Laatste update 11:54
2.750
128

Historicus

Han van der Horst (1949) is historicus. Hij schreef onder meer The Low Sky: understanding the Dutch', Nederland: de vaderlandse geschiedenis van de prehistorie tot nu, Een bijzonder land, het grote verhaal van de Vaderlandse geschiedenis, Onze Premiers en Schep Vreugde in het Leven, Levenslessen uit de grote depressie. Op elke laatste zondag van de maand is hij om elf uur in de ochtend te horen als boekbespreker in het VPRO-radioprogramma over geschiedenis OVT.

Een gifpil voor de democratie

In Brussel zal men tenslotte begrijpen; voor deze ezels is een hand wortels nodig

Zou de premier voor het debat van woensdagavond nog grappenderwijs tegen zijn collega’s hebben gezegd: “Wir schaffen das?” De kans is groot want volgens zijn eigen normen heeft hij het er goed van afgebracht. Dat hij alle ruimte en tijd heeft gekregen die hij vroeg, is geen prestatie. De fracties van de PvdA en de VVD – samen een meerderheid – zullen het kabinet door dik en dun steunen tot zij zelf het moment gekomen achten om een eind te maken aan het derde paarse kabinet in de Nederlandse geschiedenis. Knap is wat Rutte heeft beloofd te doen alvorens hij iets voor de poorten van de Brusselse hel gaat wegslepen. Hij gaat naar de winnaars van het referendum luisteren. Hij wil graag weten wat er precies achter hun nee-stem zat. De deuren van het torentje gaan wijd open voor de initiatiefnemers van het referendum. De bedoeling van Rutte is zonneklaar. Hij wil vaststellen dat het nee-kamp niet homogeen is, dat er op tal van uiteenlopende gronden tegen dat verdrag is gestemd.

Populistische oppositie
Zo is Rutte in staat het botte ‘nee=nee’ van GeenStijl kapot te interpreteren. Het ‘nee’ is in de meeste gevallen een ‘nee tenzij’, zegt hij. Daarna stelt de premier vast dat er bij de kiezers uiteenlopende zorgen leven. Die neemt hij dan mee naar Brussel waar hij met de collega’s van de overige lidstaten zogenaamd gaat onderhandelen. Het is daarbij in Rutte’s belang om het gewicht van het referendum ondanks de geringe opkomst zoveel mogelijk te benadrukken. Anders zeggen zijn collega’s in de Brusselse wandelgangen tegen hem: “Mark, je laat je toch niet piepelen door twintig procent van je electoraat. Ben jij nou een staatsman? Dat referendum heeft een draagvlak van likmevessie.” Rutte ondersstreept echter de kracht van de populistische oppositie, die niet totaal genegeerd kan worden. Mocht de Eerste Kamer hem dwingen om de wet op de ratificatie van het Oekraïneverdrag in te trekken, dan laat hij onderhands weten, dat zijn collega’s dit niet zo zwaar moeten nemen. Het is natuurlijk wel een signaal. In Brussel zal men tenslotte begrijpen; voor deze ezels is een hand wortels nodig. Laten we die hen geven. Anders zul je nog zien dat Nederland het hele verdrag niet ratificeert. Daarbij komt het wensenlijstje ter tafel dat door Rutte en zijn staf op basis van de gesprekken met de initiatiefnemers van het referendum is geformuleerd.

Iets explicieter wordt gemaakt dat het associatieverdrag geen eerste stap mag zijn naar een lidmaatschap van de EU. Voor het vrije reizen zal men enkele restricties maken die gemakkelijk te omzeilen zijn en de paragraaf over militaire samenwerking wordt wat vager. Het uitzicht dat de Europese wapenindustrie heeft op het doen van zaken met de Oekraïense strijdkrachten zal echter blijven bestaan. Na dit alles verschijnt Rutte in de Tweede Kamer waar hij uitlegt dat de zorgen van het nee-kamp zijn weggenomen. Wilders gooit er nog eens een motie van wantrouwen tegen aan maar die wordt keurig verworpen. Men zal het zo weten te plooien dat D66 en de ChristenUnie ondanks veel kritiek op het spreekgestoelte toch langszij komen.

