6.703
172

Voormalig-Tweede Kamerlid PvdA

Ik ben Yasemin Çegerek, voormalig lid van de Tweede Kamer. Ik ben Gelders, ik ben Nederlands, ik ben van Turkse komaf. Ik laat me inspireren door het aloude motto: spreiding van kennis, macht en inkomen. Dat klinkt ouderwets, maar is misschien wel moderner dan ooit. Ik wil dat iedereen gelijke kansen heeft op de arbeidsmarkt, jongere en vijftigplusser, zoon van een hoogleraar of dochter van een migrant. Nu is er te veel onzekerheid. Er zijn mensen die te weinig verdienen en niet hun rekeningen kunnen betalen, of überhaupt geen baan hebben, wel willen maar geen werk kunnen vinden of door discriminatie geen toegang hebben tot de arbeidsmarkt. We kunnen het ons niet veroorloven dat zoveel talent aan de kant te laten staan. Ik maak mij sterk voor al die talenten.

Goede verpleeghuizen voor de eerste generatie Turken en Marokkanen zijn nodig

Wie staat er nog stil bij hun bijdrage aan de Nederlandse economie?

Iedereen wil als het nodig is, goede zorg op zijn oude dag. Niemand wil een last zijn voor zijn omgeving als hij of zij hulpbehoevend wordt. Dit geldt ook voor de eerste generatie Turken en Marokkanen die vroeger onderdeel waren van de economische bloei en nu onderdeel zijn van de vergrijzing.

Eind jaren zestig kwamen ze met hun houten koffers aan in Nederland. Op uitnodiging van de Nederlandse overheid om een bijdrage te leveren aan de economie. Kort geleden kreeg ik een foto in handen uit 1972 met de tekst Turkenbarak, waar allemaal jonge Turkse mannen in pak voor de Spartafabriek in Apeldoorn staan. Op die foto stond ook mijn vader die alweer 25 jaar geleden is overleden. Fabrieken hadden in die periode mensen nodig voor hun productie. In de metaalindustrie, textielindustrie maar ook in de papierfabriek, de chocoladefabriek, de koekjesfabriek en de glasfabriek hebben deze mannen in ploegendienst vele arbeidsuren gedraaid. Deze Turkse en Marokkaanse mannen hebben hun jonge jaren in de Nederlandse fabrieken en barakken versleten. Met bloed, zweet en tranen. Wie staat er nog stil bij hun bijdrage aan de Nederlandse economie?

Toen ik nog lid was van de Provinciale Staten van Gelderland, heb ik aangeklopt bij de toenmalige directeur van het Nederlands Openluchtmuseum. Hierdoor kon ik een kleine bijdrage leveren voor de komst van de eerste Turkenpension in het Nederlandse Openluchtmuseum in Arnhem. Hier is te zien hoe deze mannen begonnen zijn en wat ze gebracht hebben.  Ze wisten niet beter dan dat ze hard moesten werken onder erbarmelijke omstandigheden. Dit stukje gedeelde geschiedenis heeft sinds 2012 zichtbaar een plek in het Nederlandse Openluchtmuseum.

De banen verdwenen en de gastarbeiders waren geen gasten en gezonde jongemannen meer. Velen bleven met hun gezinnen in Nederland, sommigen konden werken tot hun pensioen, sommigen begonnen hun eigen dӧnerzaak of supermarkt. Sommigen kwamen nooit meer aan het werk. Ze hebben de Nederlandse samenleving veel kleur gegeven. Met hun komst zijn er ook nieuwe voorzieningen bij gekomen. Cultureel, culinair en religieus. In 1975 veroverde een Turkse popgroep “Beyaz Kelebekler” – in Nederland bekend als “White Butterflies” een plek in de Nederlandse Top 40. In het dagelijkse leven is ook de islam steeds meer verankerd in Nederland.

Nu is de eerste generatie migranten oud en hebben ze zorg nodig. Momenteel hebben we volgens de cijfers van het CBS bijna 120.000 ouderen met een niet-westerse achtergrond van boven de 65 jaar, binnen tien jaar zijn dat er meer dan twee keer zoveel. Als het gaat om zorg aan huis zijn er binnen eigen kring wel initiatieven en vele thuiszorgbedrijven spelen er aardig goed op in. In eerste instantie wordt van de kinderen verwacht de zorg voor ouders op zich te nemen. Vaak kunnen ze dat niet aan, druk met werk of kinderen. De sociale druk het toch te doen, is groot.

Als het echt niet gaat, zijn verpleeghuizen een uitkomst. De behoefte daaraan neemt onder migranten toe. De zorg in Nederland speelt hier nog niet voldoende op in. Het is bekend dat ouderen veel belang hechten aan ervaringen uit hun jeugd. Herinneringen gaan een belangrijkere rol spelen. Dat is bij migranten niet anders dan bij autochtone Nederlanders. De oudere migranten vallen vaker terug op hun moedertaal. De islamitische gebruiken waarmee ze zijn opgegroeid, zijn belangrijk. Ook het eten zoals het thuis was, is belangrijk. In een verpleeghuis dat daar niet op inspeelt, voelen deze mensen zich niet thuis. Nu ook de eerste generatie burgers van Turkse en Marokkaanse komaf van weleer vergrijzen, is het belangrijk dat de verpleeghuizen een antwoord formuleren op deze groeiende behoefte. Of dat antwoord wordt gegeven in bestaande verpleeghuizen of dat meer specifiek Turkse of Marokkaanse verpleeghuizen verrijzen, is daarbij van ondergeschikt belang. Volgens het SCP behoren de Turkse en Marokkaanse ouderen ook nu tot de laagste inkomensverdeling.

Er is voor deze groep nooit echt sprake geweest van een integratieproces in de Nederlandse samenleving. Ze werden de fabrieken ingestopt, in pensions en hebben heel lang geïsoleerd moeten leven. Het is jammer dat publieke en politieke discussies vooral gaan over onderwerpen tussen landen, dan om de zorgen en problemen van mensen die al jarenlang in Nederland wonen. Vooral de zorg voor deze groep ouderen, die wellicht bij hun komst naar Nederland hun leven begonnen zijn in een barak, behoeft aandacht. Het gaat erom dat ook migranten hun levensavond kunnen doorbrengen in een omgeving waarin ze zich thuis voelen.

Dit artikel verscheen eerder in dagblad Trouw

 

Geef een reactie

Laatste reacties (172)