1.583
9

managing consultant veiligheid en crisismanagement

Na een studie milieuwetenschappenaan de Universiteit Utrecht promoveerde Vincent van der Vlies op een onderzoek naar de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor aan de Radboud Universiteit Nijmegen. In het dagelijks leven is hij managing consultant veiligheid en crisismanagement en geeft hij advies op het gebied van verschillende veiligheidsaspecten bij Berenschot. Daarnaast is hij actief voor de PvdA. Colums schrijft hij vanzelfsprekend op persoonlijke titel.

Gevaarlijke fabrieken in Nederland

Wees niet zo naïef te denken dat een ongeluk als in Texas hier niet kan gebeuren

Gelukkig maken wij niet vaak explosies mee met de omvang van de kunstmestfabriek in het plaatsje West in Texas. De amateurbeelden en de eerste foto’s uit het gebied laten een verschrikkelijke indruk achter over de schaal van vernietiging. De gevolgen zijn navenant: de schattingen van het aantal doden lopen uiteen van vijf tot enkele tientallen, er is een veelvoud aan gewonden en er is sprake van een totale ravage.

De explosie had zelfs een lichte aardbeving als neveneffect. Hopelijk zal deze gebeurtenis zowel de politiek als de chemische sector in Nederland wakker schudden en in beweging brengen om de veiligheid écht te verbeteren.

Het valt namelijk nog te bezien of de veiligheid in Nederland rond bedrijven die werken met gevaarlijke stoffen op orde is. We kunnen ons waarschijnlijk allemaal de brand bij Chemiepack in Moerdijk nog herinneren. De Onderzoeksraad voor Veiligheid heeft dit nauwgezet onderzocht en kwam met verontrustende feiten na de brand, zoals dat het bedrijf niet de juiste vergunningen had, dat er gebrekkige controles waren geweest door de overheid en dat de bedrijfshulpverlening van Chemiepack onvoldoende was voorbereid op ongevallen. Dit staat dan nog los van het dubieuze feit dat de brand ontstond door een werknemer die een vastgevroren pomp ontdooide met een gasbrander.

Daarnaast zijn vorig jaar juli vele gebreken bij een bedrijf in de Botlek geconstateerd. Hier werd een bedrijf na een bestuurlijke tour de force met meerdere strafmaatregelen, zoals tijdelijke stilleggingen, gedwongen maatregelen te nemen die de veiligheid van het bedrijf – en de omgeving niet te vergeten – zouden waarborgen. Een laatste voorbeeld is Thermphos in Zeeland, waar men zich niet aan milieu- en veiligheidsnormen hield en waar aanzienlijke overtredingen mede hebben geleid tot het faillissement van het bedrijf.

Het adagium onder veel van mijn vakgenoten – of dit nu veiligheidsadviseurs, gemeenteambtenaren, wetenschappers of brandweermannen zijn – is dat wie praat over de kosten van veiligheid, zich eens moet bedenken wat de maatschappelijke kosten (zowel economisch als in het aantal slachtoffers) van een ramp zijn. We moeten niet vergeten dat de vuurwerkramp in Enschede 23 slachtoffers eiste. Natuurlijk, er zijn gelukkig geen doden gevallen bij Chemiepack en tegen de beide andere recente voorbeelden is streng bestuurlijk opgetreden, ofschoon dit laatste pas na jaren van bestuurlijke en bedrijfsmatige verslonzing gebeurde. Daar staat dan wel weer tegenover dat alleen al de kosten van de brand bij Chemiepack die nu op de maatschappij worden afgewenteld oplopen tot 70 miljoen euro.

Als het dan vervolgens bij die drie bedrijven bleef, zou je kunnen denken dat het tegenwoordig allemaal relatief best goed gaat. Drie bedrijven, dat klinkt immers als een relatief verwaarloosbare hoeveelheid. In een vorige week verschenen rapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport wordt echter gemeld dat bij 121 bedrijven met gevaarlijke stoffen gebreken zijn geconstateerd ten aanzien van de brandveiligheid. Hier zitten 58 bedrijven bij die – net als bijvoorbeeld Chemiepack – onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO) vallen.

Dit Besluit verplicht bedrijven om veiligheidbeheerssystemen te implementeren en preventief beleid te formuleren. Dat is niet zonder reden, want het gaat dan ook om bedrijven die grootschalige opslag mogelijk maken van gevaarlijke stoffen en om de crème de la crème uit de chemische procesindustrie.

De (dodelijke) effecten van een ramp bij dit soort bedrijven zijn door het type stoffen en de hoeveelheden die gebruikt worden namelijk tot op honderden meters waar te nemen. Dat die extra regels voor BRZO bedrijven bestaan en dat de risico’s voor de mensen in de bebouwde omgeving, maar ook voor het personeel binnen de bedrijven zelf beheerst en beperkt moeten worden, lijkt mij verder buiten kijf staan.

Daarnaast wordt ook vanuit de ruimtelijke ordening gestuurd op veiligheid. BRZO bedrijven worden over het algemeen zo ver mogelijk van dichtbebouwde stedelijke gebieden gepland. Dit lijkt uiteraard goed nieuws rond het te verwachten aantal slachtoffers, omdat de afstand tot de risicobron groter wordt en het potentieel aantal slachtoffers daardoor kleiner. Nederland is echter een klein en dichtbevolkt land en als er iets goed fout gaat, dan kun je alsnog gevolgen verwachten zoals deze in Texas waar te nemen zijn. En daarom blijft het des te verbazingwekkender om te lezen dat het nog steeds niet goed lijkt te gaan, alle inspanningen, soms ook op basis van goede initiatieven uit de chemische sector zelf overigens, ten spijt.

Ik heb niet de pretentie aan Cassandraprofetieën te doen over waar en wanneer er iets fout zal gaan en wat de exacte effecten zijn. Daarentegen zijn de laatste paar jaar genoeg zeer duidelijke signalen verschenen dat het ook in Nederland fout kan gaan. Laten we daarom nu eens niet naïef zijn en denken dat een ramp als in Texas niet bij ons zal gebeuren en dat dit een ver van mijn bed show is. Het is hoog tijd dat overheid en de betreffende bedrijven vooraf meer tijd, moeite en geld investeren in veiligheid, in plaats van achteraf weer eens een onderzoek te doen waar het ditmaal toch in hemelsnaam fout kon gaan. 

Volg Vincent ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (9)