3.361
50

Schrijver en jurist

Claire Schut (28 februari 1956, Amsterdam) is schrijver en jurist. Ze heeft ruim 25 jaar ervaring bij de overheid, o.m. op het terrein van ambtenarenrecht, klachtrecht en onderzoek naar discriminatie, seksuele intimidatie en ambtelijke integriteit. Als freelance tekstschrijver en journalist schreef ze o.m. voor de Economische Voorlichtingsdienst (EVD), SNS bank Randstad, Centraal Orgaan Opvang asielzoekers (COA), Verbond van Nederlandse Ondernemingen (VNO), Federatie van Nederlandse Exporteurs (Fenedex), ISW Opleidingen en Literair Theater Branoul.

Gemeentewerken

Als niemand zich nog verantwoordelijk voelt en steeds naar de ander wijst, als handhaving niet meer handhaaft en overtredingen onbestraft blijven, loopt het uit de hand

Een week geleden zetten de buren drie zakken huisvuil op straat. Op een moment dat dit niet mocht. Het stonk naar kadaver. Een Marokkaanse straatgenoot probeerde met wiekende armen de meeuwen weg te jagen.
‘Ik bel wel even Gemeentewerken’, zei ik, toen de buren niet open deden.
‘Heeft u internet?’ vroeg de dame van de klantenservice.
‘Neen’, loog ik, want ik voelde niets voor een melding per computer, omdat gemeentelijke diensten alleen nog digitaal bereikbaar willen zijn.
‘Ik kan u niets garanderen’, zei de dame. ‘Maar ik stuur het door, ook aan Handhaving’.
‘Fijn’, zei ik, ‘dank u wel’.

Drie uur later stonden de zakken nog steeds te meuren in de zomerzon. Eéntje had al de typische grote gaten, merktekens van de meeuwen. Ook dat gevecht ga ik niet winnen, wist ik al. Maar het geluk was met mij: onderweg kruiste een motoragent mijn pad.
‘Ach meneer’, vroeg ik nederig. ‘Het staat niet in uw functiebeschrijving. Maar zou u eens willen langsrijden? Het wordt zo’n zootje in de straat. Misschien komt Gemeentewerken wel, als het gezag daarom vraagt.’
‘Ik zal eens kijken,’ zei de motoragent. ‘Maar ik kan u niets garanderen. Het hoort niet bij mijn werk. Dit is de taak van Gemeentewerken. ’

Toen ik thuiskwam, stonden de zakken er nog. De stank was niet om te harden. De tijd verstreek. Geen gemeente. Wel de meeuwen. Dat ze gaten pikken, is tot daar aan toe. Dat ze de kapotte zakken door de straat sleuren en overal huisvuil strooien, blaartrekkend irritant. Net als hun vreselijke gekrijs en gebekvecht. Om zeven uur ’s avonds zag de straat eruit alsof er een bom was ontploft. Overal rottende restjes kipsaté en vis. Met een bezem veegde ik alles tot aan de voordeur van de buren. Daarna belde ik de politie.
‘Dat is onze taak niet’, zei de agent heel voorspelbaar. ‘Dat doet Gemeentewerken.’
‘Die komt niet!’ jammerde ik. ‘Het interesseert niemand iets. Ondertussen verloedert de stad. Het wordt een steeds grotere puinhoop.’

8029837792_d679ec8e12_hDe agent herhaalde het mantra van de eigen taken. Olie op het vuur. Ineens vochten andere voorbeelden van normvervaging zich ook een weg naar de uitgang: ‘Mensen doen waar ze zin in hebben. Het is ikke ikke ikke en de rest kan stikken. Ze rijden door het rood. Scheuren met hun bakfiets over de stoep. Laatst reed er zelfs eentje op een motor over de stoep. Keihard, zonder enige schaamte of terughoudendheid. Alsof het hun recht is. Ja, alsof het zo hoort. Ze schelden je uit, als je wat ervan zegt. Niemand trekt zich nog wat van de regels aan. Regels, die zijn er voor de anderen. Dat gaat fout, meneer.’

De agent zweeg. Het totale gebrek aan respons werkte als een rode lap op een stier: ‘Als niemand zich nog verantwoordelijk voelt en steeds naar de ander wijst, als handhaving niet meer handhaaft en overtredingen onbestraft blijven, loopt het uit de hand. Dan denken mensen dat het niets uitmaakt en dat ze rustig hun gang kunnen gaan. De geest is al uit de fles. Als de politie straks besluit om weer strenger te handhaven, krijgt u de zaak niet meer onder controle. Daar zou u eens met uw baas over moeten praten. En hij met de gemeente.’ De agent beloofde het met zijn chef op te nemen.

De volgende dag was het vuil-ophaaldag. Alle zakken, ook die van de buren,verdwenen in een vuilniswagen. De straat werd geveegd. De meeuwen vlogen naar elders. Mijn leed was geleden, hun feestje voorbij.

Daar zou het bij gebleven zijn. Ware het niet dat op zaterdagochtend om 08:05 uur een vlijtige gemeentecomputer berichtte: ‘Uw melding illegaal grofvuil is in behandeling. Het handhavingsteam gaat het illegaal grofvuil eerst onderzoeken om de overtreder te vinden. Na het onderzoek wordt opdracht gegeven tot verwijdering. Vriendelijke groet, de Gemeente.’

Dit noopte tot een tegenbericht: ‘Dank u voor uw volledig geautomatiseerde bericht. Het kwam als mosterd na de maaltijd. De gemeente heeft het bewijs (huisvuil, geen grofvuil) zelf al opgeruimd. Daarmee heeft zij het onderzoek onmogelijk gemaakt. Met dit soort bizarre acties – eerst niet komen, daarna het bewijs opruimen en dan onderzoek beloven – jaagt de overheid de burger tegen zich in het harnas. Dat maakt die kloof steeds groter. En de brave burgers bozer en bozer.’

Afgelopen maandag stond er een bericht op het antwoordapparaat. ‘Ja, Van der Klomp hier, Gemeentewerken. Er is daar iets verschrikkelijk mis gegaan. We hebben contact. Tot bellens!’ Daarna bleef het stil.

Vanmorgen heb ik de heer Van der Klomp zelf gebeld. Eerst kon hij me niet verstaan: zijn kantoor zat vol met pratende mannen. Nadat hij vloekend een stille vergaderzaal had opgezocht, had hij geen idee waar het over ging. Mijn naam zei hem niets, mijn toelichting evenmin. Iets verschrikkelijks? Neen, daarvan kon hij zich niets herinneren. ‘Maar’, beloofde hij vriendelijk, ‘als er nog eens iets is, mag u me altijd bellen. Ik kan u alleen niets garanderen.’

Beeld: Flickr.

Geef een reactie

Laatste reacties (50)