957
2

Journalist

Margaux Tjoeng (Hilversum, 1985) is freelance journalist. Van 2010 tot januari 2015 was ze redacteur bij Joop.nl. Margaux is gespecialiseerd in de etno-journalistiek en natuur & milieu onderwerpen. In 2012 was zij projectleider van Stichting Wolf, een organisatie van jonge twintigers die met scholieren in discussie gaan over hun social media gebruik. (cc-foto: Eva Snoijink)

Goud geld verdienen met onderwaterdino’s

Een klassiek verhaal over het bizarre rechtssysteem in de visserij, de machtige trawlerindustrie en hoe je als consument wordt beduveld met het idee dat je duurzame vis eet

Vanochtend stond ik om 04.30 uur naast mijn bed om de dinosaurusachtige ‘espada’ te zien. Helaas niet levend, want deze diepzeevis leeft minimaal een halve kilometer onder water dus kun je hem alleen zien als hij al gevangen is. De ‘Black Scabbard’, in Nederland ook wel de zwarte haarstaartvis, is één van Portugals oogappeltjes. Een knapperd is het echter niet. Met zijn lange dikke zwarte lijf, uitpuilende doffe ogen en scherpe tandjes lijkt hij meer op een dinosaurus voor wie je hard zou wegzwemmen als je hem levend tegenkomt. Het verhaal over dit lelijke onderwater eendje is echter ironisch. Het is een klassiek voorbeeld van het bizarre rechtssysteem dat geldt voor de visserij, de smerige en machtige trawlerindustrie en hoe je als consument wordt beduveld met het idee dat je duurzame vis eet.

Aangekomen in de haven liggen sommige vishandelaren nog achter hun stuur een tukkie te doen. De vangst van de dag is nog niet binnen, maar dan ineens verplaatst iedereen zich razendsnel van de voordeur naar de achterkant van het gebouw. Kratten vol met espada, sardines, lapas en ander zeebanket worden vanuit boten naar binnen gesleept. Vishandelaren verzamelen zich op de tribune en wanneer het theater van het bieden voorbij is, verdwijnt de vis achterin bestelauto’s richting de markt.

Een lokale visser komt naar ons toegelopen. Hij is verrast dat twee meisjes vroeg zijn opgestaan om de vers binnengekomen espada te bekijken. “Weinig vangst vandaag”, zegt hij terwijl hij friemelt aan het vloeitje dat hij zojuist heeft gevuld met tabak. “Als je gisteren was gekomen had je meer espada gezien.” De ogen van de visser die zich inmiddels heeft voorgesteld als Antonio beginnen te glimmen. Omdat hij van Madeira is weet hij als geen ander te vertellen over ‘zijn vis’. Madeira ligt middenin de diepe Atlantische Oceaan, een situatie die lokale vissers al vroeg dwong een creatieve oplossing te vinden om van grote diepte vis naar boven te halen. Daarmee waren Madeiraanse vissers in de jaren tachtig het meest deskundig op het gebied van longlining.

Portugal leerde het longline vissen van Madeira en de rest van de wereld leerde het longline vissen weer van Portugal. Inmiddels wordt espada en andere diepzeevis met behulp van sleepnetten uit het water gehaald. Na jaren van overbevissing schakelden trawlers over op het diepzeevissen om andere vissoorten te vinden. De Portugese espada dook ineens ook op in andere zeeën en om de angstaanjagende vis populair te maken veranderden de Fransen zelfs zijn naam.

Zo’n 60 van de 285 diepzeetrawlers varen onder Spaanse vlag. Een andere grote Europese speler is Intermarché, vernoemd naar de gelijknamige Franse supermarktketen. De vloten van Intermarché kregen tussen 2006 en 2010 bijna 10 miljoen euro subsidie om hun vangst te ‘verduurzamen’. Inmiddels roepen organisaties als Greenpeace en Bloom Association op te stoppen met diepzeetrawling. Omdat er nog weinig diepzeevis over is, maar ook omdat de pelagische ecosystemen de meest kwestbare op aarde zijn. Diepzeevissen kunnen heel oud worden, maar het duurt ook heel lang voordat er weer genoeg diepzeevissen zijn omdat ze een laag metabolisme hebben. In Brussel is er veel kritiek op diepzeetrawling, maar Frankrijk en Spanje blijven een moratorium boycotten. In deze landen is de espada de meest gegeten diepzeevis. Intermarché heeft zelfs een machine laten ontwerpen om in een handomdraai filets uit de espada te drukken.

