1.790
9

Lector openbare orde aan Politieacademie

Lector openbare orde en gevaarbeheersing aan de Politieacademie in Apeldoorn en gasthoogleraar aan de Universiteit van Liverpool. Als gedragswetenschapper is Adang geïnteresseerd in agressie, verzoening en collectief gedrag, speciaal in verband met openbare orde handhaving, voetbalvandalisme, gebruik van geweld en de interactie tussen politie en burgers.

Fundamentele verandering nodig van ordehandhaving door politie

De huidige organisatie van grootschalig politieoptreden is nog steeds gebaseerd op de jaren tachtig, een tijd van heftige rellen. Dat moet anders.

Vanaf het moment dat ik zo’n 25 jaar geleden onderzoek ging doen naar de manier waarop rellen ontstaan en grootschalig geweld escaleert heb ik heel wat optredens van de Mobiele Eenheid meegemaakt. De huidige organisatie van de handhaving van de openbare orde en het grootschalig politieoptreden is nog steeds gebaseerd op de in de jaren tachtig van de vorige eeuw ontwikkelde uitgangspunten.

Die tijd kende heftige rellen: de kroning van koningin Beatrix en de namen Piersonstraat, Vondelstraat, en Dodewaard roepen nog steeds associaties op met grootschalig geweld. Tegenwoordig roepen de namen Pijnacker en Hoek van Holland associaties op met rellen. Maar dat zijn wel andere rellen dan in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Na de rellen bij oranjefeesten in Pijnacker in 2006 vertelde de Nationale Ombudsman, Alex Brenninkmeijer, in het televisieprogramma Buitenhof, dat de politie soms te ruig te werk gaat en te veel geweld gebruikt. Hij toonde zich bezorgd over de professionaliteit van de politie.

Had de Ombudsman gelijk? We hebben onderzoek gedaan naar recente incidenten in Nederland om te kijken of er een rode draad te ontwaren valt wat betreft de aard en verloop van de incidenten en het – ogenschijnlijk minder gelukkige – politieoptreden. Het onderzoek maakt duidelijk dat in de jaren na de incidenten waar de Ombudsman zich op baseerde, er nieuwe gevallen zijn geweest waarbij sprake is geweest van disproportioneel geweldgebruik door politiemensen in het kader van grootschalige ordehandhaving.

Een agent is in eerste instantie veroordeeld (maar in hoger beroep vrijgesproken) voor zijn optreden bij de Oranjefeesten in Pijnacker en twee agenten worden nog vervolgd door het Openbaar Ministerie vanwege het gebruik van disproportioneel geweld tegen protesterende scholieren in Middelburg. Toch komt uit het onderzoek niet het beeld naar voren dat er bij grootschalige ordehandhaving door de ME structureel sprake is van disproportioneel geweldgebruik. Er bleek iets anders aan de hand te zijn.

De gebeurtenissen met disproportioneel geweldgebruik die leidden tot verontwaardiging over het politieoptreden betroffen steeds ongeregeldheden van beperkte omvang, waarbij het onduidelijk was of ze afgehandeld konden worden door agenten uit de basispolitiezorg (de “platte petten“) of dat toch ME ingezet moest worden. In dat opzicht is er wel degelijk sprake van een rode draad van ‘structureel incidentalisme”, namelijk in gevallen die aangeduid kunnen worden als “grijs gebied” tussen ordehandhaving vanuit de basispolitiezorg en door Mobiele Eenheden.

Disproportionele geweldtoepassing vindt relatief vaak plaats door platte petten die het tijdelijk boven de pet gaat, of door ME’ers die gedrag vertonen dat niet past bij de situatie of de personen waar ze mee van doen hebben. Bij de incidenten die we onderzochten lag het niet aan het optreden van de ME dat de situatie uit de hand liep. Problemen deden zich juist voor bij gebeurtenissen waar twijfel bestond of ME ingezet moest worden. Ook in gevallen dat politiemensen zich genoodzaakt voelen gebruik te maken van hun vuurwapen en bijvoorbeeld een waarschuwingsschot lossen is meestal sprake van, vaak onverwacht, optreden in het grijze gebied. De recente gebeurtenissen in Hoek van Holland vonden plaats nadat het onderzoek was afgesloten, en het is nog wachten op de uitkomsten van de evaluatie, maar nu al is duidelijk dat ook daar sprake was van een situatie waarbij agenten van de dagelijkse politiezorg optraden, terwijl achteraf door het korps werd aangegeven dat ME ingezet had moeten worden.

Kijkend naar de praktijk, valt op dat grootschalige ordehandhavingssituaties zoals die in de jaren tachtig van de vorige eeuw met zijn krakersrellen en voetbalvandalismeproblematiek regelmatig voorkwamen, tegenwoordig zeldzaam zijn. Met het toenemend aantal evenementen komen situaties in het “grijze gebied” tussen dagelijkse politiezorg en inzet van Mobiele Eenheden daarentegen door het hele land regelmatig voor. Er is reflectie nodig op de wijze waarop ordehandhaving in dergelijke situaties vorm moet krijgen, welke organisatie daarbij het beste past, welke strategieën en tactieken effectief of juist contraproductief zijn en hoe leermomenten optimaal benut kunnen worden.

Buiten kijf staat dat de politie door haar geweldsmonopolie in geweldsituaties soms met geweld moet optreden als meest professionele optie. Tegelijk zijn overtuigen en begeleiden belangrijker geworden dan bestrijden en is schakelen tussen verschillende geweldsniveaus vereist, waarbij vriendelijk en streng grenzen gesteld en bewaakt worden.

Moderne openbare ordehandhavers doen aan Public Order Management, dat veel verder gaat dan het bestrijden of zelfs voorkomen van rellen en gedefinieerd kan worden als de systematische planning voor en het sturing geven aan gebeurtenissen in het publieke domein waarbij risico’s voor verstoring van de openbare orde bestaan, ongeacht het aantal mensen dat zich verzamelt. Dat vereist een fundamenteel andere aanpak van de grootschalige ordehandhaving, die vooral veel flexibeler is dan nu het geval is en toepasbaar is in een grote diversiteit aan situaties.

Lees ook: Schietpartij politie op menigte is ongekend

Geef een reactie

Laatste reacties (9)