1.899
42

Psychiater, socioloog en schrijver

Bram de Ridder (1985) is psychiater, socioloog en schrijver. Eerder verschenen stukken van hem in Trouw, de Volkskrant en NRC alsook korte verhalen in diverse literaire tijdschriften. In 2018 verscheen zijn korte verhalenbundel Andere kamers.

Geschiedenis als collectief trauma

Dat we het koloniale verleden nu wel kunnen afsluiten, lijkt mij een bizarre stellingname. Wie bepaalt dat bovendien?

koloniale verleden
Slavernijmonument Rotterdam | cc-foto: Rob Oo

In een opiniestuk van 20 mei in de NRC stelde historicus Bas Kromhout, in reactie op de 4 mei-lezing van Roxane van Iperen, dat onze koloniale geschiedenis geen traumatherapie is. Een beetje flauw, erkende hij ook zelf, gebruikte hij het psychiatrische begrip traumatisering als argument dat er niet zoiets als een collectief trauma bestaat, laat staan dat we dat collectief zouden kunnen ‘verwerken’. We hebben immers niet allemaal PTSS-symptomen.

Ingewikkeld aan psychiatrische benaderingen is inderdaad dat een probleem wordt geïndividualiseerd waardoor sociale en politieke oorzaken – en oplossingen – gemakkelijk buiten beeld verdwijnen. De psychiatrische, nauwe benadering van trauma lijkt mij dan ook niet per se het voorbeeld dat door een sociaal wetenschapper navolging zou moeten krijgen.

Nadat Kromhout vaststelt dat er geen sprake van collectief trauma kan zijn, vervolgt hij dat bepaalde groepen het ‘verleden niet af willen sluiten maar het juist telkens opnieuw oproepen om sociale en politieke doelen te bereiken’. Tot besluit stelt hij dat op deze manier het risico bestaat ‘een polariserend denken in slachtoffers versus daders’ in de hand te werken.

Het is een vaker gehoorde reactie op antiracismebewegingen, zeker wanneer deze daarbij aandacht vragen voor ons koloniale verleden en al helemaal wanneer er een lijn van slavernij naar huidige vormen van racisme en sociaaleconomische uitbuiting wordt getrokken. Het lijkt me evenwel een nogal misplaatst verwijt.

Ook vanuit een ander perspectief blijkt dit verleden niet afgesloten. Onze vorige premier sprak nog jubelend over de VOC-mentaliteit. Ik kan mij van mijn geschiedenislessen ook vooral een aangeleerd ontzag en dito trots ten aanzien van de Nederlandse rol op het wereldtoneel in de ‘Gouden Eeuw’ herinneren, een trots waar ook huidige politieke partijen expliciet uiting aan geven.

Er is in relatief korte tijd, met dank aan mensen die de afgelopen decennia tegen veel weerstand in ‘zwarte bladzijden uit onze geschiedenis’ – om met Kromhout te spreken – belichten, een breder bewustzijn gekomen over de eenzijdigheid van koloniale geschiedschrijving. Of laat ik het bij mezelf houden; ik ben deze mensen dankbaar voor kennis en ervaringen die mij tot dan toe niet hadden bereikt.

Het is niet toevallig dat activisten die aandacht vragen voor een periode waarin mensen, naast gemarteld en misbruikt, werden uitgebuit ten behoeve van winst van hun ‘meerdere’, vaak tevens kritiek uiten op hedendaags kapitalisme. Wat dat betreft lijkt me dat er ook veel meer solidariteit mogelijk is tussen de verschillende groepen mensen die in de hoeken zitten waar sociaaleconomische klappen vallen. Ze hebben veelal te lijden onder dezelfde mechanismen, al krijgen mensen met een migratieachtergrond daarbij vaak nog een extra klap. Zie ook het toeslagenschandaal.

Hoe de causale keten van koloniaal verleden naar achterstelling van bepaalde groepen precies loopt is niet eenduidig vast te stellen. Dat deze geschiedenis nog altijd betekenis heeft in het hier en nu is evenwel evident, dus dat ze geen gevolgen meer zou hebben, dat we het koloniale verleden nu wel ‘kunnen afsluiten,’ lijkt mij een bizarre stellingname. Wie bepaalt dat bovendien?

Als er één geschiedenis is waar we ons nog altijd toe moeten verhouden is het wel ons koloniale verleden, al is het alleen maar vanwege de actuele politieke en familiaire banden tussen Nederland en voormalig koloniaal gebied, maar ook vanwege de talloze subtielere, minder eenduidige manieren waarop dat verleden doorwerkt in hoe we kijken naar onszelf en naar de ander.

Op drie mei stond ik op de Dam. Ik was daar in het kader van ‘een liefdevol verzoek aan het Nederlandse volk en de regering om een nationale herdenkingsdag van onze gezamenlijke koloniale geschiedenis,’ een initiatief van psycholoog en traumatherapeut Rishma Khubsing. We waren met een kleine groep, op de grote Dam en stonden stil bij de Nederlandse geschiedenis in Indonesië, in het Caribisch gebied en in Suriname. Er werd afgesloten met een ritueel, waarbij elke aanwezige gevraagd werd op een papiertje een vraag aan een voorouder op te schrijven alsook een belofte aan een voorouder. Vervolgens werden de briefjes een voor een in een vuur verbrand ‘opdat zou resoneren wat moet resoneren’.

Het was een even introvert als verbindend ritueel, althans ik ervoer het als verbindend. Er werd namelijk gevraagd om een persoonlijke betrokkenheid: welke vraag wil je stellen, welke belofte wil je doen? In stilte. Het enige wat nodig was, was de intentie om kort en oprecht je te verhouden tot een voorouder.

Het ons telkens weer verstaan met al die geschiedenissen waaruit blijkt dat wij, mensen, in staat zijn om andere mensen te reduceren tot een minderwaardig wezen en waaruit dus evenzeer het besef moet blijken dat wij, mensen, gereduceerd kunnen worden door andere mensen tot niets meer dan een gebruiksvoorwerp, lijkt mij tot in lengte van dagen relevant. Onze koloniale geschiedenis bezien als collectief trauma creëert dan ook geen polarisering, maar is bij uitstek de weg naar solidariteit, van ons met elkaar.


Laatste publicatie van Bram de Ridder

  • Andere kamers

    April 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (42)