1.373
25

Lobbyist en Politiek Filosoof

Robbert Baruch is Manager Public Affairs bij Buma/Stemra. Hij is op 12 oktober 1967 in Amsterdam geboren. Hij studeerde Politicologie (Politieke Filosofie) en Bestuurskunde in Leiden en Theologie in Amsterdam en Jeruzalem. Zijn studie politicologie rondde hij af met een scriptie over Vondel's Palamedes en de 17e-eeuwse Nederlandse politieke filosofie. Na zijn studie werkte hij achtereenvolgens als communicatiestrateeg bij een internationaal reclamebureau, communicatiemanager bij de ING Groep, bestuursadviseur, wethouder van de Rotterdamse deelgemeente Feijenoord en lobbyist voor het Verbond van Verzekeraars in Den Haag.

Goede lobbyisten zijn een zegen voor de democratie

Het blijft de verantwoordelijkheid van politici om de inzet van lobbyisten te doorgronden, en zelf een afweging te maken. Transparantie hoort daarbij

Beïnvloeding van politici moet zo plaatsvinden dat het de werking van de democratie ondersteunt. Politiek speelt zich niet af in de raadszaal of Tweede Kamer. De discussies die daar gehouden worden, zijn eerder het sluitstuk van een ander, nóg ingewikkelder discussie: die tussen politici en belanghebbenden. Lobby, of die nou plaatsvindt door lobbyisten of andere mensen die zich in de politiek mengen, is een essentieel onderdeel van het functioneren van de politiek.

Iedereen lobbyt. Lobbyen is het proberen sympathie te krijgen voor je (politieke) standpunt. Goede, ervaren lobbyisten kennen de mensen die ze moeten spreken, kennen de achtergrond van de politieke discussies, de onderwerpen, en zijn ervaren in hoe ze een boodschap moeten verpakken. Ervaren lobbyisten hebben dan ook ontegenzeggelijk een voorsprong op anderen in het bereiken van politici.

Goede lobbyisten zijn een zegen voor de democratie. Ze voegen kennis toe, overzien het speelveld, en kunnen politici helpen bij het maken van een afweging. Goede lobbyisten denken daarbij ook aan hun eigen reputatie; als je bij politici de indruk wekt dat je ze op wat voor manier dan ook niet eerlijk voorlicht, willen ze een volgende keer niet meer met je praten.

Maar hebben lobbyisten daarmee macht? De uiteindelijke beslissing over onderwerpen worden genomen door de politici zelf. En zij moeten zich verantwoorden. Het blijft de verantwoordelijkheid van politici om de inzet van lobbyisten te doorgronden, en zelf een afweging te maken. Transparantie hoort daarbij; goede lobbyisten en goede politici kunnen ten alle tijden uitleggen waar ze voor staan, en waarom ze bepaalde keuzes maken. Reputatie is alles; blind lobbyisten volgen is voor politici al even onverstandig als het voor lobbyisten is om proberen politici om te kopen. In beide gevallen weet je dat het ten koste gaat van je eigen functioneren.

Hoewel het uiteindelijke doel van lobby is om gedragingen van de overheid te veranderen, is een lobby gericht op het veranderen van het beleid van de overheid. Het gaat om het politieke spel.

Anders is dat bij cliëntelisme zoals dat nog steeds in sommige delen van Nederland bestaat. Het in achterkamertjes beïnvloeden van gedragingen van de overheid, bijvoorbeeld door afspraken te maken over het verdelen van geld, invloed en macht, in ruil voor politieke steun, is weliswaar belangenbehartiging, en kan lijken op lobby, maar is dat niet.

Bij een lobby is er sprake van uitruil van gedachten; bij cliëntelisme uitruil van macht. Lobby is een essentieel onderdeel van de democratie, nepotisme en cliëntelisme helpen juist de democratie om zeep.

In mijn tijd in Feijenoord werd ik geconfronteerd met een samenspel van bepaalde partijgenoten, bewonersorganisaties en opbouwwerkers die van oudsher gewend waren macht, geld en baantjes onder elkaar te verdelen. De bewonersorganisaties, oud, blank en overwegend boos en teleurgesteld, waren de band met de rest van de inwoners weliswaar helemaal kwijt, maar bleven vasthouden aan even kostbare als nutteloze inspraakprocedures die er vooral op gericht waren hun macht te bestendigen. Ik heb geprobeerd daar wat aan te doen door de subsidies aan bewonersorganisaties op basis van hun activiteiten toe te kennen en het opbouwwerk zo in te richten dat het alle bewoners van de Deelgemeente ten goede kwam.

Het werd me niet in dank afgenomen en ik ben weggestuurd. En de huidige situatie? Dat Turkse bewoners van de deelgemeente proberen iets voor elkaar te krijgen is toe te juichen. Dat steeds meer Nederlanders van Turkse afkomst voor een politieke carrière kiezen is is prima. Zelfs als ze betrokken zijn bij hun achterban. Maar het mag niet leiden tot een situatie zoals ik die aantrof in 2006, waar in de achterkamertjes geregeerd wordt, maar dan door anderen. Of dat aan de orde is, kan ik vanuit Den Haag en Brussel, waar ik nu vooral mijn tijd doorbreng, moeilijk beoordelen, maar het is goed dat er onderzoek naar gedaan wordt.

Dit artikel verscheen ook op het weblog Baruch Blogt. Volg Robbert Baruch ook op Twitter

Geef een reactie

Laatste reacties (25)