505
35

Tweede Kamerlid GroenLinks

Na een studie internationaal recht in Amsterdam, vertrekt Van Tongeren naar Australië. Daar is ze directeur van organisaties voor daklozen, vluchtelingen en mishandelde vrouwen. Ook is ze oprichter en directeur van een centrum voor vreedzame conflictbemiddeling. Terug in Nederland werkt Van Tongeren bij de provincie Noord-Holland, de gemeente Amsterdam en is ze directeur van een vrouwenopvang en een vestiging van de Sociale Dienst. Sinds 2003 is Liesbeth van Tongeren directeur van Greenpeace Nederland. Naast haar werk bij Greenpeace is ze bestuurslid van Women on Top en van een onderneming in duurzaam vastgoed. Ze werd in 2010 voor GroenLinks in de Tweede Kamer gekozen.

Geen Iraanse olie maar Hollandse zon en wind

Je kunt de stijgende olieprijs vervelend noemen, je kunt energieschaarste een onwenselijk verhaal vinden - maar daarmee verdwijnen ze nog niet

‘Vervelend’, noemde Maxime Verhagen de oplopende prijs van benzine. ‘Koop een zuinigere auto’, raadde Jan Kees de Jager automobilisten aan. Toen werd het stil, en dat is opmerkelijk. Als de prijs van benzine tijdens een wereldwijde recessie tot 1,80 euro is opgelopen is dat niet vervelend, maar raakt het aan ons nationaal belang. Want de hoge prijs aan de pomp kondigt een nieuwe realiteit aan: permanente schaarste door de wereldwijde vraag naar energie. ‘Het tijdperk van de goedkope energie is voorbij’, meldde het International Energy Agency vorig jaar. Dat is pas echt vervelend.

Co-auteur: Pepijn Vloemans

Politici wordt vaak verweten dat ze uitsluitend op incidenten reageren en pas handelen als een ramp zich al voltrokken heeft. Zo kwam de kredietcrisis joehoe roepend en met z’n armen maaiend op ons af – maar werd ze genegeerd omdat het een onwenselijk verhaal was. Dat het tijdperk van goedkope energie voorbij is, is ook een onwenselijk verhaal. Toch is het de moeite waard verteld te worden – zodat we op tijd een alternatief kunnen formuleren.

Nederlands aardgas leverde de schatkist de afgelopen decennia miljarden euro’s op. Gas verwarmt onze huizen, kassen en kantoren, en genereert elektriciteit voor fabrieken en boeren. Schiphol en Rotterdam, maar ook onze chemiesector bloeiden op dankzij goedkope en ruim voorradige import van olie. Aan dit tijdperk komt een einde: het Nederlands gas raakt op en geïmporteerde olie wordt duurder. Dat we dan niet langer vrij en onverveerd, maar politiek afhankelijk zijn van energie-exporterende landen, wist Mark Rutte vier jaar geleden al:

Aangezien onze gasbel op zijn laatste benen loopt, zijn wij op termijn voor onze energie geheel afhankelijk van landen als China, Rusland en Iran. Het lijkt mij niet verstandig om ons politiek uit te leveren aan dit soort regimes.

Hij heeft gelijk: Nederland is een kolen-, gas- en olieland. We zijn afhankelijk van de grillen van dictators en gevoelig voor prijsschommelingen op de wereldmarkt in fossiele brandstoffen. Deze winter sloot Rusland weer de gaskraan naar Europa af; Iran stopte recentelijk olieleveranties aan Frankrijk en Groot-Brittannië.

Bovenstaande incidenten zijn de exponenten van twee onloochenbare geopolitieke patronen: aan de ene kant een groeiende, rijkere wereldbevolking – aan de andere kant het einde van makkelijk winbaar olie en gas. Komen deze patronen samen – en dat lijken ze sinds het begin van de eenentwintigste eeuw te doen – dan leidt dit tot permanent hogere prijzen én meer strijd om schaarse grondstoffen. Niemand kan ons garanderen dat olieschokken zoals we die in de zomer van 2008 meemaakten (de prijs van olie steeg toen tot 147 dollar) in de toekomst uitgesloten zijn. Niemand kan ons garanderen dat vertrouwen op een stabiele prijs en aanvoer van fossiele energie de grootste zekerheid biedt. Resultaten uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst. Dat is de andere les die we in 2008 geleerd hebben.

