Laatste update 18:32
7.600
131

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Geflirt vanuit de ChristenUnie met Thierry Baudet hoort niet

Samenwerking zoeken met Wilders of Baudet, dát is pas onnederlands

cc-foto: Roel Wijnants

In de NRC bekent Wouter Beekers, bij de ChristenUnie directeur van het wetenschappelijk instituut, dat hij heeft geworsteld. Als protestanten daarmee aankomen, gaat het meestal over het verlaten van een principe. Dan wordt het: “Hier sta ik. Ik kan best anders. Ik schuif toch maar een eindje op”. Zo ook hier.

Beekers vraagt zich af of zijn partij er wel goed aan doet elke samenwerking met PVV of FvD af te wijzen. Hij heeft daar een groot stuk over geschreven in het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken. De kop spreekt boekdelen: Nieuw nationalisme vraagt nieuwe antwoorden.

Zowel in het interview als in dat artikel komt Beekers met heel veel ‘tut tut, ho ho’ over Baudets tweets en zijn boreale uitspraken maar toch mag hij niet langer op een afstand worden gehouden. Immers, in zijn proefschrift over de natiestaat zegt Baudet “rake dingen”.

Wat die rake dingen dan wel zijn, maakt Beekers niet duidelijk. Wel bevat zijn eigen artikel allerlei signaaltjes waaruit zijn politieke omslag blijkt. Hij heeft het in ongunstige zin over “de elite” zonder precies te definiëren over wie hij het dan heeft. Hij maakt ongunstige opmerkingen over Marokkanen, bijvoorbeeld dat hun echtgenotes listig tot cursussen verleid moeten worden om “de taal” te leren. “We laten ons verlammen door internationale verdragen zoals met landen als Turkije en Marokko”. “In West-Europa is inmiddels ruim tien procent van de mensen elders geboren”. En als klap op de vuurpijl: “De stem op nationalistische partijen is niet minder dan een noodkreet over veranderingen die te snel gaan”.

Beekers heeft het in de NRC nog over de mooie gesprekken die hij over dit onderwerp voert met zijn vriend Gert Jan Seegers , maar die gaat – zo blijkt uit dit stuk op de site van de ChristenUnie – voor geen meter in dit begrip voor PVV en FvD mee. Toch blijft het relevant om de de redenaties van Beekers aan een nader onderzoek te onderwerpen. In zijn artikel op Sociale Vraagstukken verdedigt hij de stelling dat populisme niet het juiste woord is voor bewegingen als die van Baudet of Le Pen. Nationalisme is een betere definitie voor het gedachtegoed van de uiteenlopende grenzen-dicht-partijen in Europa. Het is een noodzakelijke kracht – zegt Beekers – om de nadelige effecten van globalisering en Europeanisering tegen te gaan. Dat is een reden te meer om samenwerking met PVV of FvD niet principieel uit de weg te gaan. Politici als Baudet en Wilders doen er weliswaar in hun overijldheid gevaarlijke dingen mee maar in beginsel zijn zij de belichaming van een positieve kracht.

Waar komt dat nationalisme vandaan? Het is een politieke ideologie die rond 1800 op allerlei manieren in Europa opgeld begon te doen. In zijn zuiverste vorm eist het het zelfbeschikkingsrecht van alle volkeren, zoals de Amerikaanse president Woodrow Wilson het aan het eind van de Eerste Wereldoorlog kort formuleerde. Nationalisten gingen ervan uit dat alle mensen behoorden tot een volk. Dat was een lotsgemeenschap die een geschiedenis, een cultuur, een aantal tradities, normen, waarden, een woongebied en gewoonlijk ook een taal deelde. Dat was dan ook het beste format voor een staat, waarin dan dit volk zichzelf regeerde. Hoe dat precies moest gebeuren, daarover kon je discussiëren maar dat was de basis.

Een en ander zou automatisch leiden tot de broederschap van alle volkeren, die nu niet langer door de traditionele heersers van Europa de oorlog in gedreven werden. In de idealistische teksten van vroege nationalisten vind je allerlei voorafschaduwingen van de Europese Unie. Samenwerking van de vrije volkeren was immers een kernstuk in de nationalistische ideologie.

In een aantal landen is het nationalisme van karakter veranderd. De liefde voor de eigen geschiedenis en cultuur ontwikkelde zich tot superioriteitswaan. Of men trof in de gedeelde geschiedenis een erfvijand aan: de Duitsers voor de Fransen of de Fransen voor de Duitsers. Dichter bij huis: Wat Walsch is, vals is.

Veel volkeren bleken niet een eigen territorium te delen maar door elkaar heen te wonen. Dat leidde in de hele twintigste eeuw tot bloedige etnische zuiveringen. Ook kwam het maar al te vaak voor dat dominante volkeren binnen één enkel staatsgebied hun taal en cultuur dwingend aan minderheden probeerden op te leggen. Er zijn twee termen voor zulk nationalisme: jingoïsme en chauvinisme.
Jingoïsme komt van een Engels rijmpje uit de negentiende eeuw toen het British Empire het Ottomaanse Rijk steunde in conflicten met Rusland (hee, waar moeten we nu aan denken?)

We don’t want to fight but by Jingo if we do,
We’ve got the ships, we’ve got the men, we’ve got the money too,
We’ve fought the Bear before, and while we’re Britons true,
The Russians shall not have Constantinople.

