2.659
82

Hoogleraar Openbare Financiën

Professor Harrie Verbon is econoom en momenteel werkzaam als hoogleraar Openbare Financiën en Sociale Zekerheid aan de Universiteit van Tilburg. Zijn onderzoek behelst onder meer de volgende terreinen: de macroeconomische effecten van vergrijzing, migratie, herverdeling en economische groei, overdrachten tussen generaties (inclusief pensioenen) en verhandelbare emissierechten. Professor Verbon is daarnaast lid van het bestuur van het Rathenau Instituut. Hij was eind jaren '90 lid van de programmacommissie van het CDA, maar heeft inmiddels het lidmaatschap van die partij opgezegd.

Geert Wilders en Joris Luyendijk over Marokkanen, Palestijnen en Friezen

Iedere vergelijking van het Midden-Oosten conflict met de Nederlandse situatie ontspoort

In de Volkskrant van 29 oktober 2010 konden we een interessant stuk van Alex Burghorn lezen over de band die Wilders ziet tussen Marokkaanse en Palestijnse jongeren. Wilders vindt dat de straatrellen waar Marokkaanse jongeren in Nederland bij betrokken zijn, beginnen te lijken op een islamitische ‘Intifada’.

Die Intifada zou op de Israëlische manier moeten worden aangepakt, namelijk met de inzet van veel geweld, bij voorkeur door het leger. Daarnaast beschouwt Wilders Israël als een vooruitgeschoven post in het conflict tussen de rede van het Westen en het barbarisme van de islamitische ideologie.  Als Jeruzalem valt voor Islamitische terreur, dan volgen Athene, Rome en de andere Europese hoofdsteden. De Israëliërs kunnen de Islamitische stoottroepen tegenhouden en we moeten ze daar dankbaar voor zijn.

De analogie die Wilders ziet tussen Nederland en Israël  is vergezocht, volgens Burghorn. Dat is zelfs nog te positief geformuleerd: de historische wortels van het Israël-Palestina conflict worden door Wilders volledig miskend. Wilders suggereert dat Israël het recht heeft de stroom moslims tegen te houden, zoals Nederland het recht heeft de ‘Tsunami’ van islamitische immigranten in te dammen. Historisch gezien echter hebben juist de Joden in Palestina de Arabieren overstroomd. De cijfers spreken voor zich. Vlak na de eerste wereldoorlog woonden er ongeveer 600.000 Arabieren in Palestina en nog geen 60.000 Joden. Daarna kwam met medewerking van de Britten een massa-emigratie van Joden uit Europa op gang, met als gevolg dat in 1939 het aantal Joden in Palestina was toegenomen tot bijna 400.000 (een groei van meer dan 600%), terwijl het aantal Arabieren was gestegen tot bijna een miljoen personen (een groei van 40%). De immigratie van Joden naar Palestina was dus echt een Tsunami en het is ook niet erg verwonderlijk dat die immigratie tot onvrede bij de locale Arabieren leidde, resulterend in Arabische opstanden en geweld tegen de Joden in de jaren twintig en dertig.

Vanuit  historisch oogpunt kan Israël moeilijk als een legitiem bolwerk tegen de islamitische dreiging bezien worden. Parallellen met Nederland zijn moeilijk te trekken. Dat blijkt ook aan de andere kant van het politieke spectrum. Een voorbeeld is het veel geprezen boek ‘Het zijn net mensen’ van Joris Luyendijk. Op bladzijde 144/145 van dat boek suggereert hij dat de rechtvaardiging van het bestaan van Israël vooral wordt gegeven door de Holocaust. Om aan te tonen hoe onrechtvaardig deze motivatie is geeft hij een soort hypothetische analogie met Friezen die mishandeld zouden worden in de VS en daarom recht kunnen claimen op een eigen staat in Nederland, die dan uiteindelijk na ingrijpen van de Verenigde Naties groter uitpakt dan de provincie Friesland.

Ook deze vergelijking slaat de plank om minstens drie redenen volledig mis. Ten eerste heeft er zeker duizend jaar geen autonome Arabisch Palestijnse staat bestaan, uitgezonderd Jordanië, en bestaat Nederland als soevereine en erkende staat sinds 1648 (vrede van Münster). Ten tweede dateren de relatief grote immigratiegolven van Joden naar het Palestijns gebied van voor de Tweede Wereldoorlog, dus voordat de Holocaust plaats vond. Ten derde wilden de Arabische Palestijnen (= de Nederlanders in de parallel van Luyendijk) heel lang geen eigen autonome staat en de Nederlanders wel (wij vochten er een tachtigjarige oorlog voor). Zelfs de grote Palestijnse nationalist Jasser Arafat, bij leven vereerd door onze eigen Gretta Duisenberg, was maar een halve Palestijn: hij was, als kind van geëmigreerde Palestijnse ouders, geboren en getogen in Caïro.

Het Midden-Oosten conflict geeft geen enkele rechtvaardiging voor welk optreden van het leger dan ook in Nederland. Omgekeerd kan een rechtvaardiging voor Palestijns terrorisme niet gevonden worden door een verwijzing naar een (hypothetische) inbreuk op de soevereiniteit van Nederland.

Geef een reactie

Laatste reacties (82)