4.315
130

Filosoof

Mihai Martoiu Ticu is in Utrecht afgestudeerd in de wijsbegeerte en internationaal recht. Hij is op 7 februari 1968 in Roemenië geboren en is sinds 1990 in Nederland.

Geloven is immoreel

Sommige gelovigen frustreren de legitieme belangen van derden, slechts door onbewezen premissen

Het feit dat we vaak irrationele beslissingen nemen met negatieve gevolgen voor anderen, maakt de beslissingen niet minder immoreel.

Historicus Han van der Horst verdedigt religie in zijn stuk ‘Het is wel redelijk om te geloven’. Hij gelooft zelf niet, maar is zeker van ‘veel buitenaardse beschavingen’. Dit is rationeel, zegt hij. Op dezelfde manier is het ‘redelijk om in God te geloven’. Ik wil hieronder het tegendeel beweren: het is irrationeel en immoreel om in God te geloven. Mijn argument is in het kort als volgt:

Premisse 1: Er bestaat geen godsbewijs.
Premisse 2: Gelovigen betrekken religie in hun beslissingen.
Premisse 3: Het is irrationeel te beslissen op basis van onbewezen veronderstellingen.
Conclusie 1: Het is irrationeel te geloven als religie tot beslissingen leidt.
Premisse 4: Beslissingen hebben gevolgen voor andere mensen.
Premisse 5: Irrationele beslissingen met negatieve gevolgen voor anderen zijn immoreel.
Conclusie 2: Het is immoreel te geloven, als geloof negatieve gevolgen heeft voor anderen.

Premisse 1: Er bestaat geen Godsbewijs
Geen enkel argument maakt God’s bestaan waarschijnlijk. Tenminste op dit moment bestaat er geen enkel argument in het openbare debat dat het aannemelijk maakt dat de kans op God’s bestaan groter is dan nul.

Premisse 2: Gelovigen betrekken religie in hun beslissingen
We neigen te geloven dat beslissingen eenvoudige syllogismen zijn, zoals:

Premisse: Het regent.
Conclusie: Ik moet de plu meenemen.

In werkelijkheid beslissen we vaak (misschien altijd) met onze volledige persoon. Om dit te illustreren gebruik ik een analogie met objecten en krachten in de klassieke newtoniaanse mechanica. We hebben op school geleerd dat de som van alle krachten zelf een kracht is, die een ding in een bepaalde richting en met een bepaalde snelheid laat bewegen. Onze beslissingen zijn ook het resultaat van een groot aantal ‘krachten’ die ons in vele richtingen duwen. Zij berusten niet alleen op eenvoudige premissen – zoals ‘het regent’ – maar ook op veel andere factoren. Op onze fysieke eigenschappen, zoals genen, voedsel en lichaamsbouw; ook op onze kennis, karakter, intelligentie, onderwijs, cultuur, opvoeding en dwang uit onze omgeving; ook op andere factoren, zoals religie.

Voorbeeld
Volgens deze Gallup-enquête zouden de Amerikanen niet op een kandidaat stemmen als hij/zij is:

Zwart: 4%
Vrouw: 5%
Katholiek: 5%
Jood: 6%
Hispanisch: 7%
Mormoon: 18%
Homo: 30%
Moslim: 40%
Atheïst: 43%

Slechts 47% van de Republikeinen beweert op een islamitische president te stemmen en slechts 48% op een atheïst. In 1958, bij de eerste enquête, zou slechts 18% op een atheïstische president hebben gestemd. In 1937 slechts 46% op een joodse. Religie is de beste verklaring waarom zoveel mensen geen homo’s, joden, moslims, mormonen of atheïsten als leider willen. Dit toont aan dat religie een rol speelt in de dagelijkse beslissingen, met grote gevolgen voor anderen.

