, maar is het ook haalbaar? Het antwoord hierop is een volmondig ‘ja’. EU-lidstaten hebben de afgelopen jaren al voorgesorteerd op militaire eenheid. Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk sloten een historisch defensieakkoord waarbij zelfs de mogelijkheid is gecreëerd tot samenwerking op het gebied van kernwapens en vliegdekschepen. Ook in andere verbanden hebben EU-lidstaten laten zien niet vies te zijn van militaire toenadering. Denk aan het Belgisch-Nederlandse Marin hoofdkwartier, het Duits-Nederlandse Legerkorps en de geïntegreerde luchtwaarneming van de Baltische staten.

Het momentum is aanwezig en Nederland kan een belangrijke rol spelen gezien ruime ervaring met militaire samenwerking over de grenzen. Dat er veel te halen valt, blijkt uit het feit dat 90% van de bestedingen aan militaire research in Europa en 80% van de materiaalinvesteringen plaatsvindt binnen de nationale grenzen. Om vooruitgang te realiseren, is geen compleet nieuwe bureaucratie nodig. Via het Europees Defensie Agentschap (EDA) en al bestaande Battle Groups kunnen militaire vereisten, onderzoeksinspanningen en investeringen samengebracht en gecoördineerd worden.

Alternatieven voor verdere integratie bestaan niet. Zoals gezegd verplaatsen de VS de aandacht naar Azië, waardoor de NAVO aan belang inboet. Bovendien zijn niet alle EU-staten lid van het Atlantisch bondgenootschap. Bestaande voornamelijk bilaterale samenwerkingsverbanden bieden ook geen uitweg, omdat die blijven kampen met grote overlappingen, Europese coördinatieproblemen, afstemmingsproblemen met andere internationale organisaties, tekorten aan middelen en gebrekkige crisismanagementstructuren. Terugtrekken binnen de nationale grenzen en de eigen verdediging unilateraal regelen is eveneens niet mogelijk in een globaliserende wereld. De grootste uitdagingen zijn grensoverschrijdende dreigingen. Deze kunnen alleen het hoofd worden geboden via meer en niet minder samenwerking.

Alleen via verdere militaire integratie kan Nederland militair geloofwaardig en invloedrijk zijn in een geglobaliseerde wereld om nationale en internationaal gedeelde waarden en belangen te versterken en de kerntaken van de krijgsmacht te realiseren: bescherming van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied, bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit en ondersteuning van civiele autoriteiten bij rampenbestrijding. Drie taken die tot doel hebben de materiële en ideële belangen te behartigen van een middelgrote mogendheid, een klein land, de zestiende economie van de wereld en de negende exportnatie.

Kortom, voor Nederland is het verstandig defensie allereerst als multinationale en pas daarna als nationale taak te zien. Daarbij moet samenwerking gebaseerd worden op wat nodig is en niet op wat mogelijk lijkt.

Geef een reactie

Laatste reacties (27)