981
14

Platform Duurzame en Solidaire Economie

Lou Keune (1938) is (voormalig) universitair hoofddocent aan de Katholieke Universiteit Brabant (KUB), Faculteit Sociale Wetenschappen (FSW). Zijn onderzoeksgebied was ongelijke ontwikkeling (tussen 'noord' en ‘zuid’). In 1961 deed hij zijn doctoraal economie. In 1969 werd hij doctor in de Sociale Wetenschappen. Keune was betrokken bij veel politieke initiatieven, met name in de solidariteitsbeweging en de kritische economie, waarin hij nog steeds actief is. Hij is medeoprichter van het Platform Duurzame en Solidaire Economie.

Geld kun je niet eten, tulpen wel

Het probleem bij de crisis is de veel te grote omvang van de financiële sector

Er tekent zich een zekere radeloosheid af onder de financiële beleidsmakers: hoe moet het nu verder? Wat je ook kiest, alles heeft vóór en nadelen.

Neem als voorbeeld de discussie over Griekenland. Nog meer leningen daar naar toe? Nieuwe Griekse obligaties doen al rond de 80 procent aan rente, die worden nooit meer afgelost. Behalve dan met nieuwe leningen tegen een nog hogere rente. En als je als Europese overheden nieuwe leningen tegen een lage rente ter beschikking stelt, of de Europese Centrale Bank nog meer staatsobligaties laat opkopen, dan zijn de enigen die er echt van profiteren de private kredietverschaffers met hun hoge rentes en onverantwoorde leningen. De Grieken nog meer bezuinigen? Dat leidt daar alleen maar tot verdere economische krimp, en dus tot een extra onvermogen om terug te betalen, nog afgezien van de onaanvaardbare verslechteringen van de levensomstandigheden. 

Griekenland uit de euro? Dat lost heel misschien iets op voor Griekenland maar dan alleen op de wat langere termijn. De drachme zal snel devalueren, hoe moet Griekenland ooit de leningen (in euro’s, dollars, ponden en andere “vreemde” valuta) afbetalen? En dan te bedenken dat al heel wat (ook Nederlands) overheidsgeld beschikbaar is gesteld, al dan niet in de vorm van garanties. Als dat niet wordt terugbetaald, zullen de tekorten op de staatsbegrotingen in landen als Nederland en Duitsland toenemen, dus nog meer bezuinigingen betekenen. De banken die op onverantwoorde wijze geld geleend hebben aan Griekenland dan maar hun verlies laten nemen? Je hoort nu al weer geluiden dat “wij” systeembanken niet kunnen laten vallen, dat heeft te vergaande gevolgen voor de hele economie. Dus de belastingbetaler maar weer eens aanspreken. Maar ja, ook dat vormt dus een extra impuls tot krimp. Ook leidt dit tot verzet van de eigen bevolking: “Moeten wij opdraaien voor de Grieken?”

Dan hebben wij het alleen nog maar over Griekenland. Want wat te doen als ook Italië financieel openbarst? Hoe verder met de schulden van de Verenigde Staten? Wat te doen met de huizenmarkten? En hoe te handelen als ook de andere crises manifester worden zoals de groeiende mondiale inkomensongelijkheid, de voedselcrisis, de energiecrisis, de dreigingen als gevolg van de klimaatveranderingen?

Instabiliteit 
Opvallend is dat beleidsmakers alleen maar in angst en beven kijken naar “de markten”. Hoe zullen die reageren? Tot nu toe hebben zij vooral geprobeerd om die markten gunstig te stemmen, of op zijn minst tot rust te brengen. Dat heeft niet veel uitgehaald. De instabiliteit viert hoogtij. Een minister hoeft zich maar te verspreken (of eerlijk uit te komen voor wat hem dwarszit), een hoge piet vergaloppeert zich in een hotel in New York, een rating bureau stelt zijn waardering van de financiële zekerheid van de Verenigde Staten bij, een ander stelt vragen bij de balanswaardering van Franse banken, en prompt beginnen beurskoersen en rentetarieven weer te schommelen, meestal in voor de beleidsmakers ongunstige richting. Als dan aan een beurshandelaar gevraagd wordt of het dezer dagen slecht zaken doen is, verschijnt veelal een tevreden glimlach op zijn gezicht. Kortom, “de markten” gaan hun eigen gang, niemand die hun echt de wacht aanzegt.
Markten zijn het probleem

En dan te bedenken dat die markten het probleem vormen. Sinds einde jaren zeventig is het neoliberale denken gaan domineren in het economisch beleid. De overheden hebben, gesteund door meerderheden van kiezers, steeds meer van hun economische macht overgedragen aan het bedrijfsleven. Diens functioneren werd gefaciliteerd met privatiseringen, dereguleringen, afbraak van sociale zekerheden, bezuinigingen, vrijhandel, en zo meer. De economische macht, en dus ook de politieke macht, is (nog meer) overgelaten aan particuliere ondernemingen die niet aan democratische controles worden onderworpen. Diverse toezichtorganen werden beperkt in hun taken en bevoegdheden, of deden dat al op eigen gezag. Dat heeft geleid tot een grote toename van het democratisch tekort. En dat allemaal op grond van aannames, al dan niet wiskundig “bewezen”, dat de markten op zich okay zijn, dat winstmaximalisatie en marktwerking immanent gezond zijn en mechanismes in zich hebben van zelfregulering en correctie.