Premisse 5: Irrationele beslissingen met negatieve gevolgen voor anderen zijn immoreel
De woestijnanalogie
Stel je een democratische maatschappij voor met drie mensen in de woestijn. Dorstig. Jantje kijkt op Google maps en ziet water aan de rechter kant liggen. Pietje zegt: “Nee, ik wil naar links omdat ik geloof dat water links ligt.” De derde burger, Kevin, zegt: “Ik geloof dat mensen van 1,83m lengte altijd gelijk hebben om negen uur. Pietje is 1,83m en het is nu negen uur. Dus ik wil ook naar links.” Maar er ligt geen water aan de linker kant en Jantje sterft als gevolg van deze democratische beslissing.

Pietje en Kevin hebben besloten op basis van onbewezen premissen. Hun beslissing is irrationeel en heeft negatieve gevolgen voor Jantje. Daardoor is deze beslissing immoreel. Het feit dat we vaak irrationele beslissingen nemen met negatieve gevolgen voor anderen, maakt de beslissingen niet minder immoreel. We hebben een morele plicht om ons best te doen om slechts rationele beslissingen te nemen als ze negatieve gevolgen kunnen hebben voor derden. Jantje heeft recht op een rationele beslissing.

Echte voorbeelden
Volgens een andere Gallup-enquête uit 2012 geloofde 11% van de Amerikanen onterecht dat Obama een moslim was. Republikeinen zelfs voor 18%. Volgens de PEW-enquête uit 2010 geloofde 31% van de republikeinen dat Obama moslim was. 52% van de Republikeinen in Mississippi geloofde in 2012 dat Obama moslim was.

Als 40% van de Amerikanen niet op een moslim zou stemmen en sommige Amerikanen geloven dat Obama moslim is, is het aannemelijk dat sommige Amerikanen niet op Obama hebben gestemd omdat hij moslim zou zijn. Dus sommige stemmers hebben waarschijnlijk twee onbewezen premissen gebruikt:

Onbewezen premisse: God bestaat.
Onbewezen premisse: Obama is moslim.

Als Obama niet gekozen zou zijn, zou dit gevolgen hebben voor zijn salaris, macht en aanzien. Hij zou Amerika en de wereld minder kunnen veranderen. Dus zouden zijn legitieme belangen hiermee gehinderd zijn. Het is bovenal Obama’s recht dat de kiezers hem slechts om zijn slechte argumenten afwijzen, of om de betere argumenten van zijn opponent.

Dus sommige gelovigen frustreren de legitieme belangen van derden, slechts door onbewezen premissen. Dit is immoreel.

De Irakoorlog
“Religion is a key, but largely underappreciated factor in the actions of many U.S. presidents”, schrijven Mark Rozell en Gleaves Whitney in hun boek “Religion and the American presidency”. Ook Bush en Blair hebben religie betrokken bij hun beslissing om de oorlog te beginnen.

Stel je voor dat alle krachten – behalve religie – die op Bush en Blair hebben ingewerkt, neutraal zouden zijn. Zonder religie zouden Bush en Blair noch voor noch tegen de oorlog kunnen beslissen. Voeg religie aan dit systeem toe en deze kracht, hoe klein ook, zal Bush en Blair toch voor de oorlog doen beslissen. Het is als een weegschaal in perfecte balans, waar een veertje onbalans veroorzaakt.

Een Irakese moeder en haar in de oorlog gestorven baby hebben een legitiem belang om niet te sterven zonder een goede reden. De enige goede reden is bepaald door het volkenrecht. In het volkenrecht mag een land militair geweld gebruiken in slechts twee gevallen: in zelfverdediging of met toestemming van de Veiligheidsraad. Dus de oorlog tegen Irak was illegaal en daardoor is ook deze baby illegitiem gestorven.

Maar ook de rest van de wereld heeft een legitiem belang in een stabiele wereld, zonder oorlog – en zeker het recht dat oorlogen slechts met een goed onderbouwd argument beginnen. Dus Bush en Blair hebben de legitieme belangen van de hele wereld geschonden op basis van onbewezen premissen. Dit is irrationeel en immoreel.

In conclusie
Vrijheid van religie geeft gelovigen slechts het recht om godswil op zichzelf of andere instemmende volwassenen toe te passen. Zij hebben de morele plicht om zonder religieuze premissen te beslissen als deze besluiten negatieve gevolgen hebben voor derden.

Geef een reactie

Laatste reacties (130)