1.384
31

Onderzoeker, docent en publicist

Gratis professor is niet altijd goed

Wie je kent wordt belangrijker dan wat je kunt.

Wat hebben Rabobank, accountantskantoor Deloitte, De Nederlandse Bank (DNB) en CPB gemeen? Alle vier hebben ze een topbestuurder met een onbezoldigde leerstoel bij de Faculteit Economie en Bedrijfskunde (FEB) van de Universiteit van Amsterdam (UvA). En op DNB-president Klaas Knot na, hebben ze deze aanstelling niet wereldkundig gemaakt. Waarom doen ze daar geheimzinnig over?

De benoeming van ‘onbezoldigde’ of ‘honoraire’ hoogleraren geldt meestal voor gepensioneerde professoren die om allerlei redenen bij de universiteit willen blijven, met een nul-aanstelling. Maar het blijkt ook een handige constructie te zijn voor ‘jongeren’ die een hoogleraarstitel goed kunnen gebruiken, voor hun werkgever en voor hun eigen carrière.

Neem Barbara Baarsma (50), bestuursvoorzitter van Rabo-Amsterdam en bij het grote publiek bekend van DWDD. In de Top-200 van invloedrijkste Nederlanders die de Volkskrant jaarlijks publiceert, staat zij op plek 31 (opgeklommen van nr. 45 in 2018), hoger dan Jan Peter Balkenende (35) en Geert ten Dam (47), bestuursvoorzitter van de UvA. Was zij ooit zo hoog gekomen als iedereen zou weten dat zij ‘slechts’ onbezoldigd is?

cc-foto: Jorge Láscar

Als Baarsma in 2009 wordt benoemd als directeur van het Amsterdamse onderzoeksinstituut SEO, krijgt zij – net als haar voorgangers – automatisch een bijzondere leerstoel bij de FEB, gefinancierd door de Stichting SEO. In maart 2014 zou zij normaliter een tweede termijn krijgen, van weer vijf jaar. Maar zij wordt pas op 14 april 2014 benoemd terwijl de ambtsaanvaarding op 1 maart (dus zes weken eerder) staat geregistreerd. Dat is vreemd, want normaal gesproken moet iemand eerst worden benoemd, voordat deze de benoeming kan aanvaarden. Bovendien verandert haar aanstelling van bijzonder naar onbezoldigd hoogleraar.

Voorziet zij dan al problemen bij een eventuele nieuwe baan? Begin 2016 stapt Baarsma over naar de Rabobank. Had zij toen nog een bijzondere leerstoel, dan zou deze alleen gecontinueerd kunnen worden als SEO of Rabo deze leerstoel voortaan ging betalen. In beide gevallen zou dit vragen oproepen. En daarmee komen we op een belangrijk voordeel van de onbezoldigde leerstoel: er is geen haan die ernaar kraait want niemand hoeft de portemonnee te trekken. Baarsma hoeft alleen haar nieuwe werkgever om toestemming te vragen haar hoogleraarschap voort te zetten. Deze zegt natuurlijk geen nee, want de mening van Rabo-bestuurders wordt een stuk meer waard als deze is ontsproten aan het brein van een ‘echte hoogleraar’; een tweede voordeel van deze constructie.

Een nadeel voor Baarsma en Rabo lijkt te zijn dat niemand het mag weten. Volgens NARCIS, “dé nationale portal voor wie informatie zoekt over wetenschappers en hun werk” en waar academici zélf hun gegevens kunnen aanpassen en actualiseren, bekleedt Baarsma nog steeds de bijzondere leerstoel van SEO, terwijl haar publicaties wél zijn geactualiseerd. Ook de Rabo wekt de indruk dat haar positie sinds 2009 onveranderd is, en zij een ‘echte’ professor is.

Academische onderonsjes
Wat is nu eigenlijk het probleem, zult u wellicht denken. De universiteit krijgt gratis onderwijs- en onderzoekscapaciteit! Wat is daar mis mee? Heel veel! Om te beginnen: als het voor iedereen voordelen biedt, waarom dan die geheimzinnigheid? Bovendien leveren die onbezoldigde hoogleraren in de praktijk nauwelijks een substantiële bijdrage aan onderwijs of onderzoek. Juist het feit dat ze onbezoldigd zijn, biedt hun een excuus om zich te onttrekken aan reguliere verplichtingen, en zich te beperken tot activiteiten die alleen voor henzelf of voor hun werkgever aantrekkelijk zijn.

