1.153
26

Dr. Jorrit Kamminga is beleidsadviseur voor Oxfam Novib in Afghanistan en visiting fellow aan Instituut Clingendael

Dr. Jorrit Kamminga, beleidsadviseur voor Oxfam Novib in Afghanistan en senior visiting fellow aan Instituut Clingendael
Jorrit is gepromoveerd aan de Universiteit van Valencia. Hij is sinds 2005 werkzaam in Afghanistan en heeft hierover tientallen rapporten en opinieartikelen geschreven. Naast zijn werkzaamheden voor Instituut Clingendael en Oxfam Novib is hij ook consultant voor het United Nations Office on Drugs and Crime (UNODC) in Wenen.

Geen vrede en veiligheid zonder vrouwen in Afghanistan

Afghaanse vrouwen maken zich zorgen over hun moeizaam verworven rechten en vrijheden nu de internationale gemeenschap op het punt staat om zich terug te trekken uit het land.

Ik ben weer in Afghanistan. Voor het vijftiende jaar op rij bezoek ik het land. Het is winter en koud. De sneeuw is voorlopig weer gesmolten, maar het blijft ’s nachts ruim onder nul. Het jaar 2020 – 1398 volgens de Afghaanse kalender –  is redelijk rustig begonnen voor een land dat nu al bijna twintig jaar in het huidige conflict vastzit.

Hoe zat het ook al weer? In 2001 vielen de Verenigde Staten Afghanistan binnen om af te rekenen met Osama bin Laden en de Talibaan die hem onderdak boden. Sindsdien is er veel veranderd. Vooral voor vrouwen die onder het Talibaan-bewind veel te lijden hebben gehad: Zij mochten niet naar school, niet werken en niet zonder begeleiding van een man het huis te verlaten. Wie zich niet aan de strikte kledingvoorschriften hield, kreeg zweepslagen of erger. Wie schuldig werd bevonden aan overspel, werd gestenigd.

Hoewel de Afghanen hun buik vol hadden van buitenlandse inmenging, was de opluchting om verlost te zijn van de Talibaan enorm. Er klonk weer muziek door de straten van Kaboel. Vrouwen dachten dat ze verlost waren van de restricties die vijf jaar lang hun leven hadden bepaald. Verhalen van vrouwelijke politici, activisten en artiesten gingen de wereld over. Zij werden het symbool van de vrijheid die er nu in Afghanistan zou heersen.

Het bleef niet alleen bij symbolen en beloftes. Het land veranderde bijna onherkenbaar. Zo is het aantal kinderen dat voor het vijfde levensjaar overlijdt tussen 2001 en nu met een derde gedaald. Het aantal kinderen dat naar school gaat is vertienvoudigd tot 9,2 miljoen. Vrouwen participeren meer dan ooit op de arbeidsmarkt en werken ook bij de politie en het leger. Toch zijn deze verbeteringen niet onomkeerbaar. Juist op het gebied van vrede en veiligheid zakt Afghanistan steeds verder weg. Sinds de VN het aantal burgerslachtoffers in Afghanistan is gaan bijhouden, zijn er nog nooit zo veel burgers gedood als in 2018. Honderdduizenden zijn de afgelopen jaren voor geweld gevlucht.

Ook op het gebied van vrouwenrechten zijn de resultaten niet zaligmakend. Los van een aantal vrouwen dat als symbool van de vrijheid moet dienen, leeft het merendeel van de vrouwen met weinig tot geen vrijheid. Wat ik hier in Kaboel zie is de progressieve voorhoede en helaas niet de norm. Vrouwen laten wel steeds meer van zich horen, onder andere in de #MyRedLine campagne, maar het is zeer twijfelachtig of de huidige vredesonderhandelingen rekening houden met grenzen van vooruitgang die de vrouwen niet willen zien vervagen.

Kaboel lijkt los te staan van de rest van het land. De internationale gemeenschap is er niet in geslaagd om nationale verzoening te bewerkstelligen en de politieke kloof tussen Kaboel en de rest van het land te dichten. De politieke strategie is tot nu toe gericht om de regering in Kaboel in het zadel te houden. Te weinig aandacht ging uit naar de aanhoudende politieke verdeeldheid en het gedecentraliseerde karakter van Afghanistan. In de tussentijd werd de Talibaan steeds sterker en beseffen we nu dat de Afghaanse overheid het land niet geheel onder controle zal krijgen. Het maatschappelijk middenveld in Afghanistan en daarbuiten dringt al jaren aan op een politieke oplossing, maar er is blijkbaar een militaire patstelling voor nodig om te gaan praten met alle partijen, dus ook met de Talibaan die tot voor kort weigerden met de Afghaanse overheid te praten.

