1.158
37

voormalig Kamerlid voor GroenLinks

Bruno Braakhuis was van juni 2010 tot en met september 2012 Tweede Kamerlid voor GroenLinks en was woordvoerder financiën en economische zaken. Daarvoor was hij hoofd maatschappelijk verantwoord ondernemen bij Van Lanschot Bankiers, tussen 2008 en 2010. Hij aanvaardde deze functie vlak voor de kredietcrisis. Voordien werkte hij in marketing & communicatie bij diverse ondernemingen (Hay Group, Compass Group, Nuon, Randstad Holding en Yacht). Braakhuis studeerde industrieel-productontwerpen aan de Haagse Hogeschool en rondde in 2001 een MBA af aan de Kingston University/HBS*AMS

Bruno Braakhuis wordt gedreven door maatschappelijke betrokkenheid, met nadruk op ontwikkeling van ethiek en duurzaamheid. Betrokkenheid in al zijn facetten is niet alleen zijn persoonlijke drijfveer en een karaktereigenschap, maar door zijn carrière heen ook een leidmotief. Zowel als ontwerper, als marketeer, als lid van de Tweede Kamer en nu ook vanuit een consultancy-rol, maakte en maakt hij steeds duidelijk dat in ieders rol en functie het mogelijk is om betrokken te blijven bij mens en samenleving.

Fundamenteel debat nodig over houdbaarheid artikel 23

Haat zaaien en homoseksualiteit afwijzen zijn de gevolgen van te veel en te lang krampachtig gedogen, waardoor de perceptie ontstaat van wettelijke acceptatie of zelfs een recht.

Nederland valt over minister Arie Slob heen vanwege zijn uitspraken over de rechtmatigheid van het vragen aan ouders om hun handtekening, om te bevestigen dat ze het eens zijn met het gedachtengoed van een bijzondere school ten aanzien van homoseksualiteit. Ik begrijp deze boze reacties vanuit een ethische grondslag, maar niet vanuit een juridische. Hier speelt het verschil tussen het de facto ongelijk van minister Slob, maar de de jure juistheid tegelijkertijd.

In naties waarin we kerk en staat strikt gescheiden willen houden en waarin de Verlichting en het humanisme een groot stempel hebben gedrukt op samenleving en wetboeken, wordt het tijd om de grondwet op onderdelen te herzien. In ons land moet iedereen de vrijheid hebben om zijn godsdienst te belijden, maar niet elke expressie van godsdienst is per definitie geoorloofd wanneer deze hiermee strijdig is. Daarom wijzen we clitoridectomie af, omdat het strijdig is met de bescherming van de integriteit van het menselijke lichaam. Toch zijn veel discussies over andere religieuze expressies nog steeds gaande en vooralsnog onbeslist. Kleine jongetjes worden nog steeds ongevraagd besneden, terwijl besnijdenis evenzogoed een schending is van de integriteit van het menselijke lichaam. Veel dieren worden nog steeds ritueel geslacht, maar bij de humaniteit van deze handelingen kunnen we vaak echt vraagtekens zetten. En blijkbaar wordt ouders gevraagd om homoseksualiteit af te wijzen, terwijl we daar als samenleving echt heel anders over denken.

De discussie over tot hoever we willen gaan in het gedogen van religieuze expressies, is op eieren lopen. Daarom wordt ze ook niet of onvoldoende gevoerd. Als het aankomt op vrijheid van godsdienst is het alsof er een kramp ontstaat, die verlamt. Laat staan dat we het kunnen hebben over een heroverweging van artikelen in de grondwet hierover, die geschreven zijn tijdens de verzuilde samenleving van weleer. Maar ze is wel nodig om te voeren. Vooral orthodoxe religieuzen zoeken met hun religieuze expressies vaak de grens op van het mogelijke of gaan er stilzwijgend overheen. Haat zaaien en homoseksualiteit afwijzen zijn de gevolgen van te veel en te lang krampachtig gedogen, waardoor de perceptie ontstaat van wettelijke acceptatie of zelfs een recht. Maar dat recht is er eigenlijk niet, omdat het vaak strijdig is met andere artikelen in diezelfde grondwet.

Ik roep daarom de politiek op om dit debat aan te gaan en breed te voeren. Wat is bijvoorbeeld de houdbaarheid van artikel 23 van de Grondwet in deze vorm, die bijzondere scholen de vrijheid geeft om leerlingen te mogen weigeren die de godsdienst of levensbeschouwelijke richting van de school niet onderschrijven? In wezen mogen zij volgens dit artikel dus nog verder gaan dan ouders om een handtekening te vragen, want ze mogen in wezen homoseksuele kinderen zelfs weigeren of verwijderen. Dit verklaart ook de spagaat waarin minister Slob zich bevindt. Dan is morele verontwaardiging goed voor de publieke opinie en de achterban binnen een mediacratie, maar het lost het probleem niet op. Een fundamenteel debat over de begrenzing van religieuze expressies en aanpassingen van de grondwet kunnen dat probleem wél oplossen.

Geef een reactie

Laatste reacties (37)