Deze opvattingen hebben onder meer geleid tot een enorme expansie van de financiële sector. Private financiële instellingen kregen de ruimte voor een haast ongebreidelde toename van de geldhoeveelheid. Geld werd steeds meer gezien en aangewend om nog meer geld te maken en dus op zoek te gaan naar winstgevende aanwendingen. Banken en andere financiële instellingen (ook de pensioenfondsen, bijvoorbeeld) werden losser in hun beoordelingscriteria, en voerden een marketing beleid om zoveel geld als mogelijk uit te zetten. Zij begonnen zelfs actief te worden op markten waar zij zich eerder buiten lieten, bijvoorbeeld allerlei vormen van speculatie. Zij ontwikkelden financiële producten waar maar enkelen van snapten wat die inhielden en welke risico’s daaraan verbonden zijn. Zij verschaften hypotheken waarvan is gebleken dat nauwelijks nog werd gelet op terugbetalingscapaciteiten. En ook verschaften zij steeds meer leningen aan overheden, al dan niet via staatsobligaties, want staten gaan immers nooit failliet.

Overheden namen ook onaanvaardbare risico’s door alsmaar leningen aan te gaan. Want geld was er genoeg en er was nu eenmaal de wetenschappelijk onderbouwde verwachting dat economische groei eindeloos is: een “nieuwe economie”. En de consumptieve vraag werd enorm gestimuleerd. Dat gebeurde niet alleen door het verschaffen van leningen aan consumenten (waarvoor veel marketing werd gepleegd). Maar ook door leningen aan ondernemers in de consumentenmarkten. Was voorheen spaarzaamheid de norm, nu werd het “consumentenvertrouwen” de nieuwe heilige koe. Toen premier Kok zich naar aanleiding van de aanval op de Twin Towers richtte tot het Nederlandse volk, riep hij ons op te blijven consumeren, dat werd een heilige plicht.

Tulpenmanie

Met de gevolgen daarvan worden wij nu dagelijks geconfronteerd. Het aandeel van de financiële sector in de totale economie is buitenproportioneel gegroeid. Buitenproportioneel omdat het overgrote deel daarvan misschien volgens de heersende definities (zie het “bruto binnenlands product”) als productie kan worden aangemerkt, maar eigenlijk daar niets mee te maken heeft. Het doet denken aan het verschijnsel van de Tulpenmanie in de 17de eeuw, ook zo’n voorbeeld van gebakken lucht. Tulpen hebben nog het voordeel dat je ze in nood kunt eten zoals veel overlevenden van de Hongerwinter weten, geld niet. Hoe dan ook, de buitenproportionele omvang van de financiële sector maakt de samenleving extra kwetsbaar voor de instabiliteit van die sector. En de gevolgen daarvan voelen wij iedere dag; een Miljoenennota is al weer achterhaald als hij geschreven is.

De ergste gevolgen zijn toch wel die op gebied van milieu en armoede en ongelijkheid. Zoals de Verenigde Naties in een recent rapport weer heeft laten zien, is de mondiale inkomensongelijkheid de laatste decennia flink toegenomen. Praktisch alle Nederlanders behoren tot de 20 procent rijksten van deze wereld, zelfs de ontvangers van bijstandsuitkeringen. Die ongelijkheid wordt mede gevoed door de grote stromen in geld en in natura vanuit ontwikkelingslanden naar onze landen, omvangrijker dan alle officiële ontwikkelingshulp die de andere kant opgaat. Deze tendensen gaan gepaard met voortgaande ontwikkelingen in ecocidale richting: de ecologische voetafdruk van Nederland is ruim het dubbele van de toegestane voetafdruk, de CO2 uitstoot blijft onaanvaardbaar hoog, de biodiversiteit blijft afnemen. De gevolgen van de ecocide worden het meest gevoeld door de armen van deze wereld, zoals het komende Human Development Report zal laten zien. Dat dit tot spanningen leidt, wereld wijd, is niet meer dan logisch.

Lieftinck

Wat te doen? In ieder geval moeten wij de heersende financieel-economische crisis veel ernstiger nemen dan wij nu al doen. Want het gaat om een systeemcrisis die veel breder en dieper is dan wat wij zien als wij alleen maar naar de financiële sector blijven kijken. Het gaat ook om mondiale armoede en ongelijkheid, om het totale ecosysteem. Wij zijn gedwongen tot verregaande structurele veranderingen van de economie.

Dat geldt zeker voor de financiële sector. Die zal flink moeten worden ingekrompen, te beginnen met de geldhoeveelheid. Al is dat geld vooral virtueel van aard, juist dat moet gesaneerd worden. Een nieuwe Lieftinck -bekend geldsaneerder uit de jaren veertig van de vorige eeuw – is nodig, niet bang voor allerlei financiële taboes en heilige huisjes. Veel vrije financiële markten zullen ook moeten worden aangepakt. Speculatie moet worden verboden, banken in hun taken beperkt tot de klassieke functies als het faciliteren van een normale geldcirculatie, uitgaande van het primaat van de reële economie. En veel schulden moeten niet meer worden afgelost. Het beste is misschien wel de banken te nationaliseren.

Dat zal ons allen geld kosten, veel geld, en ook werkgelegenheid. Maar wij zullen toch eens de tering naar de nering moeten zetten en ons verlies moeten nemen. Want de mondiale armoede en ongelijkheid moeten nu eens echt worden bestreden, onze ecologische voetafdruk moet flink omlaag, de CO2 uitstoot drastisch beperkt, en de biodiversiteit serieus beschermd en hersteld. Ons welzijn zal er niet echt onder hoeven te lijden. Integendeel, er komt veel nieuwe werkgelegenheid en nieuwe mogelijkheden tot inkomensverwerving. En wij moeten de meting en ervaring van ons geluk niet teveel laten afhangen van verkeerde maatstaven als het BBP en de jaarlijkse vakantiereizen naar Isla Margarita, en kijken naar de werkelijke behoeften en mogelijkheden van mens en natuur.

Geef een reactie

Laatste reacties (14)