De enige garantie voor de toekomst is een echte Green Deal. Door voorrang te geven aan Hollandse zon, wind en aardwarmte boven buitenlandse olie blijft Nederland een sterk en onafhankelijk land. Een echte Green Deal draagt bij aan onze welvaart omdat het de energiezekerheid vergroot en de risico’s van energie-schokken spreidt.

Anticiperen op permanent schaarse grondstoffen is geen zweverig ideaal. De Nederlandse economie houdt niet van prijs-schokken. De olieboycot van de OPEC in het najaar van 1973 en de stijging van de olieprijs in de zomer van 2008 leidden beiden tot een recessie. Onderzoek van de Universiteit van Californië heeft aangetoond dat oplopende olieprijzen in Amerika de laatste vijftig jaar onveranderlijk economische teruggang inleidden. Hoe houden deze twee verband met elkaar? Dat is simpel: het geld dat aan de import van olie en gas wordt uitgeven, komt nooit meer terug. Geld dat we uitgeven aan tanken, kunnen we niet meer uitgeven in het restaurant om de hoek. Het geld verdwijnt in de schatkist van Rusland, Iran of China.

Dit betreft geen wisselgeld. Nederlanders geven dit jaar alleen al 22 miljard euro uit aan de import van olie – miljarden die dictators, legers en hun geheime diensten financieren. Tegelijk subsidieert de Nederlandse overheid de fossiele sector met 5,8 miljard euro. Via allerlei regelingen worden de grootverbruikers en producenten van fossiele energie bevoordeeld ten opzichte van gewone consumenten en groene entrepreneurs. Een gemiddeld gezin is 700 euro per jaar kwijt aan deze fossiele subsidies.

Fossiele energie maakt ons dus armer en levert ons uit aan onwenselijke regimes en een onvoorspelbare oliemarkt. Maar zelfs afgezien van deze gevaren biedt een echte Green Deal klassieke economische voordelen.

Want nationalisatie van energie levert niet alleen zekerheid, ze levert ook nieuwe banen op – van dakinstallateurs tot offshore-ingenieurs en onderzoekers in laboratoria. Deze schone banen zullen nodig blijven zolang duurzame energie op grote schaal in Nederland wordt toegepast. Het zijn de banen van de toekomst.

Er is nóg een kant van een echte Green Deal die zelden wordt opgemerkt: het gezamenlijk publiek project kan ons als volk weer verbinden. We zijn trots op onze oorspronkelijke Deltawerken, enthousiast voor de Olympische Spelen in 2028, en euforisch over een Elfstedentocht die niet doorging. Een echte Green Deal kan dezelfde sentimenten mobiliseren. De keuze tussen verdelen en vervuilen of samen bouwen aan een schoon en energie-veilig Nederland is een logische.

Eenvoudig zal het niet zijn, maar mogelijk is het wel. De Duitsers gingen ons twaalf jaar geleden al voor met de succesvolle wet op hernieuwbare energie. De Duitse Groenen zorgden er met deze wet voor dat particulieren een adequate vergoeding ontvangen voor elektriciteit die met windmolens en zonnepanelen wordt opgewekt – tot twintig jaar in de toekomst. Het is een ongekend succes: gemiddeld wekt een Duitser inmiddels vijftig keer zoveel zonne-energie op als een Nederlander.

Je kunt de stijgende olieprijs vervelend noemen, je kunt energieschaarste een onwenselijk verhaal vinden – maar daarmee verdwijnen ze nog niet. Ieder jaar dat we langer afhankelijk blijven van olie verspillen we geld dat we beter kunnen investeren – bijvoorbeeld in de echte Green Deal die Nederland zeker maakt van energie en ons voorbereidt op een toekomst. En die automobilist? Die zal het niet vervelend vinden om z’n auto vol te gooien voor tien euro aan groene stroom.

Dit artikel verscheen eerder ook op de website van De Volkskrant

Pepijn Vloemans is medewerker van Bureau de Helling, het wetenschappelijk bureau van GroenLinks

Geef een reactie

Laatste reacties (35)