Laatste update 22:23
565
6

Onderzoeker fac. Rechtsgeleerdheid EUR

Wouter de Been is sinds 2008 postdoctoraal onderzoeker aan de Faculteit der rechtsgeleerdheid van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 2009 werkt hij hier aan een onderzoeksproject over conflicten in de multireligieuze samenleving. In dit project wordt geprobeerd tot een meer dynamische en open interpretatie te komen van klassieke idealen als neutraliteit, scheiding van de kerk en staat, godsdienstvrijheid, gelijkheid en vrijheid van meningsuiting.

Gevecht tegen het zuur

Bij de bepaling van hun politieke voorkeur kijken mensen vooral om zich heen naar wat hun vrienden en kennissen doen. Mensen willen niet uit de toon vallen.

Ik kan het exacte programma niet meer terugvinden en de precieze details ontgaan me, maar jaren geleden zag ik een gesprek tussen de schrijver Maarten Biesheuvel en zijn intellectuele mentor Karel van het Reve. In het gesprek stelde de gekwelde Biesheuvel dat we onze ouders ondanks al hun tekortkomingen uiteindelijk toch altijd begrip en liefde verschuldigd waren. Van het Reve ― berucht om zijn onmodieuze, tegendraadse meningen ― was het daar niet mee eens. Waarom waren we dat onze ouders altijd verschuldigd? Het konden toch ook klootzakken zijn. Dit antwoord choqueert, omdat we over ouders in het algemeen, en over onze eigen ouders in het bijzonder, niet willen denken in termen van kloterigheid. Toch zijn er ouders die niet deugen; die hun kinderen kleineren, slaan of verwaarlozen.

Wanneer we nadenken over de kiezer dan gaan we vaak uit van een soortgelijk respect als dat van Biesheuvel voor zijn ouders. De kiezer heeft altijd gelijk wordt dan gezegd. Het heeft geen pas om de kiezer op zijn voorkeuren aan te spreken, die zijn per definitie authentiek, oprecht en oorspronkelijk. Kiezers zijn geen schavuiten. Ze worden hooguit misleid. Toen Hillary Clinton een thema maakte van de naargeestige burgers in de VS met haar verwijzing naar de “basket of deplorables” ― de kleine groep vastgeroeste racisten, sexisten, homo-, vreemdelingen- en islamhaters in het electoraat die Donald Trump met zijn campagne had wakker gekust ― viel de hele wereld over haar heen. Toch bestaan dergelijke burgers. Hun voorkeuren zijn nu in de bloedsomloop van het Amerikaanse politieke proces terechtgekomen en vormen de flinterdunne democratische legitimatie voor een aantal rechtsstatelijk dubieuze beleidsplannen gericht tegen immigranten en moslims. Een spreekbuis van hun ressentiment ― Steve Bannon van Breitbart News ― werkt nu in het Witte Huis ongestoord aan zijn plan voor een existentiële strijd tussen de joods-christelijke beschaving en de islamitische wereld. Misschien had Hillary toch een punt.

Er is overigens één uitzondering op deze grondhouding van respect. Van één groep burgers wordt wel in toenemende mate collectief de goedhartigheid en de loyaliteit aan de grondbeginselen van de rechtsstaat in twijfel getrokken ― de moslims. Het is niet taboe om de hele moslimgemeenschap verantwoordelijk te stellen voor de kleine groep moslimterroristen en fundamentalistische sympathisanten die van de islam een soort persoonlijke doodscultus hebben gemaakt. Sterker nog, je bent een “wegkijker” die “de problemen niet wil benoemen” als je daar vraagtekens bij zet. Je mag de voorkeuren van sommige autochtone kiezers niet problematiseren, maar moet “kutmarokkanen” wel bij de naam kunnen noemen.

Een recent achtergrondartikel in Trouw rapporteert een schrikbarende toename van ongegeneerde uitingen van moslimhaat op het internet. De motivatie voor deze rabiate haat tegen moslims is vaak dezelfde: “Moslims treft een collectieve schuld voor de misdaden van hun geloofsgenoten.” Omdat ze kennelijk als gemeenschap onze manier van leven, onze vrijheden, en onze rechtsstaat haten, is het geoorloofd om ze een koekje van eigen deeg te geven. Dat gaat gepaard met voorstellen om ze te weren uit Nederland, de Koran te verbieden, en islamitische scholen en gebedshuizen te sluiten. Burgerrechten zijn mooi, lijkt de gedachte, maar gelden niet voor groepen medeburgers die een rare godsdienst belijden.

Dat is allemaal interessant, zult u zeggen, maar wat is daaraan te doen? We kunnen vrije burgers toch niet voorschrijven wat ze moeten denken en wat ze moeten kiezen? Dat klopt. Je kan van burgers moeilijk een bewijs van rechtsstatelijke en morele onkreukbaarheid eisen voordat ze van hun kiesrecht gebruik maken. Maar dat betekent niet dat we niets kunnen doen.

