2.001
34

Journalist

Abdelkarim El-Fassi (1985) studeert Nieuwe Media aan de Universiteit van Amsterdam en is naast filmmaker, columnist voor KRO Hemelbestormers en vaste schrijver voor wijblijvenhier.nl

Geen haar beter dan intolerante Nederlanders

Voor mij rest er niet veel anders dan zijn gedrag te slikken en toe te dichten aan zijn dichtbevolkte moederland India waar ruimte en fatsoen op veel plekken waarschijnlijk een zeldzaamheid is

Terwijl ik in alle haast in Dubai in de rij sta om een metrokaartje richting het vliegveld te bemachtigen, overmeestert een onaangename geur mijn concentratie. Het lijkt erop dat er zich op niet minder dan tien centimeter afstand achter mij zich een gedaante heeft gepositioneerd die waarschijnlijk net als ik, de eerstvolgende metro niet wil missen. Terwijl ik in conclaaf ben met de caissière, maken mijn non-verbale zintuigen overuren om de persoon achter mij signalen te expediëren die hopelijk zullen leiden tot een vergroting van de tussenruimte in de wachtrij. Helaas blijkt deze strategie averechts te werken en lijkt het gehijg – dat de overdaad aan knoflook in zijn recente maaltijd alles behalve maskeert – alleen toe te nemen. Mijn gesprek met de caissière lijkt door haar onbegrijpelijke Engelse accent bovendien uit te lopen, waardoor de irritatie van zijn kant niet langer onder stoelen en banken kan worden geschoven.

Ze zijn anders dan wij

Onder begeleiding van een diepe zucht en het slaken van buitenissige gemompel, steekt hij zijn hoofd over mijn rechterschouder. Deze geven mij een innerlijke volmacht om mezelf om te draaien en de bumperklever aan te spreken: “Please sir, could you give me some personal space”. De woorden lijken hem echter allesbehalve te ontroeren. De man, bedekt met een donkerbruine huid, een woeste snor én een ongebreidelde norse blik, blijkt vastberaden. Hij is standvastig en verroert geen vin. Voor mij rest er niet veel anders dan zijn gedrag te slikken en toe te dichten aan zijn dichtbevolkte moederland waar ruimte en fatsoen op veel plekken waarschijnlijk een zeldzaamheid is. Ze zijn bovendien anders dan wij, die Indiërs.

In the end, it’s their country

Eenmaal aangekomen in Doha, blijkt mijn vooringenomenheid jegens deze immigranten herhaaldelijk bevestigd te worden. De Indiase taxichauffeurs lijken als enigen de illegaliteit niet te schuwen en de taximeters uit te schakelen om vervolgens buitenproportionele tarieven te rekenen. Door een tekort aan taxi’s komen ze ermee weg. Tijdens een gesprek met een Nigeriaanse taxichauffeur, die ik vraag naar zijn ervaringen in Doha, kom ik er achter dat de vier jaren in de stad een wrok heeft voortgebracht die sterker is dan de wil om te blijven.

Hij vertelt dat er twee redenen zijn die tegen zijn geweten strijden en zijn Afrikaanse trots niet zullen overmeesteren: 1. De arrogante Arabische locals en 2. de Indiase discriminatie. Van de Arabieren kan hij het denigrerende gedrag enigszins verkroppen; “In the end, it’s their country”. Van de Indiase taxisupervisors en collega’s daarentegen, die eigen volk voortrekken en hem het werk bijna onmogelijk maken, is het ’t niet waard. In mei vertrekt hij naar zijn geboorteland en wordt aldaar herenigd met zijn familie, ooit de reden van de economische vlucht en het verlangen naar beter.

Tussen de witte jurken en zwarta abaya’s

Op vrijdag, in Souq Waqif, de plek waar toeristen en gezinnen komen genieten van de waterpijp en exotische Libanese koekjes is het een drukte van jewelste. De straten worden niet alleen bevolkt door hand in hand lopende mannen – die in witte getailleerde jurken de straten verlichten. Ook de vrouwelijke Arabische verschijningen, gehuld in corpulentie bedekkende zwarte abaya’s, torenhoge pumps, opvallende mascara én kleurrijke lippenstift, zitten niet bepaald achter de geraniums. Ze worden niet alleen door de dienstmeisjes op de voet gevolgd, maar ook door Indiërs die hun eigen vrouwen hebben achtergelaten. Ze lijken met hun gestaar de pijn van de seksuele frustratie te willen verzachten. Maar niet voor lang; niet veel later worden ze als enigen uit het recreatiegebied gezet. Niemand lijkt zich om hun lot te bekommeren.

Een lesje Nederlandse zuinigheid

Onderweg naar huis bedenk ik me dat het drinkwater hier niet vanzelfsprekend uit de kraan komt. Ik haast me nog even naar de supermarkt, die gekenmerkt wordt door een felle TL-buisverlichting en oneindig veel van hetzelfde. Bij de afdeling ‘WC papier’ zie ik een consument die door de overvloed aan keus zijn reden van bezoek lijkt te zijn vergeten. En onderweg naar de kassa passeer ik een dame die zich al worstelend een weg door het chocoladegangpad baant. Aangekomen bij de kassa word ik geholpen door een Filipijns kassameisje, geassisteerd door een Indiase boodschappen-inpakker. Ik irriteer me aan zijn onderdanigheid en excessief gebruik van plastic tasjes én geef hem persoonlijk een demonstratief lesje Nederlandse zuinigheid. Ik pak de spullen zelf wel in.

Geen haar beter

En dan sta je even stil. Hoewel ik Doha enorm waardeer en de mogelijke kansen voor mij reden zijn voor een eventuele permanente vestiging, is er hier nog enorm veel werk aan de winkel. Ik probeer mezelf voor te stellen hoe ik me hier het best kan positioneren. Ik realiseer me dat de kleine dingen in het dagelijkse bestaan funest kunnen zijn voor de fundamenten van een multiculturele en tolerante samenleving. Hoe deze maatschappij je denken bepaalt en je af te vragen wat het belang is van relativeren. Ik vecht tegen het gevaarlijke denigrerende gedrag die de maatschappij mij in de schoot heeft geworpen. Ik vecht tegen de lokale negatieve consensus rondom Indiërs, zelfs wanneer persoonlijke ervaringen deze bevestigen. Ik vecht ertegen, want ik besef me, eenmaal die strijd verloren, zal ik geen haar beter zijn dan de intolerante, naar de monocultuur dromende Nederlanders die ik liever arm dan rijk ben. Ik hoor beter te weten.

Geef een reactie

Laatste reacties (34)