2.154
59

Historicus, Theoloog en Arabist

Gert Jan studeerde Geschiedenis, Theologie, Arabische Taal & Cultuur, Internationale betrekkingen, American studies en Middle East & Mediterranean Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen, de Universiteit Utrecht, de University of Wisconsin-Madison, King's College London en de London School of Economics. Hij was in het verleden onder meer werkzaam voor de European Council on Foreign Relations in Londen en het Europees Parlement in Brussel en is thans woonachtig en actief in de Haagse Schilderswijk.

Geen integratiedebat maar identificatiedebat

We zouden in Nederland ons minder moeten richten op integratie, en meer op identificatie

De afgelopen 15 jaar is Nederland bij tijd en wijlen door een heftig integratiedebat gegaan. Hierbij ging het vooral om de vraag in hoeverre migranten en hun kinderen nou eigenlijk goed geïntegreerd waren in Nederland, waarbij het onduidelijk was wat dat ‘geïntegreerd’ nou eigenlijk precies inhield (waarbij het veelal eigenlijk assimilatie betekent). In de huidige tijd zien we tegenreactie ontstaan waarbij men van mening is dat niet integratie, maar samenleven het uitgangspunt dient te zijn. Verschillen dienen geaccepteerd te worden, je mag niet verlangen van iemand die in Nederland geboren is dat hij of zij moet integreren en de roep om integratie –sterker nog, het hele woord integratie- dient afgeschaft te worden. En assimilatie is hierbij al helemaal een brug te ver, dat wordt dan ook actief tegengegaan. Je dient immers bij je roots te blijven, en deze niet te verwaarlozen.

Zowel de vooronderstelling dat alle migranten en hun kinderen nog dienen te integreren als dat we zonder meer de integratie af dienen te schaffen zijn uitersten in het debat. Sterker nog, ze zijn eigenlijk gebaseerd op een misvatting. De misvatting dat het integratie is wat er echt toe doet als we het hebben over Nederland en de nieuwe Nederlanders. Waar het debat over dit onderwerp eigenlijk over zou moeten gaan is niet integratie, maar identificatie. 

De term ‘identificatie’ betekent hierbij ‘vereenzelvigen met’. Want in hoeverre vereenzelvigen migranten en hun kinderen zichzelf met Nederland en de Nederlanders? In hoeverre voelen zij zichzelf Nederlander? En in hoeverre identificeren autochtone Nederlanders nieuwe Nederlanders als Nederlanders? Momenteel ligt in het debat vooral de focus op waar mensen geboren zijn, en welk paspoort ze bij zich dragen. Maar een paspoort hoeft niet meer te zijn dan een papiertje. En ergens geboren zijn impliceert niet automatisch dat je jezelf ook met dat land identificeert. Dat je in het buitenland geboren bent betekent niet dat je je geen Nederlander kunt voelen. Maar in Nederland geboren zijn is eveneens niet automatisch een garantie voor het jezelf identificeren met Nederland. Daar is immers veel meer dan dat voor nodig.

Waar we het eigenlijk over zouden moeten hebben is identificatie. Het doet er niet toe waar mensen geboren zijn, of welk paspoort ze hebben. Wat er wel toe doet is dat mensen zichzelf als Nederlander zien, en zich met primair met Nederland en de Nederlanders identificeren. En dat anderen dit erkennen, en diegene die zich met Nederland identificeren ook daadwerkelijk als Nederlander zien. We zouden toe moeten gaan naar een samenleving waarbinnen dit aspect als cruciaal gezien wordt. 

Want aan deze ontwikkeling zitten een aantal voordelen vast. Ten eerste zou niet langer etniciteit, maar identiteit bepalen in hoeverre je Nederlander bent en ook als dusdanig wordt gezien. Te vaak nog wordt in onze samenleving het Nederlanderschap gekoppeld aan etniciteit. Maar het is onmogelijk om van etniciteit te veranderen. Je identiteit is echter wel aan verandering onderhevig. Daarom is het een stuk eenvoudiger om als Nederlander geaccepteerd te worden wanneer de nadruk ligt op je identiteit en niet op je etniciteit. 

Ook is het streven naar identificatie met Nederland ook van belang in het kader van het zoeken naar datgene wat ons als Nederlanders nou eigenlijk bindt. De factor bij uitstek die dat kan zijn is het Nederlander zijn, op basis van het feit dat we onszelf identificeren met Nederland. Wanneer we de nadruk leggen op dit identificeren met Nederland wordt het eenvoudiger om te werken aan samenleving waar burgers met verschillende afkomsten zich toch onderling verbonden voelen, op basis van het feit dat ze zichzelf identificeren met Nederland en andere Nederlanders. 

Op grond daarvan kunnen we concluderen dat niet integratie, maar identificatie centraal zou staan in de manier waarop we tegen de snel veranderende Nederlandse samenleving aankijken. Waar het om draait, wat ons bindt, en wat leidt tot het accepteren van anderen is identificatie. In hoeverre identificeer je je met Nederland en de Nederlanders, en in hoeverre identificeren anderen jou als Nederlander. Dit zou het voornaamste uitgangspunt moeten zijn in het huidige integratiedebat. Een debat wat eigenlijk een integratiedebat maar identificatiedebat zou moeten heten. 

Geef een reactie

Laatste reacties (59)