892
8

Praktiserend filosoof

Alexander Francino, opgeleid als bedrijfseconoom, runt sinds ruim 10 jaar een mini-boerderij cq vakantielokatie in een verloren hoekje van Zuid-Frankrijk. Vanuit een spagaat tussen puur geluk en razernij schrijft hij op www.metdehollandseslag.com beschouwingen over zijn twee thuislanden.

Ezelsoren voor de Ouders

Welke man durft het nog aan om een vreemd kind op zijn schoot te zetten? 

Een Engelse organisatie stelde dit voorjaar een doe-lijst op van dingen die een kind voor zijn 12de gedaan zou moeten hebben. Van een heuvel rollen, een dam bouwen, een vogel uit je hand laten eten, dat soort dingen. Een goed idee om kinderen een beetje te helpen. Al zou ik de ouders op ons Franse boerderijtje soms stevig willen aanpakken.

‘Hebben de jongens zin om  mee te gaan naar…’.  ‘Morgen’, zegt de vader door de half-open deur. ‘Morgen gaan ze mee’.  Op de sofa zitten twee jongens, 10 en 12 jaar, met een laptop op schoot.  ‘Ik begrijp dat wel’, zegt de vader. ‘ Ze zijn even on-line, om een beetje te wennen.  Het is toch een vreemde omgeving, zo’n boerderij’.   Wennen? Maar zijn ze nou helemaal belazerd? Wennen ammehoela! Ik trap de deur open en duw de man hardhandig opzij, hij kan zich nog net staande houden. Ik storm naar binnen en sleur de kinderen aan hun haren mee naar de stallen. Hun DS op de grond trap ik aan barrels.

In mijn gedachten.

‘Ja hoor, morgen kunnen ze Arthur het varkentje ook nog voeren’, zeg ik

.

Bij onze eerste varkensslacht was mijn grootste zorg niet het varken dat sterven moest, maar een klein hummeltje. Hij huppelde heen en weer tussen de oude mannen met de petten en het knorrende varken in de kooi. Het jong had nog een luier aan, hij zou toch niet bij de slacht blijven, het doodsschot zien en het bloeden? Maar jawel, hij bleef en hoe ik ook probeerde voor zijn neus te staan, tussen het huppelen door zag hij gruwelijke details. Gelukkig merkte hij niet dat ik hem wilde beschermen, hij zou vast doodsbang geworden zijn.

Een meisje van een jaar of vier. ‘Wil je mee, in de kar achter de trekker?’, vraag ik de kleine, zulke dingen doe ik graag. Nou, dat wil ze wel. Moeder moet ook mee, begrijpelijk, het is de eerste keer.  ‘Dat maakt wel veel lawaai hoor, muisje, zo’n traktor’, zegt zetegen de kleine.  Ik steek de sleutel in het contact. Voorgloeien. Muisje kijkt bezorgd. ‘Nog even muis, en dan komt het lawaai van de motor, niet schrikken hoor’. Muis grijpt haar moeder stevig beet.  ‘Mamma beschermt je wel, muisje van me’.  Het angst-infuus is helemaal open gedraaid, het muisje heeft bange bolle ogen.  ‘Let op hoor…’, zegt het angst-infuus. WROEM! ‘BWAAHHHHHH’, gilt de kleine muis en kruipt weer terug in haar moeder.   ‘Kom maar bij mamma hoor’, zegt mamma tegen haar muis.

Sinds die kleine hummel van dat eerste varken van zijn luier af is en heeft leren rekenen op school, helpt hij soms op zaterdag het varken te bereiden. Ik vind dat schitterend. De bloemtjesjurk draait de worsten en de kleinzoon op Reebocks legt de knoopjes. De varkens zijn voor het gezin als de lijm die vroeger van varkensbotten werd gemaakt. Die romantiek zie ik des te scherper sinds ik ook gezinstragiek rondom het varken hebt meegemaakt.

Ze was 10 jaar, veel te dik en kwam elke ochtend naar de stallen, vooral om de varkens te voeren. Varkens waren haar lievelingsdieren. Ik hield m’n hart vast als ze met het pannetje gerst wankelend langs de zware beesten schuifelde, haar motoriek was niet zo goed, varkens zijn beter ter been.  Ze had dezelfde bouw als haar ouders, die hun vakantiehuis niet uit kwamen. Zelfs niet om met hun dochter naar haar lievelingsdieren te kijken.   ‘Op onze laatste dag komen pappa en mamma me filmen’, zei het dikke meisje.  Maar pappa en mamma kwamen niet.   De vroege ochtend van vertrek had  ze een video-camera bij zich.  ‘Kun jij me filmen terwijl ik de varkens eten geef, op mijn laatste dag?’.  ‘Natuurlijk kan ik dat’, zei ik en ik kon wel janken om haar eenzaamheid.

Soms is het tragisch, maar soms is het echt een feest, zoals deze week. 

Drie jongens,  9, 10 en 11 jaar, ze rennen de hele dag. Naar de pruimen onder de pruimenbomen, naar de waterval, naar de koeien in de stal. De oudste rent voorop, de kleinste klampt aan, een kort lint door de groene wei. 
‘Mag ik proeven, Alex?’, vraagt de oudste.  Hij wil de warme koeienmelk, vers uit de uier. 
‘Ik ook, ik ook’, roept de kleinste en wiebelt op de punt van zijn schoenen, als een hongerig jong vogeltje. 
Tuurlijk mogen ze proeven, ik stuur ze naar huis met een doe-lijst om van te dromen.  
‘Blèègh, vies’, zeggen ze en rennen er weer vandoor.
Vrijgelaten door hun ouders kennen ze geen angst. Dat ikzelf met angst besmet ben geraakt merken ze niet als ze een rondje sturen op de tractor. 

Welke man durft het nog aan om een vreemd kind op zijn schoot te zetten? Met tractor rijden zet ik ze sinds vorige zomer op één been, hoe deksels moeilijk dat ook schakelt.

Vroeger liep ik nog wel eens hand in hand met die kleine meisjes in roze jurkjes om naar de koeien te kijken. Ik heb daar jammergenoeg nooit een goede foto van gemaakt en nu is het te laat.

Dit stuk staat ook op de website Metdehollandseslag

Geef een reactie

Laatste reacties (8)