Chauvinisme ontleent zijn naam aan Nicolas Chauvin, de meest hondstrouwe soldaat van Napoleon, die waarschijnlijk nooit heeft bestaan.

Je hoeft maar even op de websites van PVV of FvD te kijken om vast te stellen dat daar uitsluitend van een verregaand soort chauvinisme sprake is, van een negatieve ideologie die uitgaat van de eigen voortreffelijkheid maar in al het vreemde ondermijning en gevaar ziet.

Tegelijkertijd belichaamt juist de Europese Unie het nationalisme als positieve kracht. Zij is immers een samenwerkingsverband van onafhankelijke nationale staten. De Unie bedreigt eigenheid niet maar probeert die juist op allerlei manieren te ondersteunen. Niet voor niets kent de Unie geen gezamenlijke voertaal maar zijn de kantoren in Brussel een tolkenparadijs. Het Europees Parlement bestaat geheel uit afgevaardigden van nationale staten. Het andere, veel belangrijker machtscentrum, de raden van ministers idem dito.

Elke lidstaat heeft iemand in de Europese Commissie, die als puntje bij paaltje komt niets heeft in te brengen dan lege briefjes. Zonder instemming van het Europees Parlement en in ieder geval die raden van ministers kunnen de commissarissen niets. In het artikel van Beekers komt de volgende alinea voor: “Internationale samenwerking gaat met ons aan de haal. Met Europese dwang wordt wel onze sociale woningbouw gemarginaliseerd, maar Europa weet nog geen vuist te maken tegen multinationals die landen tegen elkaar uitspelen op zoek naar het meest gunstige fiscale regime – ik noem hier maar even de dividendbelasting. Deze globale survival of the fittest vraagt om daadkrachtige politieke tegenmacht”.

Alles wat Beekers hier aanklaagt, is voor het grootste deel bedisseld in de Europese raden van ministers waar Nederland – de laatste achttien jaar, zeg maar Balkenende en Rutte – actief heeft bijgedragen aan juist deze ontwikkeling.

Door haar kabinetsdeelname in de eenentwintigste eeuw draagt de ChristenUnie hiervoor mede de verantwoordelijkheid. Dit doet denken aan een verhaal over splinters en balken, destijds voor het eerst verteld in het Midden-Oosten door een zekere Jezus van Nazareth.

Het beleid van de Europese Unie is de optelsom van wat de nationale lidstaten met elkaar willen. Niet meer. Niet minder. Daar waar Europa faalt – bijvoorbeeld op het punt van immigratie en vluchtelingenbeleid – wordt dit veroorzaakt door het gegeven, dat die nationale bestuurders van nationale staten er niet in slagen tot een eenduidige aanpak te komen van een gezamenlijk probleem. Dat komt door hun onvermogen de werkelijke nationale belangen van hun land te laten prevaleren boven chauvinistisch geïnspireerde kortzichtigheid.

Als dat regen is – en de Europese Unie is wezenlijk voor de vrede, de veiligheid, de rust en de eigenheid van de lidstaten, laat daarover geen misverstand bestaan – als dat regen is, dan is het jingoïsme van Baudet en Wilders de drup. Het is een kwaadaardige uitgroei van het nationalisme die uiteindelijk alleen conflict, bitterheid, onderdrukking en ellende brengt. Dat leren de geschiedenis en maar al te vaak het heden.

Tussen de regels door bepleit Beekers immigratie- en vluchtelingenquota alsof dat buiten de kringen van Baudet en Wilders onbespreekbaar zou zijn. Waarschijnlijk heerst daarover in de hele Nederlandse politiek consensus behalve bij beide heren omdat die alleen maar met totaal gesloten grenzen tevreden zijn.

Het is volstrekt duidelijk dat een combinatie van zulke quota en een eerlijke verdeelsleutel van migranten en vluchtelingen over de hele Europese Unie noodzakelijk zijn voor een aanpak waar Europeanen zich niet voor hoeven te schamen. Dat kan door een combinatie van nationalisme in zijn zuivere vorm en een beginsel dat Beeker als overtuigde Maasstedeling wel bekend zal voorkomen: “Draagt elkanders lasten”. Het is de naam van de afdeling Rotterdam van de Nederlands Christelijke Bond voor Doven. Tegelijk heet zo het kunstwerk op de ingang van het oude Dijkzigtziekenhuis. Maker: de begenadigde Dick Elffers.

Een nationalistische levensovertuiging, een eerlijk gevoeld Nederlands patriottisme sluit daarom politieke samenwerking met PVV en FvD uit. Hun chauvinisme is immers dermate ontspoord, dat het niet langer past bij onze nationale normen, waarden en tradities.

Die zouden dan ook in het debat met Wilders en Baudet, in de politieke strijd tégen hun noodlottige overtuigingen, een centrale rol moeten spelen. Het is nationaal en patriottisch om zich tegen de valse leerstellingen van Fvd en PVV te weer te stellen. Je bij hen inlikken omdat ze succes hebben of in de woorden van Beekers “omdat rechts de wind in de zeilen heeft”, dát is pas onnederlands.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Zwarte Jaren

    Nederland in de Tweede Wereldoorlog

    2020


Geef een reactie

Laatste reacties (131)