Politieke moed
Het was beter geweest als Rutte en de coalitiepartijen politieke moed hadden getoond en het landsbelang hadden gesteld voor dat van henzelf. Ik heb al eerder geschreven welke twee wegen dan openstaan. Of zeggen: “We luisteren niet naar uw slechte raad. Wij ratificeren toch.” Of: “Nu de wet ons verplicht dit onderwerp opnieuw in de kamers te behandelen, schrijven wij vervroegde verkiezingen uit zodat een parlement tot stand komt dat de werkelijke politieke verhoudingen in het land weerspiegelt.”

Dat doet het kabinet niet. Het kijkt wel uit. Het kiest voor een strategie van een soort lafheid, die het ongetwijfeld zélf voor politiek vakmanschap aanziet. Deze aanpak leidt zeker tot politiek overleven op de korte termijn maar is zeer schadelijk voor Nederland en de Nederlanders. Het vertrouwen in de politiek krijgt een nieuwe klap omdat de nee-stemmers zich ondanks de concessies bedrogen voelen, misbruikt en om de tuin geleid door de elite en de academici, die bij mooi weer op het terras de ene dure gin-tonic na de andere zitten te bestellen. De onderhandelingspositie en de invloed van Nederland binnen de EU is verzwakt omdat het zich onbetrouwbaar heeft getoond. Kennelijk tonen de politici van dit ooit zo voorbeeldige land aan dat zij niet bestand zijn tegen de waan van de dag en lichte tegenwind in de publieke opinie. Ze buigen diep. De impact van het associatieverdrag op de relaties tussen de EU en Oekraïne blijft ondertussen ongewijzigd.

Gemarginaliseerd
De afrekening komt bij de verkiezingen van 2017. De VVD lijdt een schrikbarend verlies maar is niet gebroken. de PvdA is daarentegen volstrekt gemarginaliseerd. De SP leert op de verkiezingsavond dat de gelegenheidscoalitie met de PVV rond het referendum vooral Wilders en zijn kompanen heeft geholpen. Bij GroenLinks dansen ze op tafel vanwege de onverwacht grote zege, die de prachtige peilingen nog overtreft. Maar wie de zetels van alle progressieve partijen bij elkaar optelt, ontdekt dat links als geheel er nog nooit zo slecht heeft voorgestaan. En dan is de impact van een Brexit, een hernieuwde vluchtelingencrisis en de dreiging van een financiële meltdown in Griekenland nog niet eens meegenomen.

Ondertussen hebben de sterk gegroeide extreme kanten van de politiek geleerd dat je met dat malle raadgevende referendum van minderheden meerderheden kunt maken. Dat je er het vertrouwen in het politieke stelsel verder mee kunt ondermijnen. Dat je misschien al gehoor krijgt door alleen maar met een referendum te dreigen. Dat komt door de minimale opkomst van 30 procent. De ervaring met Oekraïne heeft immers geleerd dat de politiek uiterst bang is betrekkelijk kleine volksgroepen tegen de haren in te strijken als je maar lang en hard genoeg roept dat de elite zich niets van de gewone man aantrekt. Na de proef met zo’n associatieverdrag komen de grenzen aan de beurt, en de vluchtelingen. En andere onderwerpen waarmee je rancunepolitiek kunt bedrijven.

Zo wordt een referendumwet die bedoeld was als fopspeen toch een gifpil voor de democratie. En dat alles omdat men een serieus referendum met een serieus opkomstpercentage niet aandurfde.

Volg Han op Twitter.


Laatste publicatie van Han van der Horst

  • Nepnieuws

    Een wereld van desinformatie

    Februari 2018


Geef een reactie

Laatste reacties (128)