1.023
13

Platform Duurzame en Solidaire Economie

Lou Keune (1938) is (voormalig) universitair hoofddocent aan de Katholieke Universiteit Brabant (KUB), Faculteit Sociale Wetenschappen (FSW). Zijn onderzoeksgebied was ongelijke ontwikkeling (tussen 'noord' en ‘zuid’). In 1961 deed hij zijn doctoraal economie. In 1969 werd hij doctor in de Sociale Wetenschappen. Keune was betrokken bij veel politieke initiatieven, met name in de solidariteitsbeweging en de kritische economie, waarin hij nog steeds actief is. Hij is medeoprichter van het Platform Duurzame en Solidaire Economie.

Geven wij wel ontwikkelingshulp?

In de zoektocht naar een andere opzet van de ontwikkelingshulp moeten principiëlere vragen worden gesteld. Geven wij wel ontwikkelingshulp? wat ontrekken wij "in natura" aan de ontwikkelingslanden? Hoezo helpen wij?

Het rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over de ontwikkelingshulp heeft veel reacties verwekt. Terecht, gezien de kwaliteit van het rapport en het prestige van de WRR. Maar ook vanwege de conclusies en aanbevelingen, die staan nogal haaks op heersende opvattingen in Nederland Ontwikkelingsland. Hoezo armoedebestrijding? Waarom vasthouden aan de befaamde 0,7 %? Waarom hulp geven aan zoveel landen? En zou het niet wat professioneler kunnen? Vragen opgeroepen door het rapport.

Voor de zoveelste keer wordt gezocht naar een andere opzet van de ontwikkelingshulp. En opnieuw worden vragen gesteld, dezelfde overigens als in de jaren zestig bij de eerste omvangrijke evaluatie van de Nederlandse ontwikkelingshulp. Wat dat aangaat lijkt het alsof de tijd heeft stilgestaan. Waarom niet eens andere en meer principiële invalshoeken gekozen? Laat ik er twee noemen.

Geven wij wel ontwikkelingshulp? Natuurlijk, er zijn allerlei programma’s in landen als Nederland die grote stromen geld vanuit het Noorden naar het Zuiden dirigeren, althans voor zover niet gebonden aan besteding in Nederland. Maar wat in de discussies veronachtzaamd wordt is dat de stromen vanuit Zuid naar Noord veel groter zijn. Vandaar de uitdrukking “omgekeerde ontwikkelingshulp”. Die stromen kennen allerlei vormen.

Zo gaan er veel private en publieke leningen van Noord naar Zuid. Maar dat is eigenlijk het rondpompen van heel veel geld. Want wat ontwikkelingslanden jaarlijks betalen aan rente en aflossingen is sinds decennia meer dan de ontvangen leningen. Sigaren uit eigen doos dus. Of neem de buitenlandse particuliere investeringen in ontwikkelingslanden, een door velen geroemde motor van ontwikkeling. Kijkt men wel eens naar de verliezen die ontwikkelingslanden lijden als gevolg van de winsten die deze landen verlaten, en andere vormen van kapitaalvlucht?

Dan de veel geprezen wereldhandel, “trade, not aid” is voor velen het devies. Maar werkt dat wel zo? Als ik, bijvoorbeeld, kijk naar de verliezen van ontwikkelingslanden als gevolg van de verslechterde ruilvoet dan kom ik tot bedragen die een veelvoud zijn van die van de officiële ontwikkelingshulp. Handel motor van ontwikkeling? Het hangt er maar van af. Sinds de jaren negentig wordt steeds meer onderzoek gedaan naar de gevolgen van de vrijhandel opgelegd aan ontwikkelingslanden. De resultaten zijn schokkend. Christian Aid, een Engelse hulporganisatie concludeerde dat deze (netto!) verliezen voor Afrika minstens zo groot zijn  als alle ontvangen ontwikkelingshulp.

En dan de belastingen. Sinds Obama zich liet ontvallen dat Nederland een belastingparadijs is, krijgt dit onderwerp (eindelijk) meer aandacht. En terecht. Want uit steeds meer onderzoek blijkt dat ook Nederland behoort tot de landen met overheden die aan allerlei vormen van in ontwikkelingslanden gepleegde belastingontduiking geld verdienen, zie bijvoorbeeld de publicaties van het Tax Justice Network. Wie helpt wie?

De WRR had ook nog een andere invalshoek kunnen kiezen: wat ontrekken wij “in natura” aan de ontwikkelingslanden? Want geld meet niet alles. Nog steeds is sprake van verregaande onderbetaling van menskracht verwerkt in de producten die wij kopen. En ook worden veel zo niet alle milieuschades veroorzaakt door die exporten niet verdisconteerd in de prijzen. Deze moderne vormen van woekerbeprijzing hebben ernstige gevolgen voor de 
ontwikkelingsmogelijkheden van de mensen in het Zuiden.

Neem bijvoorbeeld de “overshoot” ofwel het overgebruik van de biologische capaciteit van de aarde. De geldswaarde van die overshoot is misschien wel het honderdvoudige van de ontwikkelingshulp. Zij is een van de belangrijkste oorzaken van de voedselcrisis. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt hoofdzakelijk bij ons, de westerse consumenten. Die verantwoordelijkheid geldt ook de zeespiegelstijging en andere uitingen van de te hoge CO2 uitstoot. De gevolgen van een en ander zijn eerst en vooral voelbaar in de ontwikkelingslanden. Dat geldt ook de vele oorlogen en oorlogjes in Afrika, hoe dikwijls zijn die niet verbonden met onze onlesbare behoeften aan grondstoffen? wat ontrekken wij “in natura” aan de ontwikkelingslanden?Inderdaad, de WRR heeft een deskundig rapport op tafel gelegd. Maar het blijft toch weer de nieuwste loot aan de stam die steeds weer de tevredenheid creëert dat wíj gulle gevers zijn. Tja.

Geef een reactie

Laatste reacties (13)