Laatste update 13:30
1.364
9

Historicus en popproducer

Xavier François Baudet (Groningen 1975) is muziekproducent en schrijver van artikelen over politiek en popcultuur. Hij studeerde Amerikaanse- en Sociale Geschiedenis aan de Universiteit Leiden en schreef zijn scriptie over de wisselwerking tussen de Amerikaanse Burgerrechtenbeweging en de doorbraak van Rock ’n Roll. Zijn bijzondere interesse hebben The Beatles, Zeppelins, Kennedy, de EU en de Amerikaanse verkiezingen. Als producer was hij onder meer betrokken bij het album The Hunt van de art-rock formatie Glossy Jesus.

Eurovision lijdt onder gebrek aan gemeenschappelijke esthetiek

Steeds belangrijker is geopolitiek. Het homovriendelijke Europa onderscheidt zich nadrukkelijk van het homofobe Rusland

Er bestaan therapieën tegen Alzheimer waarbij muziek wordt gebruikt om patiënten te helpen hun herinneringen terug te vinden. Het is maar één voorbeeld van de kracht van muziek als communicatiemiddel. ‘Muziek verbroedert’ zegt men. Dat sluit natuurlijk fraai aan bij Alle Menschen werden Brüder, het volkslied van de EU. Muziek verbindt echter niet alleen, het kan ook een splijtzwam blijken wanneer smaken te zeer verschillen. Dat wordt sterker naarmate we ons verder verwijderen van een gemeenschappelijke esthetiek.

Eurovision
cc-foto: David Jones

Tot ongeveer de jaren ‘60 bestond er behoorlijk brede consensus over kwaliteit in kunst en muziek. Maar in reactie op de zeer restrictieve opstelling van de Nazi’s heeft de westerse wereld na WOII zonder omhaal de Open Samenleving en het bijbehorende Cultuurrelativisme omarmd. Dat heeft ons de blik doen verruimen, maar ook een hoge prijs gehad. Pedagogen als Lewin en Spock propageerden de anti-autoritaire opvoeding als middel om een nieuwe Hitler te voorkomen, de emancipatie van het volk werd in grote delen van de wereld een staatszaak, techniek en economische groei gaven de kleine man een stem en budget. En de politieke wil was groot om een egalitaire samenleving te creëren waarin geen plek was voor een elite die z’n smaak oplegt.

Aanvankelijk werden grote successen geboekt. The Beatles zijn het bekendste voorbeeld van ‘volksjongens’ die muziek maakten waar ook de traditionele elite van gecharmeerd was. De reden was echter dat zowel de musici als hun publiek nog steeds zo waren doordrongen van de esthetische waarden van weleer, dat ze konden inspelen op een gedeeld begrippenstelsel, een esthetiek waar consensus over bestond. Mettertijd verdween die consensus echter, naarmate er ruimte was voor meer verschillende soorten schoonheid. Tevens bleek er juist ook binnen de anti-elitaire geachte popcultuur sprake van elitevorming. Sommige genres bleken heel erg bij een bepaalde sociale klasse te horen, en andere bij andere klassen.

De vernieuwingsbeweging werd hierdoor echter een beetje hypocriet. Leek het aanvankelijk om volksverheffing en gelijkheid te gaan, na verloop van tijd werd duidelijk dat het volk van bovenaf moest worden verheven, het was niet de bedoeling om alles wat het volk zelf aandroeg te behandelen als serieuze kunst. Die bereidheid beperkte zich tot bepaalde rock ’n roll, blues, folk en stijlen die daar uit voort kwamen, maar schlagers, smartlappen, muziek met te veel bombast, muziek die te dansbaar was of anderszins ‘fout’ werden ‘kitsch’ of ‘camp’. ABBA bijvoorbeeld, maar ook Hazes, discoplaten en uiteraard het songfestival werden geminacht.

Door Eurovision verbroedert het ‘volk’ met sommigen onder de elite. Sommige mensen trekken het zich echter aan als hun lievelingsmuziek door een Van Nieuwkerk-type wordt aangeduid als een ‘guilty pleasure’ . Dan hebben ze nog liever een elitaire snob als ik, die arrogant maar oprecht denkt te mogen uitleggen waarom bijvoorbeeld Douwe Bob vorig jaar wél goed was en O’G3NE (de Nederlandse inzending van 2017) niet.

Het probleem met een liedjeswedstrijd in een tijd zonder officiële esthetiek, in een samenleving die ‘diversiteit’ (tevens het motto van ESC 2017!) tot hoogste ideaal heeft uitgeroepen is echter dat je geen algemeen erkende maatstaf hebt om een winnaar mee uit te roepen. Het is namelijk geen voetbal, die wel of niet in het doel ligt, maar een kwestie van smaak. En bij gebrek aan consensus en verstand van muziek bij de ESC-deskundigen gaat het dan ook nooit over de muziek, maar altijd over de jurk van Trijntje, de baard van Conchita, de strik van Maribelle (ESC 1984) of erger:

Steeds belangrijker is geopolitiek, de verhouding tot Rusland in het bijzonder. Je zou zelfs kunnen spreken van gay-o-politiek, want zeker met het thema diversiteit lijkt ESC doelbewust een thema te zoeken waarbij het homovriendelijke Europa zich onderscheidt van het homofobe Rusland.
De Oost-Europese landen stemmen altijd voor elkaar, de Turken in Duitsland altijd voor Turkije. Muziek verbroedert evident slechts beperkt. Muziek kan staan voor een identiteit, een collectieve identiteit wellicht, maar één die bepaald niet samenvalt met de Europese identiteit, zo die bestaat.

Om bij meer mensen aan te spreken zijn veel meer kandidaten Engels gaan zingen. Maar dit duidt er in feite juist op dat de muziek zelf niet meer voldoende verbroedert. Ook de neiging van producers (bijvoorbeeld het gastland en Nederland) om zoveel mogelijk verschillende ingrediënten in hun inzending te stoppen duidt op een wanhopige poging om een winnende coalitie te smeden.

Een liedjeswedstrijd kan onmogelijk zonder een gemeenschappelijke esthetiek. Is die er niet, dan gaat het om honderd en één andere zaken, maar niet om de inhoud. En dat is precies wat we steeds meer zien bij Eurovision.

Geef een reactie

Laatste reacties (9)