1.856
19

Correspondent Latijns-Amerika

Marjon van Royen (1957) begint haar journalistieke carrière in Italië.
"Ik ging naar Rome, werkte in een Pizzeria en begon daar mijn eerste stukjes te schrijven."
Eerst werkt ze voor de Groene Amsterdammer, later kwam er de radio bij.
Na de zoveelste maffiamoord en regeringswisselingen is ze toe aan wat anders. In 1993 verscheen Italië op maandag over haar ervaringen als correspondent.
Ze werd verslaggeefster voor het NRC Handelsblad en reist op en neer tussen Nederland en Bosnië om de oorlog in de jaren negentig te verslaan.
Daarna werd ze correspondent voor NRC in Latijns-Amerika.
"Het was de mooiste kans die ik van mijn leven heb gekregen. Moet je voorstellen: een heel continent vol Latino's."
De eerste twee jaar woont ze in Mexico-stad, sinds 1999 in Rio de Janeiro.
"Ik hou van dit continent. Van de gesloten Mexicanen tot de uitbundige Brazilianen. Ik hou van de gekte, het gesjoemel. De manier waarop pijn en levensvreugde hier uiteindelijk toch altijd samen op lijken te gaan. Eigenlijk wil ik hier nooit meer weg."
"Latijns-Amerika is het mooiste continent ter wereld, met de vrolijkste en moedigste mensen die je kunt bedenken. Maar ook nog vol ongelijkheid. Elke dag kijk ik met bewondering naar de mensen, en prijs ik de hemel dat ik het geluk heb hier te wonen!"
Nederland vindt ze een mooi land. 'Een prachtige, supergeorganiseerde bibliotheek.' Sinds januari 2003 werkt ze voor de NOS, de Vlaamse VRT en recent ook voor Paradise FM Curaçao.
Voor Marjon zijn radio en schrijven even grote passies. "Het zijn elkaars tegenpolen, en ze vullen elkaar aan. Schrijven is bezinken, terwijl radio de explosie is waarin je met één grote knal het verhaal laat horen. Latijns-Amerika is een geluidsparadijs. Er is altijd iets te horen. Ik woon in de droom van elke radiomaker."
In 2004 verscheen De nacht van de schreeuw over de bijzondere vriendschap met de kokkin Sandra Romero in het mysterieuze en zwijgzame Mexico.
In 2005 won Marjon de Radio 1 Publieksprijs met haar reportage "Sloppenwijk Brazilië", een filmisch en haast documentair verslag van de drugsoorlog in de sloppenwijken van Rio de Janeiro.
Sinds 2005 is er voor de NOS ook televisie bijgekomen. "Ik vond het eerst gedoe, met al die kabels en snoeren. Maar nu weet ik dat veel beelden onmogelijk zijn na te vertellen."
In 2009 won Marjon de 'Prix de Roef' - een interne prijs van de NOS - voor de beste buitenland radio reportage van 2008, en in 2012 voor het beste bureau-onderwerp radio 2011.
Op 1 januari 2013, na dertien jaar correspondentschap, vertrok zij bij de NOS vanwege het roulatiesysteem dat het NOS Nieuws invoerde. Voortaan mogen correspondenten nog maar drie of vijf jaar op een plek zitten. Daarna moeten de correspondenten naar een andere standplaats of terug naar Hilversum om een "frisse blik" te behouden.
In een interview in de Volkskrant zegt van Royen: "In Berlijn moet je anders opereren dan in Rio; het is een volstrekt andere cultuur. Het is veelzeggend dat de leiding van de NOS denkt dat het correspondentschap een trucje is dat je overal kunt toepassen."
"Het is een visie op buitenlandjournalistiek die eigen is aan deze tijd. De eerste vraag is altijd: wat is de Nederlandse invalshoek? We zijn zo met onszelf bezig. In de tijd dat ik correspondent ben, heb ik het zien veranderen. Toen ik dertig jaar geleden begon als schrijvend journalist in Italië, werd elk stuk uit mijn handen getrokken. Nederland was een klein land dat veel van de wereld moest weten, dachten we. Nu vinden wij onszelf groot en willen we de wereld met de Nederlandse maat nemen."
(Foto: Anja van Wijgerden)

Geld strooien naar de armen

Hoe een sprookjeshuwelijk van de elite in Rio de Janeiro uit de hand liep

Marjon van Royen, journalist in Latijns-Amerika en bekend als oud-correspondent van de NOS, doet op Joop verslag van gebeurtenissen op het continent. Dit keer over een confrontatie in Brazilië tussen volk en elite die doet denken aan de Franse revolutie.

Huwelijk Copacabana Palace“We waren bang en gespannen daarbinnen”, vertelde een van de 1200 exclusieve genodigden op het huwelijksfeest van het jaar, aan het strand van Copacabana. 
”We keken elkaar aan alsof we allemaal Marie-Antoinettes waren, klaar om afgevoerd te worden naar de guillotine.”

Rivier van briljanten
Een sprookjeshuwelijk in het chique hotel Copacabana Palace. Een beroemde interior decorator uit Brazilië had de Golden Room van het hotel omgetoverd tot een fabeltjesbos. Tafels bedekt met groen damast en de kristallen lusters verpakt in klimop. En om het bosgevoel ‘af’ te maken had hij in het midden van de balzaal een levende boom geplant.

De societyrubrieken beschrijven hoe de gasten zich laafden aan champagne en whisky (‘uitsluitend Veuve Clicquot en Black Label’). En hoe het bruidje in haar outfit ‘een rivier van echte briljanten’ etaleerde. Niet alleen de bruid was adembenemend. Volgens de modespecialisten droegen de genodigden de’‘meest fantastische kledingcollectie in Rio ooit vertoond.’

