829
0

schrijfster/journalist

Annemarie Haverkamp is 42 jaar. Geheel onverwacht kwam haar zoon Job in 2004 ernstig gehandicapt op de wereld. Eenmaal van de schrik bekomen, besloot Annemarie in De Gelderlander een column te schrijven over Job. Omdat ze de buitenwereld graag wil laten zien hoe het echt is, het dagelijks leven met een gehandicapt kind. De columns werden gebundeld in twee boeken. Haar eerste non-fictieroman Dolgelukkig zijn wij verscheen 19 oktober 2010 bij uitgeverij Nieuw Amsterdam. Het taboedoorbrekende boek genereerde veel media-aandacht. Annemarie studeerde culturele antropologie, werkte als redacteur, redactiechef en columnist bij De Gelderlander, was chef van het Arnhem/Nijmegen-magazine Luxity en is nu hoofdredacteur van universiteitsblad Vox.

Geprikt

Een vrouw in oranje polo vraagt of we naar de VIP-kamer willen. Daar is het rustig en kan Job over het hele voetbalstadion uitkijken terwijl hij wordt geprikt.

Job – vijftien – is door een chromosoomafwijking verstandelijk en lichamelijk gehandicapt.

cc-foto: Marco Verch

Ik ben in shock. Het begon al bij de scooters voor de ingang. Jongens met gaten in hun spijkerbroek die elkaar op de schouder sloegen en helemaal zelf het NEC-stadion binnengingen. Knuffelende meisjes, sommigen langer dan ik. Plaatjesbeugels, bh-bandjes, blote enkels.
“Wat had je dan verwacht”, vraagt Rob als hij mijn verbazing ziet. “Krijsende baby’s?”
Beschaamd zeg ik ja. Bij massale inentingen denk ik aan kinderwagens en ouders die hun tranen wegslikken.
Hier zijn nauwelijks vaders en moeders. Een enkeling loopt mee of wacht op de parkeerplaats bij de auto.

“Jij gaat de volgende keer ook maar mooi alleen”, zegt Rob tegen onze vijftienjarige als we in de lift staan. “Beetje kinderachtig hè, zo met ons.”
Job begrijpt de grap niet. Vanuit zijn rolstoel kijkt hij omhoog naar zijn luidruchtige leeftijdgenoten die in rijen richting de verpleegkundigen schuifelen – de linker bovenarm al ontbloot. Wie klaar is roept “deed helemaal geen pijn hoor”. De rest lacht opgelucht.

Een vrouw in oranje polo vraagt of we naar de VIP-kamer willen. Daar is het rustig en kan Job over het hele voetbalstadion uitkijken terwijl hij wordt geprikt.
We schudden van nee – “hij vindt dit gezellig” – maar zij dringt aan. Ze wil het hem graag naar de zin maken. Tot ze zich realiseert dat we dan een trap op moeten. “Oh sorry, dat gaat natuurlijk niet.”

Job verplaatst zijn knuffelhondje Duke van de ene naar de andere hand als we zijn jas uittrekken. Sabbelt op een oor. Van de prik tegen meningokokken krijgt hij bijna niets mee, zo snel gaat het.
Jas weer aan en wegwezen.

Buiten is het stil. Rob slaat rechtsaf om boodschappen te doen, Job en ik gaan rechtdoor. Ik voel de wind langs mijn oren suizen. De rolstoelfiets is een raket waarmee we terug vliegen naar onze eigen planeet.


Laatste publicatie van Annemarie Haverkamp

  • Egbert

    De achtste dag

    Roman

    Maart 2019


Geef een reactie

Laatste reacties (0)