803
26

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

Gemiste kans voor Israël en de EU

De verhoging van de status van de Palestijnse regering is logisch en noodzakelijk, maar lost nu niets op

Gisteren gingen de Verenigde Naties, zoals verwacht, akkoord met het toekennen van een speciale status van de Palestijnen. Daarmee verandert niet zo veel; het is vooral van symbolische waarde, al krijgen de Palestijnen nu betere toegang tot de Wereldbank het Internationaal Gerechtshof en het Internationaal Strafhof.

De feitelijke vooruitgang is minimaal. Waar ten tijde van de Oslo-akkoorden op gehoopt was, namelijk dat Israël en de Palestijnse Autoriteit zelf tot een consolidatie van de status van een Palestijnse Staat zou komen, is niet gebeurd. Sterker nog; omdat Israël zo tegen deze hogere status is, nemen de spanningen alleen maar toe. Jammer, jammer.

Ongetwijfeld zullen we in Den Haag dan ook meer Palestijnse activiteit zien. Nederland heeft zich onthouden van stemmen, net als een meerderheid van de landen van de EU, terwijl  Oostenrijk, België, Cyprus, Denemarken, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Malta, Portugal, Spanje en Zweden vóór stemden, en de Tsjechische republiek tegen. Het is jammer dat de EU zo verdeeld stemt over de toekenning van deze status. Juist nu de Europese Unie haar buitenlandse beleid wil versterken was hier een schone taak weggelegd.

Het Verdrag van Lissabon uit 2009 heeft ervoor gezorgd dat de EU actiever en coherenter te werk kan gaan. Zo is er is een hoge vertegenwoordiger van de EU voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (Catherine Ashton) die voor coördinatie tussen de EU-landen zorgt om het buitenlands beleid te vorm te geven en uit te voeren. Hoewel er geen gezamenlijk EU-standpunt is over Israël en de Palestijnse gebieden, zou de EU wel het voortouw kunnen nemen in een aanpak die productiever was geweest dan de huidige.

De VN-resolutie zat er al een jaar aan te komen. Als de Hoge Vertegenwoordiger had geprobeerd een leidende rol te nemen, en Israël had bewogen om tegelijkertijd met deze resolutie een uitspraak te krijgen van de Veiligheidsraad, zou er een heel andere situatie ontstaan zijn. Immers, als de Veiligheidsraad zich tegelijkertijd had uitgesproken voor een Tweestatenoplossing, zou voldaan zijn aan zowel de wens van Israël voor veilige grenzen en erkenning van de Joodse staat, als aan de voorwaarden van een Palestijnse staat.

Kortom: de verhoging van de status van de Palestijnse regering is logisch en noodzakelijk, maar lost nu niets op. Misschien zelfs integendeel. De stemonthouding van Nederland is dus een correcte. Een meer vooruitstrevende houding van Israël door niet tegen te werken, maar er voorwaarden aan te verbinden (door naar de Veiligheidsraad te gaan) wat te verkiezen geweest, en de EU, als min of meer neutrale partij die óók streeft naar een tweestatenoplossing zou met een meer prominente rol niet alleen haar eigen positie hebben kunnen verbeteren, maar ook de vrede kunnen helpen bevorderen. Niet slecht voor een ontvanger van de Nobelprijs voor de Vrede.

Dit artikel staat ook op de website van Robbert Baruch

Geef een reactie

Laatste reacties (26)