Het democratische proces wordt vaak als een vrije marktplaats van ideeën voorgesteld waar de beste argumenten en de meest aansprekende ideeën zegevieren. Maar een verkiezingsstrijd in een werkelijke democratie is geen wetenschappelijk symposium waar op basis van feiten en rationele argumenten een consensus wordt bereikt over de beste wetenschappelijke verklaring voor een bepaald fenomeen. De verkiezingsstrijd is een complex sociaal proces waarin burgers niet alleen worden geleid door rationele overwegingen, maar ook door de emotionele boodschappen van politieke colporteurs en in onze genetwerkte samenlevingen in toenemende mate ook door sociale invloeden, bandwagon-effecten, informationele kettingreacties en groepspolarisatie.

Een van de vooraanstaande auteurs over dit thema is de Amerikaanse rechtstheoreticus Cass Sunstein. In een recent boek The World According to Star Wars (2016) illustreert Sunstein zijn theorie aan de hand van de beroemde science fiction cyclus. Er zijn, volgens Sunstein, zeker een aantal intrinsieke kwaliteiten van Star Wars die het succes van de serie verklaren, maar niet iedere goede film wordt een wereldwijd fenomeen. Er waren ook een aantal sociale processen nodig om van Star Wars een wereldwijd succes te maken. De verwachtingen voor de eerste Star Wars film waren aanvankelijk helemaal niet hoog. A New Hope kreeg echter vroeg ondersteuning in de media. Hoewel de film maar in een beperkt aantal bioscopen uitkwam, ontstond er een buzz over de film. Dit bracht een onverwachte, zichzelf versterkende, kettingreactie op gang. Zo werd Star Wars een cultureel fenomeen. Mensen gingen naar de film, omdat al hun vrienden en kennissen ook gingen. Mensen spiegelen zich graag aan hun gelijken en positieve reacties bevestigen elkaar.

Het proces kan ook de andere kant op. Toen Lucas na een periode van 16 jaar voor het eerst weer een episode aan zijn cyclus toevoegde, versterkten de kritische geluiden elkaar juist in een neerwaartse spiraal. The Phantom Menace kreeg een veel slechtere reputatie dan hij wellicht verdiende en er vormde zich een actieve schare van uitgesproken critici die de film omlaag praatte.

Dergelijke processen zie je ook in politieke arena. De voorkeuren en opinies van de meeste burgers zijn helemaal niet zo vastomlijnd en onveranderlijk als we graag zouden willen denken. Bij de bepaling van hun politieke voorkeur kijken mensen vooral om zich heen naar wat hun vrienden en kennissen doen. Mensen willen niet uit de toon vallen. Dat is een onvoorspelbaar groepsproces dat op een breed scala van zeer uiteenlopende resultaten kan uitkomen.

In een recent artikel in de Financial Times herinnert Rutger Bregmans eraan dat Nederland in 1999 nog een van de meest tevreden landen van de wereld was en Nederlandse burgers een enorm vertrouwen hadden in de politiek. Alleen de Volksrepubliek Noord-Korea rapporteerde grotere tevredenheid dan de Nederlandse kiezer. Dat enorme vertrouwen is in slechts drie jaar tijd gehalveerd. Dat duidt er volgens Bregman op dat populistische politici niet simpelweg de spreekbuis zijn van een bestaande ontevredenheid onder de Nederlandse burgers, maar dat ze met hun populisme iets nieuws hebben gecreëerd dat met 9/11 de wind in de rug heeft gekregen. Ongetwijfeld zijn er groepen in de samenleving die reden hebben tot klagen over hun verslechterde positie in een globaliserende wereld, maar het hysterische onbehagen dat zich over Nederland heeft verspreid heeft duidelijk ook kenmerken van het soort groepsprocessen dat Sunstein beschrijft.

Een andere Nederlandse auteur van de vorige generatie, Johnny “the self-kicker” van Doorn, zag zijn leven als een Gevecht tegen het zuur (1985). Dit gevecht tegen het zuur (spreek uit “zuuurrrrrrrrr,” Van Doorn moet je horen niet lezen) is iets dat veel politici de laatste jaren hebben nagelaten. Ze hebben vooral oog gehad voor de electorale kansen. De losgeslagen, boze burgers werden door veel partijen in de eerste plaats gezien als kiezers die voor het oprapen lagen. In plaats van zorg over de xenofobe sentimenten en onrechtstatelijke ideeën was er begrip en een luisterend oor. Maar als je opinievorming ziet als een sociaal proces zoals Sunstein, dan jaag je met dergelijke bevestigingen van extreme posities de verdere verspreiding ervan juist aan. Het zuur klotst in Nederland ondertussen tegen de plinten omhoog. Misschien wordt het tijd voor een andere insteek.

Geef een reactie

Laatste reacties (6)