1.731
38

Onderwijsjournalist

Ronald Buitelaar was tot 1997 werkzaam in het onderwijs en maakte daarna de overstap naar de (onderwijs)journalistiek. Hij schrijft voornamelijk voor Rotterdamse opdrachtgevers en over het Rotterdamse onderwijs.

Excellente school of school die excellent werkt?

Laat het predicaat excellente school nu eens als effect hebben dat de belangstelling voor die hoopvolle ontwikkelingen in eigen land wordt versterkt

Gisteren, zo rond de klok van vier, verschenen de eerste juichende berichten op Twitter van scholen die het predicaat ‘excellente school’ in de wacht hadden weten te slepen. 52 van de 142 aangemelde scholen. Een klein percentage van het totaal aantal scholen voor basis- en voortgezet onderwijs in ons land.

Vrijwel tegelijkertijd verscheen op Twitter een bericht van de Besturenraad waarin verwezen werd naar een commentaar op de eigen website met de veelzeggende kop ‘Predicaat excellentie wekt verkeerde indruk’.

De snelheid waarmee het artikel onder de aandacht werd gebracht liet zien dat de Besturenraad blijkbaar  niet de moeite had genomen om juryrapporten in te zien of kennis te nemen van de werkwijze van de jury, maar een vooringenomen standpunt openbaar maakte. Opmerkelijk omdat de Besturenraad indirect belangenbehartiger is van menig excellente school.

Het bericht van de Besturenraad bleek nog maar een voorproefje van de zure lucht die in de daaropvolgende uren vanuit Twitter opsteeg. Gemene deler: hoe halen die scholen het in hun hoofd om zich aan te melden en wat is dat predicaatje eigenlijk waard?

Verbaasd over de negatieve reacties was ik niet, want dezelfde Besturenraad had al in 2011 laten weten dat ‘ruim 80% van de Besturenraadleden een Michelinster voor scholen een slecht idee vindt‘. Een bewering die gestoeld is op een peiling onder 170 schoolleiders en – bestuurders van een vereniging die 540 schoolbesturen met 2200 scholen zegt te vertegenwoordigen. Bovendien stond het standpunt van de Besturenraad niet op zichzelf want ook elders leken er slechts mondjesmaat handen op elkaar te gaan voor de plannen van de minister.

Verrast was ik wel. En dan met name over de wijze waarop de kritiek verwoord werd. Zo wist men te vertellen dat excellente scholen alleen maar oog hebben voor leerprestaties en de brede ontwikkeling van kinderen verwaarlozen. Ook werd gewezen op de aantrekkingskracht van deze scholen op ouders die op zoek zijn naar een goede school voor hun kinderen. Alsof dat een misdaad is! En natuurlijk (we leven immers in Nederland) werd er laatdunkend gedaan over de euvele moed om zich voor dit project aan te melden. Wie denken die scholen wel dat ze zijn!

Misschien wel grappigste kritiek die ik tegenkwam was dat de een (Dronkers) het een ‘typische Randstadlijst met een enkele uitschieter’ noemde terwijl een ander (basisschooldirecteur Amsterdam) zich beklaagde over het geringe aantal randstedelijke scholen. Ronduit stuitend was de opmerking van Dronkers waarin hij stelde dat het ‘de middelmaat van scholen is die een Michelinster krijgt’. Hoe denigrerend kun je reageren?

Pijnlijk vond ik de (regelmatig gelezen) opmerking: ‘Ik ken geen kinderen die vragen om een excellente school. Wel om betrouwbare leerkrachten met een groot hart’.  Pijnlijk omdat het de inzet van leerkrachten op excellente scholen ter discussie lijkt te stellen. En pijnlijk omdat het laat zien dat spreker zich niet verdiept heeft in de gelauwerde scholen.

Ter illustratie:
Uit het juryrapport over Calvijn Juliana (Rotterdam):

‘De school is geen voorloper op het gebied van vernieuwing, maar is niet blind
voor de ontwikkelingen in het onderwijs. Het beleid van de school is erop gericht het huidige beleid te continueren. Onder het team is een grote bereidheid op deze voet verder te gaan. Het team levert extra inspanningen, maar haalt voldoening uit het feit dat zo veel leerlingen de school met een diploma verlaten en zich verder maatschappelijk kunnen ontwikkelen’

en

‘Calvijn Juliana valt op als een school die zich erg inzet om leerlingen
een kans te geven. De school investeert veel in begeleiding van de leerlingen,
contact met ouders en een goed klimaat in de school’

en

‘Het personeel voelt zich prettig op deze school; niet alleen leerlingen, ook
(nieuwe) docenten worden intensief begeleid. Hiervoor krijgen ze een mentor
aangewezen waarmee ze wekelijks een uur overleggen, afgezien van de losse
contacten. Twee docenten zijn zelf oud-leerlingen van deze school. Er is weinig
verloop onder het team. De werkwijze van de school vraagt veel van de
docenten. De school is daar, ook tijdens de sollicitatiegesprekken, open over en
wijst de aspirant-docent erop dat het om meer gaat dan onderwijs. De
betrokkenheid van de docenten is groot, het ziekteverzuim is echter een
aandachtspunt’

Wat ik niet begrijp is dat ik op Twitter dag in dag uit pleidooien lees voor kindcentraal onderwijs, betrokken leerkrachten en brede ontwikkelingskansen, dat we bereid zijn om elke Finse les tot ons te nemen die er maar voorhanden is en dat we ademloos aan de lippen van een Japanse meester hangen, maar dat we blijkbaar niet bereid zijn om ons te verdiepen in voorbeelden van zelfbewuste scholen en betrokken leraren die in ons eigen land voor het oprapen liggen.

Laat het predicaat excellente school nu eens als effect hebben dat de belangstelling voor die hoopvolle ontwikkelingen in eigen land wordt versterkt. Misschien dat die 52 excellente scholen dan op termijn kunnen leiden tot een excellente werkwijze van velen. Niet omdat ministers of bestuurders of leraren of onderwijsvernieuwers dat willen, maar omdat onze kinderen dat verdienen. Zij moeten de slijpsteen voor ons oordeel zijn. Niet ons eigen gelijk.

Dit artikel verscheen op het weblog van Ronald Buitelaar

Geef een reactie

Laatste reacties (38)