1.648
32

Docent Europees Recht

Maarten is docent Europees Recht aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Hiervoor studeerde hij internationale economie en het Amerikaanse
buitenlands en veiligheidsbeleid als Fulbright Scholar aan de Johns
Hopkins University School of Advanced International Studies (SAIS) te
Washington, D.C. Maarten behaalde cum laude zijn Bachelor in de
internationale betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen, waar
hij zich specialiseerde in Europees recht en Europese integratie.

Europese militaire samenwerking is nodig: voor het geval dát

Alleen Amerika is bereid en in staat tot militair ingrijpen in Azië, daar moeten we dankbaar voor zijn, maar beter nog slaat Europa zelf de handen ineen

De toegenomen spanningen in de Oost-Chinese Zee tonen aan hoezeer Europa nog leunt op Amerika voor het waarborgen van de liberale wereldorde. Hiervoor moeten we Amerika dankbaar zijn. Helaas zal deze dankbaarheid niet leiden tot diepere integratie op defensiegebied tijdens de aankomende top van de Europese Raad. Dat is een gemiste kans.

Onlangs breidde China unilateraal haar luchtverdedigingszone uit in de Oost-Chinese Zee. China eist dat buitenlandse vliegtuigen die door de nieuwe zone vliegen – waar ook de betwiste Senkaku-eilanden liggen – zich melden bij de Chinese autoriteiten. Doen zij dit niet, dan kunnen er defensieve noodmaatregelen getroffen worden door het Chinese leger.

Toegenomen spanningen
Deze actie is één van velen in een reeks van acties die diverse landen in Azië hebben genomen die hebben geleid tot toegenomen spanningen. Zo heeft China in januari van dit jaar via radar een Japanse legerhelikopter en torpedobootjager ‘gelockt’, wat inhoudt dat China met één druk op de knop een doelgerichte aanval had kunnen uitvoeren. Een dergelijke radar lock is zeer ongebruikelijk. Op haar beurt heeft Japan aangegeven Japan militaire uitgaven te zullen verhogen, waarmee ze onder meer drones willen aanschaffen en nieuwe mariniers willen opleiden.

Gelukkig trotseerde de Amerikanen de nieuwe unilaterale declaratie meteen. De VS lieten twee B52-bommenwerpers door de luchtverdedigingszone vliegen zonder China daarvan op de hoogte te stellen. Een paar dagen later volgde Japan en Zuid-Korea met soortgelijke acties. Dankzij de snelle reactie van de Amerikanen werd de toepasbaarheid en de legitimiteit van de zone de facto ondermijnd.

Militaire macht
Deze kleine, maar belangrijke actie, onderstreept de rol van militaire macht in het waarborgen van de liberale wereldorde. Amerika en Europa hebben beiden geen belang bij een militair conflict in Azië, maar alleen Amerika is bereid en in staat om spanningen in de regio te verminderen.

Europa moet Amerika hier dankbaar voor zijn, maar meer nog dan dat, zou Europa dit moment moeten aangrijpen om tot diepere militaire samenwerking te komen tijdens de aankomende top van de Europese Raad over het gemeenschappelijke buitenlands en veiligheidsbeleid. Hiervoor zijn twee belangrijke redenen. Allereerst zijn het Amerikaanse publiek en Amerikaanse beleidsmaker steeds minder bereid tot internationaal optreden, waarvan de Europees geleide missie naar Libië en het uiteindelijke afzien van militair ingrijpen in Syrië door de VS getuigen. Europa zal simpelweg minder op de VS kunnen leunen in de komende eeuw. Ten tweede leert de geschiedenis ons dat een militair conflict in de komende eeuw tot de mogelijkheden behoort. De 17e, 18e, 19e en 20e eeuw werden allemaal gemarkeerd door grote oorlogen, en het is niet geheel onmogelijk dat dit ook in de 21e eeuw het geval is.

Kwaad bloed
Hoewel we binnen Europa oorlog praktisch onmogelijk – en filosofisch bijna ondenkbaar – hebben gemaakt, wil dat niet zeggen dat dit ook geldt voor andere regio’s. In Azië leeft men niet in een utopisch vredesparadijs. Er heerst nog veel kwaad bloed tussen de Aziatische landen vanwege vroegere militaire conflicten. Zo zijn de Zuid-Koreanen en Chinezen nog immer boos op Japan vanwege haar imperiale verleden, en hebben diverse landen onderling territoriale geschillen. Europa moet dan ook bereid en in staat zijn tot internationaal militair optreden, voor het geval dát.

Momenteel zijn wij dit niet. Europa besteedt circa 40 procent van wat Amerika besteedt aan defensie, maar krijgt daar slechts 10 procent Amerikaanse operationele capaciteit voor terug, aldus denktank Carnegie. Zo kwamen de Europese mogendheden tijdens de missie in Libië doelwitten tekort door slecht functionerende inlichtingendiensten, terwijl Frankrijk in Mali logistieke steun van Amerika en Canada nodig had om nota bene haar eigen troepen te vervoeren.

Ondanks de noodzaak tot diepere integratie zijn de verwachtingen laaggespannen voor de komende top. In de media wordt het feit dat er überhaupt over het GBVB wordt gesproken als winst neergezet. Dus Amerika, we zijn je dankbaar, maar verwacht alsjeblieft niet te veel van ons.

Geef een reactie

Laatste reacties (32)