2.311
17

Directeur Stichting Vluchteling

Tineke Ceelen is sinds 2003 directeur van de Stichting Vluchteling. Ze werd opgeleid als cultureel antropoloog en heeft voor verschillende hulporganisaties gewerkt, zowel in de noodhulp, als in de ontwikkelingssamenwerking. Van 1993 tot 1997 was ze hoofd van de afdeling uitzendingen van Memisa. Daarna werkte ze tot in 2000 als programma coördinator voor het Rode Kruis in Tibet en van 2000 tot 2002 voor SNV in Kameroen. In 2009 schreef ze het boek ‘Hier en daar een crisis’ over haar ervaringen.

Fatsoen per wet geregeld

Met een verbluffende ijver dragen wij, goede doelenorganisaties, argumenten aan om donateurs ervan te overtuigen ons vooral niet langer te steunen.

Verbijsterd las ik de koppen in de Telegraaf, kort geleden. Het kostte kinderorganisatie Unicef 350.000 euro om afscheid te nemen van voormalig collega directeur Henk Franken. Franken verdiende 141.000 euro per jaar en de overige twee ton was een afkoopsom. Het vertrek van Manger Cats van de Hartstichting kostte nog meer, te weten maar liefst zo’n 700.000 euro, aldus de kranten en enkele dagen nadat het Unicef nieuws de voorpagina van ’s lands wakkerste krant haalde.

Natuurlijk, onze organisaties zijn bedrijven. Onze medewerkers willen een normaal salaris verdienen en daar hebben ze ook recht op. We vragen per slot van rekening een gedegen opleiding en ervaring. Ons werk is ingewikkeld, en ligt bovendien onder het vergrootglas van onze criticasters. We kunnen het ons niet veroorloven om voor een appel en een ei de eerste de beste het werk te laten doen, met alle risico’s van dien. Ik ben dan ook de eerste die vindt dat wij, Unicef, de Hartstichting en ook mijn organisatie Stichting Vluchteling, onze mensen fatsoenlijk moeten betalen. Fatsoenlijk. Daar zit ‘m de pijn.

De meeste van onze donateurs schenken jaarlijks zo’n zestig euro, oftewel vijf euro per maand. Reken ’s uit hoeveel jaarbijdragen van donateurs uitgegeven zijn toen de wegen van Unicef en Franken, en de hartstichting en Cats, scheidden. Ook ik, directeur van Stichting Vluchteling met een bruto maandsalaris van euro 6.332, vind dat je als directeur niet met droge ogen kunt vragen om een bijdrage voor ons werk als je zelf een ministerieel salaris verdient. Ik wil nog verder gaan. Ik vind het eigenlijk schandalig dat je aan landgenoten die een fractie van dat inkomen verdienen durft te vragen een bijdrage te leveren aan ons werk als je niet schroomt om bij je afscheid bedragen te incasseren waar diezelfde donateur slechts van kan dromen. Niet alleen is je geloofwaardigheid in het geding als je als directeur van een goed doel een dergelijk inhalig gedrag vertoont, ook breng je grote reputatieschade toe aan je eigen organisatie en andere collega goede doelen. Een schade vergoeding bij ontslag? Prima, daar zal niemand op tegen zijn. Maar doorbetaling tot aan je pensioen ter waarde van 700.000 euro (Cats), of een afkoopsom en vol salaris voor een jaar niet werken ter waarde van 350.000 euro (Franken)? Te betalen met de euro’s die in vol vertrouwen geschonken werden om kinderen in ontwikkelingslanden te helpen of om onderzoek naar hart- en vaatziekten te financieren? Van pure ergernis en ontzetting zou je er een hart en vaatziekte van krijgen.

Ik besef dat dergelijke bedragen niet uitgekeerd zullen zijn zonder tussenkomst van een rechter. Dat laat in mijn ogen nog altijd onverlet dat Cats en Franken zelf fatsoen hadden kunnen tonen. Geen enkele rechter zal hen verplichten deze bedragen ook daadwerkelijk in ontvangst te nemen.

Ondertussen ondervinden goede doelenorganisaties als de mijne, onfatsoenlijk of juist niet, de gevolgen van dit zoveelste salarisakkefietje in de sector. Ik roep mijn collega’s op, ik weet dat veruit de meesten wel degelijk fatsoenlijk zijn, om ons in gezamenlijkheid te buigen over een toevoeging aan de Code Wijffels, die richtlijnen geeft voor de salariëring van goede doelendirecteuren. Klaarblijkelijk is het noodzakelijk dat we bij wet vastleggen wat fatsoen is.

Geef een reactie

Laatste reacties (17)