476
18

Europarlementariër PvdA

Thijs Berman is afgestudeerd ontwikkelingspsycholoog. Hij studeerde een jaar in Frankrijk en daar ging hij na zijn studie ook werken als correspondent voor ondermeer De Groene Amsterdammer, het NOS Radio1journaal, TweeVandaag en het Agrarisch Dagblad. De politiek riep en in 2004 werd Berman voor de PvdA Europarlementarier. Voor de Europese Verkiezingen van 2009 was hij lijsttrekker namens de PvdA.

Europese regeringsleiders weten zich geen raad met deze crisis

Grootste uitdaging is controle over de banken

In hun onmacht om de crisis te bezweren maken de in grote meerderheid conservatieve regeringen in Europa rare sprongen. Sarkozy probeert met Merkel ondanks onderlinge verschillen als vanouds een Europese deal op te dringen aan de andere lidstaten, aankomend weekend tijdens de top van Europese regeringsleiders. Geruchten zoemen al rond. Het noodfonds wordt verhoogd, banken worden geherkapitaliseerd en landen moeten harder gaan bezuinigen. Maar waar blijft de fundamentele hervorming van de financiële sector? En waar blijven de voorstellen om de zwakke landen met ons te kunnen laten concurreren? Naast het zwakke, weinig moedige optreden tegenover de crisis tonen de regeringsleiders dat ze niet in staat zijn om de crisis op een sociaal aanvaardbare manier te bezweren. Het is aan progressieve leiders om gezamenlijk een alternatief te bieden.

1.) De banken. Voor de tweede keer zullen banken gered moeten worden van financiële schokken, financiële turbulentie en gebrek aan liquiditeit in de geldhandel. Allemaal technische termen die de essentie verhullen: het financiële stelsel heeft ons jarenlang een wankele welvaart gebracht met de verkoop van rommel en lucht. Een gezonde financiële sector, die bedrijvigheid financiert en ons geld verantwoordelijk beheert is daarbij van fundamenteel belang. Als we de banken via belastinggeld ondersteunen omdat ze te belangrijk voor ons zijn om failliet te gaan, dan moeten we er ook voor kunnen zorgen dat ze veilig en verantwoord opereren, in dienst van de samenleving. Ronald Plasterk somde de noodzakelijke en uitvoerbare maatregelen helder op (VK 18/10).

2.) Gezamenlijke uitgifte van staatsobligaties. Wat de financiëel zwakke lidstaten volgens de sociaaldemocraten in het Europees parlement nodig hebben, naast een gezonde staatshuishouding, is toegang tot goedkoop kapitaal. Momenteel kunnen landen als Griekenland, Ierland en Portugal geen geld lenen op de financiële markten, omdat de rentes absurd hoog zijn. Alleen dankzij Europese garanties kunnen ze momenteel nog geld lenen. Deze noodinjecties kunnen we beter vervangen door het aangaan van een structurele verbintenis. Alleen dat zal voldoende vertrouwen wekken. Indien de Eurolanden een klein deel van hun schuld – al is het maar tien of twintig procent, en veel lidstaten verzetten zich tegen een grotere samenbundeling – als 1 schuldpapier uitzetten op de financiële markt, hoeven de zwakke lidstaten over dat deel geen torenhoge rentes te betalen. Dan kunnen ze het uitgespaarde geld besteden aan hervormingen en investeringen in hun economie. Misschien gaat de rente voor landen als Nederland dan wat omhoog, maar er zijn genoeg economen die dat betwijfelen en daar staat tegenover dat we economische stabiliteit creëren met een helder politiek signaal van verbondenheid. We zijn dan bovendien af van een constante discussie om meer geld in het noodfonds EFSF te pompen om geloofwaardig te zijn. Euro-obligaties veranderen weinig aan de verantwoordelijkheid die we al op ons genomen hebben. We staan nu al garant voor de schulden van de zwakke lidstaten, ook al doen politieke leiders het in de hoofdsteden graag anders voorkomen.

3.) A European Deal. Wat er nu gebeurt is het kapot bezuinigen van kwetsbare economieën. De sociale gevolgen zijn direct zichtbaar. De zwakke lidstaten hebben een economische kickstart nodig. Dat kunnen ze niet alleen. Binnenlandse hervorming van de arbeidsmarkt is hun eigen verantwoordelijkheid – een land als Spanje zal de torenhoge jeugdwerkloosheid snel moeten aanpakken en kan daarbij misschien wat leren van het succesvolle Nederlandse beleid. Maar er is meer nodig. Het kapitaal van de Europese Investeringsbank (EIB) kan worden verhoogd om grote infrastructurele projecten mede te financieren en werkgelegenheid te creëren. De EIB is een veilige bank, die nog nooit verlies heeft geleden. Het levert ons op termijn dus dubbel zoveel geld op.

4.) Een versterkte rol voor de Europese Commissie. Lidstaten hebben laten zien dat ze economisch moeilijk 1 kant op kunnen denken. Maar zonder gezonde EU is exportland Nederland chronisch ziek. De Europese Commissie zal dan ook toezien op de gevolgen die (slecht) nationaal economisch beleid heeft op de economie van de Eurozone. En inderdaad, daar horen in het uiterste geval sancties bij, maar die zijn toch vooral bedoeld voor koppige, grote lidstaten als Frankrijk en Duitsland, die zich weinig laten opleggen door de kleintjes. We moeten voorkomen dat we verzanden in een quasi-flinke discussie wie het hardst kan straffen. We moeten de aandacht vestigen op economische groei met een centrale rol voor de Europese Commissie om lidstaten te houden aan gemaakte afspraken.

De top van aankomend weekend zal geen structurele oplossingen voor onze toekomst brengen. Je kunt je nu eenmaal niet uit een crisis bezuinigen. Het blijft daardoor met deze ploeg regeringsleiders dweilen met de kraan open, zolang investeren in de toekomst uitblijft. De grootste uitdaging, waar zeker geen antwoord op zal komen van de conservatieve en liberale leiders, is de vraag hoe we een einde maken aan de verpletterende dominantie van de financiële markten over onze democratiëen. Laten we dus stoppen met de retoriek van keihard straffen en achterhoedegevechten over overdracht van leeg geworden soevereiniteit naar Brussel. Alleen gezamenlijk hebben we een kans tegenover de markt. Over Brussel hebben we democratische controle, over financiële markten nog niet.

Geef een reactie

Laatste reacties (18)