1.077
77

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Gewogen en te duur bevonden

Mag je tegen een doodzieke patiënt zeggen: "Meneer of mevrouw, jammer. Maar wat u nu vraagt, dát kan de samenleving zich niet veroorloven."

Wie verantwoordelijk is voor het lek bij het College voor de Zorgverzekeringen lijkt succes te hebben. Nu het conceptadvies over te hoge kosten van medicijnen voor twee zeldzame ziektes op de site van de NOS staat, wordt het van alle kanten aangevallen. In Den Haag vormt zich een politieke meerderheid tégen het niet langer vergoeden van deze geneesmiddelen.

De kans dat minister Schippers – of haar opvolger – het advies nog volgt, wordt met het uur kleiner.

Daarmee is de kernvraag niet opgelost: mag geld een rol spelen als er voor een werkzaam maar zeer duur geneesmiddel geen behoorlijk alternatief voor handen is? In de discussie van de afgelopen dagen wordt die vraag vaak vermeden. Men wijst naar de farmaceutische industrie.  Berekent die niet veel te hoge prijzen? Hoe kan het dat het middel tegen de ziekte van Pompe in Europa exact twee keer zoveel kost als in de Verenigde Staten? Of men stelt: de kosten voor medicijnen maken maar een beperkt deel van de zorgkosten uit. Als je wilt bezuinigen, moet je elders kijken. En dan nog: als een middel een miljoen per jaar per patiënt kost, dan maakt het op de grote hoop toch weinig uit als er nog geen honderd lijders zijn.

Allemaal mooi en aardig, maar daarmee los je het principiële vraagstuk niet op. Mag je tegen een doodzieke patiënt zeggen: “Meneer of mevrouw, jammer. Maar wat u nu vraagt, dát kan de samenleving zich niet veroorloven.”

Het antwoord op deze vraag luidt: “Nee.” Motivatie: “Daar gaat ‘de maatschappij’ niet over, wat dat ook moge zijn.”

Burgers hebben in Nederland maar een beperkte vrijheid om aan zichzelf te dokteren. Eigenlijk zijn alleen huismiddeltjes in de vrije verkoop. Elke therapie komt tot stand in samenspraak tussen de patiënt en zijn arts. Daarbij is de arts leidend. Zonder zijn recept geen medicijn.

Dat is een belangrijke verantwoordelijkheid. De geneeskunde mag alleen maar uitgeoefend worden door mensen die een specifieke, zeer zware studie achter de rug hebben. Zij zijn bovendien gebonden aan een beroepscode die als puntje bij paaltje komt de grenzen van hun handelen bepaalt en niets of niemand anders. Wezenlijk daarbij is dat een arts zijn kennis en kunde nooit mag gebruiken om leed toe te voegen, maar uitsluitend om dat weg te nemen of te verlichten.

De overheid en de zorgverzekeraars eisen van de medische stand dat hij zo kostenefficiënt mogelijk opereert en niet gaat voor dure merken als er meer betaalbare alternatieven voorhanden zijn. En ook dat niet voor de flauwekul recepten worden uitgeschreven of medicijnen toegediend, die niet of nauwelijks effect sorteren. Daarom gaat aan de toelating van geneesmiddelen dan ook een test vooraf die wordt uitgevoerd door ter zake deskundige wetenschapsmensen.

Voor het overige blijven overheid en zorgverzekeraars buiten de beslissingsbevoegdheid van de arts, voor zover die uit zijn beroepsuitoefening voortkomt. Als de dokter denkt dat lijden uitsluitend verlicht kan worden door het voorschrijven van een bepaald medicijn, dan komt dat er ook. Behalve als de patiënt dat op grond van zijn of haar eigen overwegingen weigert. De kosten zijn geen punt van overweging. Het gaat hier om de op deskundigheid gebaseerde innerlijke overtuiging van de arts.

Wie die verantwoordelijkheden geheel of gedeeltelijk elders legt – bij de staat of bij een verzekeringsmaatschappij – hangt een maximum prijskaartje aan een mensenleven. En dat niet alleen: die geeft ook het recht weg om zelf te bepalen, in hoeverre het leven nog de moeite waard is. Dat wordt dan door ánderen bepaald. Dan kruisen ze keuzevragen aan op een computer om vervolgens te wachten op de uitkomst: leven of dood.

Dan ben je gewogen en te duur bevonden: Je leven was niet menswaardig meer, prevelen ze vroom. Het belang van het volk gaat voor dat van de afzonderlijke volksgenoot. Wij moeten helaas afscheid van elkaar nemen.

In zo’n maatschappij wens ik niet te leven. Jij wel?


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (77)