Hoewel ik geen Portugees spreek en mijn fotografe de vertaling doet, kan ik Antonio goed volgen. Gepassioneerd vertelt hij over hoe haaien soms de lijnen vernielen en vervolgens de gevangen espada oppeuzelen. “Vissen zijn slimmer dan wij! En je moet oppassen, want ze kunnen jou ook opeten!” Over zijn toekomst maakt hij zich niet al te druk. Dat de espada overbevist wordt is niet zijn probleem. “Die Spanjaarden met hun grote boten”, zegt hij op geïrriteerde toon. Een aantal keer heeft hij mot gehad met een Spaanse trawler omdat die zijn netten had uitgegooid op de plek waar Antonio zijn longlines had uitgelegd. “Moderne piraterij was het gevolg”, zegt Antionio die er nu om kan lachen. “Maar die netten van hun zijn niet goed”, legt hij uit. “Niet alleen vanwege de bijvangst, maar ze vernielen ook de vis. De huid van de espada scheurt open en dan loopt alles eruit.” Volgens hem is de Portugese espada nog steeds het beste omdat die met longlines wordt gevangen. “Daarmee is ook de bijvangst minimaal en als we toch een walvis of schildpad vangen brengen we die naar het marine instituut.”

Ana Martha, mijn Portugese fotografe, vertelt me later dat Antonio 55 is en zijn hele leven in de visserij heeft gewerkt. “Hij kan niet lezen en schrijven. Moeder jong overleden”, is haar korte uitleg. Antonio is een man die op zee heeft geleerd hoe het leven in elkaar zit. Als ik hem vraag of het wat uitmaakt dat het zeegebied rondom Madeira beschermd wordt voor lokale vissers schudt hij zijn hoofd. “Ik kom net van de Azoren, hier is geen vis meer.”

Samen kijken we naar een krat die half gevuld is met espada. Het is duidelijk te zien hoe ze aan het eind van hun leven zijn gekomen. De haken van de longlines hebben hun mondhoeken doorboord. Sommigen liggen met opengesperde bek naar boven te staren terwijl het bloed uit de gaten wegloopt. Antonio aait met zijn hand over de buik van een dode espada, een beetje zoals een boer geruststellende op de billen van zijn koe klopt. Liever zou hij zien dat er een moratorium wordt afgekondigd en zijn overheid hem betaalt om niet te vissen.

Baarsachtigen als espada worden sterk overbevist in de Atlantische Oceaan, vooral door trawlers lees ik later thuis in een onderzoek van Greenpeace. In 2009 riepen zeebiologen Europese supermarkten op om geen diepzeevissen meer in te kopen. De contracten tussen trawlers en supermarkten zijn al opgesteld voordat de vis gevangen is. Daarmee is de prijs van de espada al bepaald voordat vissers als Antonio die uit het water halen. Voor Madeira is de vangst voor lokale doeleinden en om die reden wordt de vis hier nog wel op de ouderwetse manier verhandeld. Op het vaste land wordt de inkoop en verkoop geregeld door één bedrijf die de espada aan grote supermarkten verkoopt.

Onderzoekers proberen momenteel met meer bewijzen aan te tonen dat de vangst op diepzeevissen als de espada moet stoppen. Het is echter haast onmogelijk om de dieren te monitoren. Ze leven op dieptes tussen de 600 en 1700 meter. Het is daar uiterst donker en geen duiker die er kan komen. Het is bizar dat onderzoekers bewijzen moeten leveren om de diepzeetrawlers aan land te houden terwijl de visindustrie hun netten mocht uitgooien zonder te bewijzen dan hun manier van vissen geen schade zou aanrichten.

Als Ana Martha en ik terug de heuvels van Funchal oplopen passeren we diverse restaurants waar we espada kunnen eten: gegrilde espada met olijfolie en knoflook, espada met banaan of espada met passievrucht. Voor een toerist lijkt het stukje witvis op kabeljauw met een tropisch tintje. Eerlijk, ja, ik heb hem zelf ook gegeten en ja, hij is lekker, maar ik weet nu ook waar deze zwarte en interessante dinosaurus vandaan komt. Hij mag dan wel een dikke huid hebben, maar wij als consumenten moeten hem beschermen tegen de machtige visindustrie.

Dit artikel verscheen ook op het weblog van Margaux Tjoeng: De Oceaan Correspondent

Geef een reactie

Laatste reacties (2)