Daarnaast brengt deze constructie allerlei ongewenste neveneffecten met zich mee. Wie je kent wordt nog belangrijker dan wat je kunt. Bovendien heeft de wetenschap (zeker de economische) toch al aan status ingeboet en dat wordt er niet beter op wanneer je zo makkelijk hoogleraar kunt worden – als je maar bij de juiste organisatie werkt. Daarnaast krijgen grote bedrijven via ‘hun’ onbetaalde hoogleraar eerder toegang tot de academische wereld – zodat ze hun handelen makkelijker kunnen legitimeren, zonder slapende honden wakker te maken.

Het belangrijkste probleem is het gebrek aan transparantie. Bij een bijzondere leerstoel heb je tenminste nog een stichtingsbestuur die moet toezien op de naleving van de afspraken die bij de benoeming zijn gemaakt. De aanstelling van een onbetaalde hoogleraar daarentegen komt bij uitstek tot stand in een onderonsje met de decaan, die hoogstens wat weerstand bij de ‘echte’ hoogleraren moet wegmasseren. En dit soort academische onderonsjes komt veel te veel voor. Zo komt minder dan de helft van alle hoogleraarsbenoemingen tot stand via een openbare vacature en een officiële sollicitatiecommissie, zo constateert de Nijmeegse hoogleraar Marieke van den Brink; de rest vindt dus in de schemerzone plaats.

100% open kaart
De oplossing is radicaal maar simpel: volledige transparantie. Voor alle categorieën hoogleraren, en misschien zelfs voor het hele wetenschappelijke personeel. Iedereen krijgt een persoonlijke website waarop de universiteit – en dus niet de werknemer – de volgende gegevens moet vermelden. Ten eerste welke organisatie de leerstoel financiert en de bijbehorende salarisschaal. Dat is een snelle manier om te zien wie gewoon, onbezoldigd (salarisschaal nul) of bijzonder hoogleraar is. Tevens moet de arbeidsrechtelijke status van het ‘dienstverband’ worden vermeld: gaat het om een aanstelling ‘voor het leven’ of om een tijdelijk dienstverband? Ik wed dat de grootverdieners ook de meeste zekerheden blijken te hebben.

Daarnaast moet informatie worden verschaft over hoeveel uur per week of per jaar de persoon in kwestie is ‘verbonden’ aan de universiteit, maar ook aan andere organisaties. Het eerste maakt duidelijk of iemand zich alleen voor de titel hoogleraar mag noemen, dan wel tegenprestaties moet leveren. Informatie over aanstelling bij andere organisaties laat zien of de persoon in kwestie twee of meer heren dient (en zich dienovereenkomstig laat uitbetalen). Het zou mij niet verbazen als sommigen meer dan 16 uur per dag blijken te werken, althans op papier.

Ongetwijfeld zullen universiteiten en hogescholen gaan klagen over de bureaucratie die dit voorstel met zich meebrengt. Bullshit oftewel kletskoek! Vrijwel alle benodigde gegevens worden al jarenlang door de onderwijsinstellingen zelf verzameld, bijvoorbeeld vanwege de cao. Laat de werkgever, dus niet de hoogleraren en andere werknemers, deze gegevens – volledig en actueel! – gewoon in een publiek toegankelijk register zetten. Plus een hoge boete wanneer hij in gebreke blijft; anders worden deze verplichtingen gewoon aan de laars gelapt.

Welke politieke partij durft het aan bij de komende verkiezingen het volgende programmapunt op te voeren: de bezuinigingen op het hoger onderwijs worden pas ongedaan gemaakt als iedere universiteit volledige openheid van zaken geeft, ook over hun onbetaalde professoren.

Meer over de dunne lijn tussen wetenschap en commercie, zie: eco-simpel.nl

Geef een reactie

Laatste reacties (31)