Nu praat langzamerhand wel iedereen mee, maar hoe oprecht is die roep om vrede eigenlijk? Nationale verzoening is ver weg in het tot op het bot verdeelde politieke landschap. Buurlanden hebben hun eigen geopolitieke belangen. En bij landen zoals Nederland die troepen in Afghanistan hebben, spelen ook binnenlandspolitieke belangen mee. Vooral bij Amerika is de gedachte: De oorlog valt niet te winnen en heeft geen draagvlak meer onder de Amerikaanse bevolking. Dus is het devies: snel ‘vrede sluiten’ zodat de troepen eindelijk naar huis kunnen. Amerika praat daarom sinds enige tijd met de Talibaan over een troepenterugtrekking. In ruil daarvoor wil Trump garanties dat Afghanistan niet opnieuw een broeinest wordt voor internationaal terrorisme – iets wat de Talibaan nooit eigenhandig kunnen waarborgen. De Kamerbrief van 30 januari dit jaar vermeld deze gesprekken onterecht onder het kopje ‘vredesproces’.  Zelfs de Talibaan hebben toegegeven dat het vooral gaat om een politieke uitruil van terugtrekking nú tegen veiligheidsgaranties in de toekomst.

Het gevaar van het sluiten van ‘vrede’ onder dergelijke politieke tijdsdruk is wat je nu in Doha, gaststad voor de lopende besprekingen, ziet. De Talibaan worden op een voetstuk geplaatst en in staat gesteld om – zelfs meer dan de Afghaanse regering –  de contouren van een vredesproces te bepalen. Daarnaast vervagen bij tijdsdruk de rode lijnen van de internationale gemeenschap: het respecteren van de Grondwet en vrouwenrechten.

Samen vormen die factoren een enorm risico voor de moeizaam verworven rechten en vrijheden van vrouwen. De angst zit er goed in bij de vrouwen en vrouwenorganisaties waar wij mee samenwerken. Gezien het harde bewind van de Talibaan in het verleden is deze angst niet misplaatst. Om een terugval te voorkomen, is het belangrijker dan ooit om de vrouwen niet alleen te betrekken bij de vredesonderhandelingen, maar ook te zorgen voor garanties ten aanzien van de uitvoering van een toekomstig vredesakkoord.

Nederland en andere landen hebben de afgelopen 19 jaar honderden miljarden geïnvesteerd in Afghanistan. Vijfentwintig Nederlandse militairen zijn tijdens de missie om het leven gekomen. De post-missiebeoordeling van de Nederlandse politietrainingsmissie in Kunduz die net verschenen is, laat nogmaals zien dat vooruitgang een proces van de lange adem is en dat voorlopig niets onomkeerbaar is in Afghanistan.

Om te voorkomen dat alles voor niets is geweest moeten we er nu bovenop blijven zitten als het om de bescherming en uitbreiding van vrouwenrechten gaat. De inhoud en uitvoering van een vredesakkoord moeten belangrijker zijn dan het tekenen ervan. Nog te vaak zien wij dat diplomatieke en civiele inspanningen, onder andere op het gebied van vredesopbouw en duurzame ontwikkeling, worden afgebouwd en beëindigd zodra de militairen vertrekken. Nog te vaak staan diplomatieke en civiele inspanningen in dienst van de militaire strategie terwijl vrede niet met de harde hand kan worden afgedwongen. Dit moet anders.

Wat Nederland en andere landen in de toekomst besparen met de logistieke en operationele kosten van weer een missie in Afghanistan moet het kapitaal worden voor een robuuste en lange termijn diplomatieke en civiele ondersteuning. Een vrede zonder de stem van de helft van de bevolking – een vrede zonder vredesopbouw – zal niet duurzaam zijn. Een politieke short cut nu is daarom op de lange termijn een nederlaag voor iedereen, in en buiten Afghanistan.

Geef een reactie

Laatste reacties (26)