2.190
87

Presentator '1 op straat'

Rob Oudkerk is directeur van de Jeugdfabriek, een netwerkalliantie die zich bezighoudt met jeugdbeleid en jeugdzorg. Hij reorganiseert gezondheidscentra en is sinds 2007 lector Leefstijlverandering aan de Haagse Hogeschool.

Oudkerk studeerde geneeskunde en was vanaf 1986 werkzaam als huisarts.
Van mei 1994 tot mei 2002 was hij Tweede Kamerlid voor de PvdA. In 1999 was hij vice-voorzitter van de Parlementaire enquete-commissie Bijlmerramp. Eind 2001 werd hij lijsttrekker voor de PvdA in Amsterdam. In april 2002 werd hij daar wethouder sociale zaken en werkgelegenheid, onderwijs, integratie en grotestedenbeleid. In januari 2004 moest hij aftreden.

In 2005 schreef hij een boek over tien jaar politieke ervaring en de noodzaak tot bestuurlijke en politieke veranderingen.

Oudkerk presenteert samen met Marianne van den Anker op Radio 1 het opinieprogramma '1 op straat'.

Gevraagd: een paar (liefst veel) progessieve politici

Het gaat om uiterst complexe problematiek in 22 steden in Nederland, waar een relatief kleine groep voor immense problemen zorgt. En waar volop gediscrimineerd wordt

Gister kwam in het nieuws dat een groep mensen er voor pleit het woord ‘kutmarokkanen’ uit de Dikke van Dale te schrappen, omdat het stigmatiserend zou werken. Ik geniet de zeer twijfelachtige eer in 2002 de ‘founding father’ van dat woord te zijn (klopt niet: dat was de voetballer Jan Wouters in 1986), maar als ik ook maar 1 aanwijzing zou hebben dat het schrappen van dat woord in de Van Dale ook maar iets zou oplossen van de problematiek om dat woord heen, zou ik voorop lopen in de strijd dat woord voor eeuwig te verbannen.

Maar ik weet dat het window-dressing zou zijn. Oppervlakkig ‘succes’ zonder dat er ook maar een millimeter aan problemen verandert.  Een typisch Nederlandse non-oplossing. Alsof je er daarmee voor zorgt dat grote groepen mensen niet meer zo over sommige jongeren zullen denken. Het doet me sterk denken aan de oproep die ooit een partijgenoot van mij deed en die net zo kansloos was: laten we de term allochtoon schrappen.

Wat zijn de feiten in 2010?
Bijvoorbeeld dat medewerkers van Albert Heyn gisteren terecht zijn veroordeeld omdat ze in 2009 in een mail hadden laten weten dat Marokkaanse sollicitanten geweigerd moesten worden. Dat is onacceptabele discriminatie.

Bijvoorbeeld dat Marokkaanse jongeren systematisch geweigerd worden voor de deur van een disco. Dat is eveneens onacceptabel. Of dat ze geen stageplekken kunnen krijgen. Niet te tolereren.

Maar in een vorige week gepubliceerd rapport van een onderzoeksbureau van de Erasmus Universiteit naar gemeentes waar veel marokkaans-nederlandse probleemjongeren wonen staan minstens even schrikbarende feiten: het onderzoek brengt de cijfers in kaart van Marokkaanse jongeren tussen 12 en 24 jaar in 22 gemeenten.

In vergelijking met leeftijdgenoten met een andere achtergrond komen de onderzochte jongeren twee keer zo vaak in aanraking met de politie. Van alle jongeren heeft 18,5 procent een strafblad; bij de Marokkaanse jeugd is dat 40 procent. Over dat soort jongens had ik het in 2002. Jongens die vier keer zo vaak betrapt worden op diefstal en drie keer zo vaak bij geweld en drugsdelicten. Schooluitval en werkeloosheid zijn significant hoger bij deze groep dan bij alle andere jongeren.

Het gaat niet eens om die cijfers alleen. Het gaat juist vaak om wat er achter zit. Als leider van de Jeugdfabriek schrok ik me wezenloos van de uitkomsten van een groot onderzoek dat wij op verzoek van de gemeente Amsterdam in een stadsdeel aldaar deden. Van de 54 onderzochte jongeren –veelal van Marokkaanse afkomst- hadden 38 (!) een manifeste psychische of psychiatrische stoornis. 19 van hen zelfs zo ernstig –angst, depressie, gedragsstoornissen, autisme- dat deskundigen onmiddelijke behandeling adviseerden.

In goed hollands: we zien een huftertje die op zijn dertiende een bushokje in elkaar ramt of een 14-jarige die van school wordt getrapt, maar we hebben niet gezien dat diezelfde jongetjes op hun 8e met ernstig huiselijk geweld in aanraking zijn gekomen en daar enorm van zijn veranderd. En deskundigen zeggen: als je die jongens eerder opspoort en behandelt, hebben die kids veel meer toekomst.

Ik pleit er voor dat we in Nederland – het is 8 jaar na mijn gewraakte uitspraak – stoppen met flauwekulpolemiek – hoe begrijpelijk ook dat sommigen zich gestigmatiseerd voelen – over een term. Het gaat om uiterst complexe problematiek in 22 steden in Nederland, waar een relatief kleine groep voor immense problemen zorgt. En waar volop gediscrimineerd wordt. En welke term je waar dan ook voor gebruikt: feiten zijn feiten.

Zoals het ook een feit is dat slechts weinigen in mijn geliefde partij die problemen bij de naam noemen en een open debat aangaan over hoe hier mee om te gaan. Nog belangrijker: dat de meesten niet in staat zijn of lijken meer en beter te (h)erkennen wat een grote bevolkingsgroep – nu onterecht aangeduid als ontevreden PVV-stemmer van bedenkelijk allooi – hierover voelt en denkt. Dat lijkt een historisch gemiste kans ( te worden). En dat is veel meer dan alleen maar jammer: dat kan zelfs bepalend zijn voor de toekomst van de sociaal-democratie.

In die zin is de opinie van Joost Zwagerman over hoe links reageert op de PVV-stemmer te lezen als een essentiele en wellicht existentiële waarschuwing aan de PvdA. Bij die grote zaak is de polemiek die ontstond en ontstaat met Anil Ramdas over zijn en Zwagermans woordgebruik of over wie wanneer waar op televisie iets mag zeggen klein grut: van even weinig waarde als een oeverloze diskussie over het schrappen van een krachtterm uit de Dikke van Dale.

Gemiste kansen. Louis van Gaal kan daar mooie dingen over zeggen. Gevraagd: een paar (liefst veel) progessieve politici die meespelen, voorzetten geven en de ballen wel in het doel schieten.

Geef een reactie

Laatste reacties (87)