754
0

Schrijver

Zoals Raymond zich proefwerken op school vroeger voorstelde als tenniswedstrijden, zo stelt hij zich het schrijven van stukken tegenwoordig voor als Formule 1-races. Elke column een nieuwe Grand Prix. Er moet blijkbaar een spelelement inzitten om het leuk te houden. Dus neemt hij plaats achter zijn laptop, stelt zijn interne boordradio af op de meest oorspronkelijke plekken in zijn hersenen, en begint als een bezetene te tikken. Steeds sneller en harder moet het. Maar ook weer niet te hard, want anders vlieg je uit de bocht en dat kan dodelijk zijn tegenwoordig.

Gouden tijden, donkere tijden

Negenenzeventig ben ik wanneer mijn eventuele eigen jaren zestig aanbreken. Een oude man, die corona en de Tweede Duitse Bezetting nog meemaakte

cc-foto: Martin Petitt

“Er zouden weleens donkere tijden kunnen aanbreken, op een of andere manier ben ik bang voor de Russen”, bekent een vriendin op het terras. We drinken bier en praten over de toekomst na corona. “Geen angst voor Russen”, hef ik bezwerend mijn arm op, “wel geloof ik dat de Duitsers nog voor 2040 opnieuw een uitbraak wagen.” Waar dat laatste op gebaseerd is, weet ik niet. Het gevoel borrelt soms naar boven bij drankgebruik.

“Jij voorspelt al tien jaar de apocalyps, zo krijg je altijd een keer gelijk”, verwijt ze me terwijl de ober schuimende halveliterglazen voor ons neerzet. Zon beschijnt de Oudegracht, voor winkels staan rijen mensen met mondkapjes. “Onder dreigende donderwolken geniet én presteer je optimaler”, pareer ik, en ik adviseer haar zich te verdiepen in muziek van The Beatles. Op het hoogtepunt van de Koude Oorlog legden Lennon en McCartney een intensiteit in hun nummers waar Coldplay slechts van kan dromen.

“Je bedoelt dat er de komende jaren eindelijk weer eens echt legendarische artiesten opstaan?”, vraagt ze. Hoofdschuddend breng ik in herinnering dat er zelfs een après-ski-versie van Claudia de Breij’s ‘Mag ik dan bij jou?’ bestaat; goede smaak is te ver weggezakt om binnen een decennium terug te keren. Waarschijnlijk is een volgende wereldbrand nodig om dergelijke hoogstaande kunst opnieuw te vervaardigen.

Als ik een uur later door het Utrechtse centrum naar huis slenter, heeft de zon plaatsgemaakt voor een hemel vol grijstinten. Voorbijgangers lijken functioneel van A naar B op weg, van een openbaar leven is nauwelijks sprake. Geflirt wordt er niet, ‘Swinging London’ uit de sixties voelt verder weg dan ooit. Negenenzeventig ben ik wanneer mijn eventuele eigen jaren zestig aanbreken. Een oude man, die corona en de Tweede Duitse Bezetting nog meemaakte. Te vroeg geboren voor een gouden tijd, of te laat natuurlijk.

Geef een reactie

Laatste reacties (0)