1.397
33

Econoom/blogger

Ruben van Veen (1979) is econoom. Hij heeft gewerkt bij o.a. Randstad en Schiphol Group, in Nederland en in de Verenigde Staten. Sinds 2010 is hij auteur van de website www.wereldleven.com. Hier schrijft hij over een betere balans in de wereld, minder gericht op prijzen en meer op mensen en duurzaamheid. Het is zijn visie dat alle producten en diensten niet alleen monetair zijn gewaardeerd, maar ook de sociale en ecologische waarde is geïntegreerd.

Een goedkoop overhemd maakt de wereld er niet mooier op

Als je naast de financiële kosten ook de sociale en ecologische kosten meeneemt, zou de prijs al stijgen. Maar dat doen we natuurlijk niet


Reclameblaadjes lezen. Voor de één is het tijdverspilling, voor de ander is het heerlijk om door te bladeren of om ideeën op te doen. Sinds ik me meer met mode bezighoud, beweeg ik langzaam van de ene naar de andere categorie. Ik kan me niet heugen dat ik ooit met interesse een blaadje van de Wibra, Bijenkorf of Zara heb doorgenomen. Nu dus wel. Kijkend naar stijlen, kleuren en vooral de look & feel van een merk. Echt leuk om te doen! Totdat ik in het H&M krantje op een aanbieding stuit. Een overhemd voor 10 euro. En dan begint mijn economenhart te kloppen en mijn duurzame hart te branden.

Want 10 euro voor een overhemd kan niet. Het kan niet op zowel economisch als ecologisch gebied. Het rekensommetje is niet eens al te moeilijk. Ik loop je er stap voor stap even doorheen.

1. BTW
€10 is de verkoopprijs. Daar moet eerst de BTW vanaf. Daar doet zelfs een groot bedrijf met agressieve fiscale planning niks aan. 21% BTW is ongeveer €1,75, dus houd je €8,25 over.

2. Marge
Van die prijs moet de brutomarge worden afgetrokken voor de kostprijs. Wat is een redelijke marge voor H&M? De kleine cijfertjes zeggen dat het shirt origineel €20 euro kost, maar dit kan net zo goed een verkooptruc zijn. Marges van 70-80% zijn in de modewereld heel normaal. Maar laten we eens een minimale inschatting doen, stel dat H&M 25% marge op dit shirt behaalt. Om met dit item klanten naar de winkel te lokken. Van die marge moeten overigens alle winkels, personeel en ook advertentiekosten worden betaald. Onrealistisch, maar daar gaat het nu juist om. 25% marge betekent dat ze zelf ruim €6 voor het shirt betalen. Dat is hun inkoopprijs.

Voor €6 moet het shirt worden geproduceerd. Succes. Gelukkig is het productieproces redelijk overzichtelijk.

3. Materialen shirt
Eerst de materialen. Het shirt is gemaakt van 100% katoen, dat is verreweg het belangrijkste bestanddeel. Er zitten ook nog wel knopen, garen en labels op een shirt, maar laten we die voor het gemak maar even vergeten. Die zijn meestal van plastic, en plastic is goedkoop.

Als je zo goedkoop mogelijk katoen wil, moet je naar India of China gaan. Daar zijn de arbeidskosten minimaal, en is er veel goedkoop land om te verbouwen. Katoen krijg je voor 55 cent per kilo, zoveel is ongeveer nodig om een shirt van 200 gram te maken. Let wel, voor die 55 cent wordt wel 10.000 liter water gebruikt en 200 milliliter chemische stoffen, zoals pesticiden en insecticiden. Als je naast de financiële kosten ook de sociale en ecologische kosten zou meenemen, zou de prijs al stijgen tot €4,20 per kilo. Maar dat doen we natuurlijk niet, want anders is de €6 inkoop niet mogelijk.

Katoen is een plantje en wordt verbouwd. Het wordt geoogst, schoongemaakt, gesponnen tot draad, geverfd en geweven tot stof. Tenslotte gaat er nog een goedje overheen om de stof lekker zacht te maken. Dit alles hoeft niet zo duur te zijn, als je dit met goedkope arbeid laat doen en veel chemicaliën gebruikt die je daarna gewoon in het afvalwater loost. Een normale prijs voor een meter stof ligt rond de €10. Maar ja, dat is in dit geval natuurlijk veel te duur. Ik zou niet willen weten hoe het wordt gemaakt, maar je zou stoffen kunnen kopen voor €2 per meter. Dat is inclusief de prijs voor katoen. Voor een shirt heb je grofweg 1,5 meter nodig. Dat betekent dat je voor €3 genoeg stof hebt voor een overhemd. Met deze processtap zijn zo’n 10 mensen een week bezig gok ik zo. Prima prijsje toch?

4. Productie shirt
Van de stof wordt een overhemd gemaakt. Dat is ook in deze moderne wereld nog steeds een handmatig proces. Het bestaat uit zo’n 30-50 processtappen, van snijden van de stof, het naaien van de onderdelen tot het aanzetten van de knopen. Dit proces wordt CMT genoemd (cut, make, trimmings) en is de kern van onderhandelingen tussen inkopers als H&M en vele leveranciers, die onderling worden uitgeruild en veel prijsdruk ervaren. Oost-Europese prijzen liggen tussen de 7 en 10 euro voor CMT. Ligt een beetje aan het proces en de aantallen. Dat zal in Portugal iets duurder zijn, en in Azië iets goedkoper. Excuses, veel goedkoper, want anders is de €6 inkoop niet mogelijk. Laten we er dan maar €2,50 van maken. Haalt de inkoper weer zijn jaarlijkse bonus, en worden de kinderen weer aan het werk gezet.

5. Logistiek
De stof is dus €3 en het shirt maken kost €2,50. Is er nog 50 cent over. Dat is nauwelijks genoeg om de transportkosten en de douanekosten van te kunnen betalen. Zeker als het in Azië wordt geproduceerd, dat ligt natuurlijk een stuk verder weg dan Zuid of Oost Europa. Maar goed, met een hoop scheepsdiesel en goedkoop transport (lees: goedkope arbeid) kan je voor weinig geld spullen de hele wereld over slepen.

En dan is het gelukt! Zie je wel dat het mogelijk is om voor €10 een overhemd te kunnen verkopen? Wat loop ik toch te zeuren eigenlijk…

Mijn economenhart is duizelig van de cijfers, mijn duurzame hart brandt nog feller. Die heeft gelezen over de misstanden in het productieproces, waar de consument uiteindelijk niet voor betaalt. Bodemuitputting, watervervuiling, onderdrukking, blootstelling aan giftige stoffen en weet ik niet wat nog meer.

De wereld wordt er niet mooier op met zo’n goedkoop overhemd. Los van het feit of je het een mooi overhemd vindt.

Geef een reactie

Laatste reacties (33)