Koning en keizer van bus

Het was dan ook niet zomaar een bruiloft. Het was de (commerciële) verbintenis tussen twee machtige Braziliaanse families. De kleindochter van de ‘Koning van de bussen’ van Rio, en de zoon van de grootgrondbezitter annex politicus — en dankzij schoonpapa — nu ook annex ‘Keizer van de bussen’ uit de arme deelstaat Ceará in het noordoosten.

Volgens goed Braziliaans gebruik trouwt nieuw geld hiermee in oud geld en oude macht. Net zo oud als de slavenkolonie Brazilië zelf. Daarin hadden 130 families het voor het zeggen. En dat is vandaag nog steeds zo.

Copacabana PalaceAristocratisch

Er bestaan in Brazilië dan ook geen bladen als Privé of Story met lekkere roddel en achterklap. Hier wordt in bewonderende woorden bezongen hoe ‘onze’ bevallige Beatriz Barata in het huwelijk treedt met de ‘straalverliefde telg’ uit het geslacht van Ceará.

Niet alleen omdat die 130 families de media zelf in bezit hebben. Maar ook omdat de cultuur van de macht hier nog steeds aristocratisch is: een gesloten bolwerk dat alleen elkaar de bal toespeelt.

Niet voor niets waren de president van het Hooggerechtshof en diens vrouw de getuigen van de bruid. Niet voor niets behoorden politici uit Ceará tot de eregasten. Maar ook die schatrijke kunsthandelaar uit Rio waar de Braziliaanse president Dilma Rousseff laatst nog dineerde. Het was ook geen toeval dat het feest werd gevierd in het Copacabana Palace hotel. Het barokke luxesymbool van Rio. De exclusieve plek van de elite. Of eigenlijk: het Versailles van Brazilië.

Huwelijk Barata protestVolk in opstand
En wat gebeurt er? Het ondenkbare. Het volk buiten komt in opstand tegen de beau monde daar binnen. Dit heeft zich in de hele Braziliaanse geschiedenis nog nooit voorgedaan!

Vrouwen, ludiek uitgedost in bruidsjurken, drukken bordjes tegen de ramen van de gasten die in hun BMW’s en Mercedessen-met-chaffeur komen aanzoeven: “Niet met de bus vandaag?” Jongeren slaan op potten en pannen, en richten spreekkoren aan tegen de Baratas — de familie van de ‘Koning van de bus’.

Immers: was de verhoging van het buskaartje vorige maand niet de aanleiding voor de Braziliaanse opstand? Geld dat, gepaard met veel corruptie en in ruil voor belabberde service, rechtstreeks in de zakken van de families van bruid en bruidegom verdwijnt.

Sprookje verpest

Wanneer het jong gehuwde stel eindelijk arriveert, houdt een zwaar bewapende militaire politie de demonstranten op afstand. Maar het sprookje is al verpest.

De spreekkoren schallen van buiten tegen de gevel op, recht de Golden Room binnen: “Kakkerlakken, kruip terug in je riolen!” Kakkerlakken? Ja, precies. De genodigden kunnen er zich niet langer voor afsluiten. Ze horen de kakkerlakken letterlijk over de damasten tafelkleden kruipen. Immers: de familienaam Barata betekent kakkerlak in het Portugees. 

Kristallen asbak

En nu wordt het pas echt een slecht sprookje: geërgerd over rumoer van het plebs, verschijnt de neef van de bruid op het balkon. Net als de Braziliaanse adel tijdens het Keizerrijk, werpt hij het gepeupel geld toe. De erfgenaam van het ‘koninkrijk van de bus’ vouwt vliegtuigjes van bankbiljetten van 20 Real (ongeveer 7 Euro) en laat ze lachend op de menigte neer.

Don Pedro - Barata

Links: Don Pedro, keizer van Brazilië (1822). Rechts: Daniel Barrata gooit 20 real biljetten (2013)

De woorden ‘volk’, ‘arm’ en ‘zwart’ worden in dit land nog steeds met evenveel minachting als haat uitgesproken. Ze klinken als vervloekingen. De grootste angst van de elite is immers dat er gebeurt wat er in dit land nooit is gebeurd: dat dit volk in opstand komt en zijn burgerschap opeist.

Misschien is dat de reden dat de telg na het geld ook een zware kristallen asbak vanaf zijn balkon op de menigte smeet. Een demonstrant raakte zwaar gewond.

De jongen, een 24-jarige student uit een van sloppenwijken van Rio, kon niet worden geholpen. Het personeel van de ambulance zat binnen op het feest. En de portiers van hotel lieten niemand door. Wel werd de oproerpolitie erbij gehaald.

Tot diep in de nacht schoten ze traangas af tegen de demonstranten. Net zolang tot de laatste uitgefeeste genodigden op deze Quatorze Julliet met zwaar escorte naar hun auto’s waren geleid.

Bastille



Is het vreemd dat mensen hier aan de Franse revolutie dachten? 
Een paar dagen geleden vroeg een blad aan mijn lievelingsschrijver Luis Fernando Verissimo welk bordje hij naar de demonstraties zou dragen. Zijn antwoord was kort maar krachtig, en luidde: ‘Waar is de Bastille?’

Dit artikel staat ook op het weblog van Marjon.

 

Marjon van Royen schreef onder meer het boek ‘Italië op maandag’

 

Volg Marjon op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (19)