3.828
93

Schrijver/ journalist

Martijn de Rooi (1956) studeerde af als cultuursocioloog en is werkzaam als schrijver en journalist. Hij werkte voor uiteenlopende media in binnen- en buitenland en schreef boeken over Nederland, diverse andere landen en de multinational Unilever. Als woordvoerder was hij betrokken bij ‘Openheid over Irak’, een burgerbeweging die het dubieuze handelen van de Nederlandse regering in de aanloop naar de Irak-oorlog op de publieke agenda zette en een hoofdrol speelde in het afdwingen van het onderzoek van de commissie-Davids. Tegenwoordig is hij verbonden aan Dutch Image (www.dutchimage.nl).

Het feest van licht en duisternis en de moord op een invalide Palestijn

Een Israëlische scherpschutter maakte een eind aan het leven van een Palestijnse demonstrant in een rolstoel. De kwestie-Palestina in een notendop, met alle vragen over licht, duisternis en menselijkheid van dien

Hoe moeilijk is het om van een afstand van, zeg, vijftig meter een man in een rolstoel dood te schieten? Ik heb er geen ervaring mee, maar ik denk dat een scherpschutter er de hand niet voor omdraait. Een kwestie van het vizier scherpstellen, het geweer stilhouden en de trekker overhalen. Een seconde later zie je het slachtoffer even opveren en vervolgens terugvallen in zijn rolstoel, stel ik me voor. Mission accomplished.

Palestijn
cc-foto: Muhammad Ashiq

We zouden het kunnen vragen aan de Israëlische scherpschutter die vrijdag Ibrahim Abu Thuraya doodschoot bij de grens met de Gazastrook. De schutter aan de ene kant van het grenshek, vermoedelijk op een hoge positie. De invalide Thuraya aan de andere kant, samen met vele tientallen andere Palestijnen demonstrerend tegen Donald Trumps Jeruzalem-besluit. Zou de schutter gehinderd zijn door de rook van de autobanden die de demonstranten in brand hadden gestoken? Door de stenen die zij naar het grenshek gooiden? Door de wolk traangas die zijn collega’s over de demonstranten legden?

Maakte Thuraya het hem lastig, voorthobbelend in zijn ouderwetse rolstoel over de zanderige, oneffen bodem aan gene zijde van het hek, een Palestijnse vlag in de hand? Thuraya’s benen werden in 2008 geamputeerd nadat hij zwaargewond was geraakt bij een Israëlische raketaanval. Dat liet de schutter de keus hem in de romp of het hoofd te schieten. Het werd het hoofd.

Waarom moest Thuraya dood? Dreigde hij uit te breken uit de openluchtgevangenis die Gaza heet? Stond hij op het punt met zijn rolstoel het grenshek omver te rijden en Israël binnen te vallen? Voelde de schutter zich door hem bedreigd, zoals Israëlische media meldden? Of was hij een van de ‘belangrijkste aanstichters’ van de demonstratie waarop volgens een legercommuniqué met scherp was geschoten, zoals ook in de Israëlische pers te lezen was?

Ik zou ook willen weten wat de schutter dacht toen hij Thuraya van het leven beroofde. En later, thuis, bij de brandende Chanoeka-kaarsen waarmee de overwinning van het licht op de duisternis werd gevierd. Wat betekent dat, zou ik hem vragen als we samen aan de traditionele aardappelkoekjes zaten. Hoe zit het met dat licht en die duisternis?

Was de schutter eigenlijk een man? Het Israëlische leger is naar eigen zeggen niet alleen het meest morele ter wereld, maar ook een bolwerk van emancipatie. Ook vrouwen mogen op invalide Palestijnen schieten.

Het is opvallend hoe weinig verontwaardiging de moord op Thuraya in Israël en daarbuiten heeft losgemaakt. Hoe zouden de reacties zijn als een Israëli in een rolstoel door een Palestijnse scherpschutter was gedood? Dat valt redelijk te voorspellen. Het meest morele leger ter wereld zou het dorp van de schutter wekenlang van de buitenwereld afsluiten, zijn woning opblazen, zijn familie zwaar straffen, auto’s en andere goederen van dorpsbewoners in beslag nemen, links en rechts sloopbevelen uitdelen en honderden Palestijnen oppakken. Premier Netanyahu zou de bouw van duizend nieuwe kolonistenwoningen in bezet Palestijns gebied aankondigen en de Verenigde Naties toeschreeuwen dat de laffe aanslag wereldwijd moet worden veroordeeld. De Israëlische pers zou overlopen van verontwaardiging en ook in Nederland en andere landen zou de koelbloedige moord breed worden uitgemeten, er publiekelijk schande van worden gesproken en het slachtoffer worden herdacht.

Maar Thuraya was geen Israëli. Hij was Palestijn, en Palestijnen zijn in het mondiale onderbewustzijn veroordeeld tot het domein van de duisternis. Nog altijd worden zij door velen niet gezien als een volk met rechten, maar bovenal als principiële tegenstanders van de Israëli’s – of, erger nog, van ‘de joden’. Meer dan zeventig jaar na de Tweede Wereldoorlog lukt het nog beschamend slecht de Palestijnen als mensen te zien. Mensen met rechten, gevoelens en aspiraties, net als u en ik.

Ibrahim Abu Thuraya was een mens. Een toonbeeld zelfs van menselijke waardigheid en volharding. Zoals veel Gazanen woonde hij zijn hele leven in een vluchtelingenkamp, samen met tien familieleden voor wie hij een van de kostwinners was. Eerst als visser, na de amputatie van zijn benen als autowasser in de straten van Gaza. Met gemak klauterde hij op motorkappen om ramen en daken te wassen. Medelijden was aan hem niet besteed. ‘Ik kan werken voor mijn geld, ik ben geen bedelaar.’ Ik geef het u en mij te doen.

Hele menselijke dromen had hij ook. Om in vrijheid te kunnen leven. Vrij van de wurgende Israëlische blokkade, vrij van decennia van bezetting en onrecht, vrij ook van de gedachte ieder moment te kunnen worden gedood. Hij hoopte ooit de mogelijkheid te hebben naar het buitenland te reizen en zich daar protheses te laten aanmeten. Die kon hij in Gaza niet krijgen.

Vastberaden was hij in zijn verzet tegen de Israëlische overheersing van Palestina, hoe symbolisch dat verzet ook was. Vaak ging hij naar het grenshek, met anderen, maar ook alleen. Dan zwaaide hij vanuit zijn rolstoel met zijn vlag en maakte hij het V-teken naar de Israëlische militairen. Hij verwierf faam door in elektriciteitsmasten te klimmen en daar een vlag in te hangen. Hij was een bekende verschijning en genoot ook buiten Gaza populariteit. Het bleek meer dan genoeg om aan de andere kant van het hek te worden beschouwd als ‘belangrijke aanstichter’ van het verzet.

De scherpschutter en de invalide demonstrant – het is de kwestie-Palestina/Israël in een notendop. De verhouding tussen oppermachtige overheerser en machteloze overheerste teruggebracht tot een zwaarbewapende militair die een invalide demonstrant met een vlag doodt. De beelden van Ibrahim Abu Thuraya in zijn rolstoel hebben alles in zich om iconische status te krijgen. Hij zal gemist worden aan het front, maar als symbool is zijn bijdrage aan het Palestijnse vrijheidsstreven blijvend.

Deze column verscheen eerder op de website van The Rights Forum.

Geef een reactie

Laatste reacties (93)