5.257
98

Voorzitter van PINK! en Msc. Ethiek en politieke filosofie

Geen basisbanen, maar een basisinkomen

In plaats van kunstmatig werk creëren kunnen we ook erkennen dat de meeste mensen zonder betaald werk wel degelijk een bijdrage leveren.

Oude wijn in nieuwe zakken, dacht ik toen ik het advies van de WRR over basisbanen las. Mensen die geen werk hebben, althans, geen betaald werk, willen dat wel en het zou goed voor mens en maatschappij zijn als ze dat dan ook krijgen. ‘Afschepen met een uitkering’ geeft geen voldoening en dus moet de overheid ze een baan verschaffen die ze ‘sociale contacten, erbij horen, gezondheidswinst en zelfrespect’ verschaft. Dit voorstel komt rechtstreeks uit de koker van een zelfbenoemd democratisch socialist aan de andere kant van de oceaan: Bernie Sanders.

De eerste vraag die opkomt is natuurlijk wat voor een baan dat dan moet zijn. Zoals de WRR zelf al aangeeft is het tekort aan werk vooral te danken aan ‘flexibilisering, technologische ontwikkelingen en intensivering’. Hier kan de overheid niet zoveel aan doen: als we aan het eerste gaan morrelen belasten we het midden- en kleinbedrijf. Technologische ontwikkelingen zijn inherent aan vooruitgang, dus ook niet wenselijk om te beperken. Intensivering dan? Dit lukt de overheid al niet in haar eigen sectoren. De publieke sector staat in de fik, van politie tot ziekenhuis tot docent, onder andere vanwege te hoge werkdruk.

cc-foto: StartupStockPhotos

In plaats van kunstmatig werk creëren kunnen we ook erkennen dat de meeste mensen zonder betaald werk wel degelijk een bijdrage leveren, alleen misschien niet een die direct in geld voorziet. Er is ontzettend veel waardevol werk waar de vrije markt geen stuiver voor over heeft: vrijwilligerswerk, mantelzorg, kunst, etc. Deze mensen moeten zich nu vaak in allerlei bochten wringen om volgens de neoliberale norm ‘bij te dragen’ aan de maatschappij, terwijl ze in reële waarden meer toevoegen aan onze maatschappij dan de gemiddelde bankier. Het heeft iets met vertrouwen te maken, een positief mensbeeld. Rutger Bregman heeft er niet voor niets onlangs nog een bestseller aan gewijd.

Waar de WRR een punt heeft, is dat werkloos zijn verschrikkelijk is voor het zelfbeeld van de werkloze. Vooral als je wel kán werken. Maar dit gevoel heeft meer te maken met niet (financieel) voor jezelf kunnen zorgen dan niet te werken. Het heersende en problematische beeld van mensen in de uitkering is dat zij de hele dag op de bank zitten. Als je niet depressief bent, is dat helemaal niet te doen! Hij of zij komt in beweging, vaak in de vorm van eerdergenoemde, niet-betaalde activiteiten.

Om het zelfbeeld van deze mensen nog verder af te breken komt daar de jungle aan bureaucratische verplichtingen bij. Eenmaal in de uitkering moet men minstens 4x per maand een ‘activiteit’ verrichten, wat kan variëren van een sollicitatietraining tot ‘gekeken op een vacaturesite’. Het is denigrerend op zijn minst. Om in de toekomst als overheid dan een baan voor ze te verplichten, is van hetzelfde laken een pak. ‘Jij kan het niet zelf, wij regelen het wel weer voor je’.

Om al deze kritieken te voorkomen en ons niet weer te verliezen in een herhaling van zetten, er is een alternatief: een basisinkomen. Een samenleving die is ingericht op vertrouwen in een positief mensbeeld. Een vast bedrag per maand waarvan men kan leven zonder enige voorwaarden. Mensen die werken blijven werken, want ze verdienen gewoon iets meer. Misschien dat ze iets minder gaan werken nu de portemonnee het toelaat, maar met het oog op werkdrukproblematiek is dat geen slecht idee. En de mensen die (tijdelijk) niet werken, kunnen met een gerust hart op een andere manier bijdragen aan de maatschappij. De Amerikaanse presidentskandidaat Andrew Yang pleit hier ook voor, en met goede redenen.

Geef een reactie

Laatste reacties (98)